~ Hoofdstuk 57 ~

965 14 8
                                        

NOTE
Sorry dat het zo ontzettend lang heeft geduurd. Ik heb een hele drukke en vreemde periode achter de rug, mede door COVID-19, waardoor het lastig was om te schrijven. Ik hoop dat jullie het begrijpen. ❤️ Ik ga nu zo vaak mogelijk weer verder.

{Megan}

Mijn vader.
Mijn vader zat achter het stuur.

'Harry,' siste Ethan naast mij naar de jongen met de donkerbruine krullen op de bijrijdersstoel. 'Wat doen we met Kira?'

'Later,' antwoordde Harry kort, waarna hij zich richting de chauffeur - mijn fucking vader - wendde. 'Hoe lang nog?'

'Twintig,' zei deze, waarna zijn blik in de achteruitkijkspiegel de mijne vond. 'Het komt allemaal goed.'

Ik snapte er helemaal niks van. Mijn vader, de man die ik jaren heb beschouwd als een dronkelap, degene die liever zijn handen gebruikte dan woorden in welk conflict dan ook, was ineens verwikkeld in een motorbende? Uitgerekend die van Clay? Dat kon toch verdomme niet waar zijn. Hij had zelfs een bijnaam! Hoe dan? En alsof dat nog niet verwarrend of erg genoeg was, hadden we Kira aan onze zijde verloren. Ze had geschreeuwd dat ik weg moest gaan, dat ik moest doorrennen en niet achterom moest kijken, terwijl die bewaker haar hardhandig vastgreep en overeind trok. Haar blik stond op mijn netvlies gebrand - bang maar vastberaden. 

In elk geval was ze veilig. 

Ik staarde uit het raam, terwijl ik de stilte in de auto in me op probeerde te nemen. Het enige geluid dat ik hoorde, was dat van de banden die over het asfalt rolden, gepaard met het brommende geluid van de motor van de auto. Terwijl ik naar buiten staarde, zag ik hoe bomen langs ons heen schoten, hier en daar een klein lichtje van een lantaarnpaal die een kort moment mijn gezicht verlichtte, terwijl ik probeerde te bevatten wat er allemaal gaande was. 

Ik wist dat Luke verhoord was, maar tot dusver niets had losgelaten. Niets over Clay, niets over Pitbull en niets over zijn rol in dit hele verhaal. Want ook dat was iets waar ik nog niet eens bij stil had gestaan: Luke was een verrader. Weken had hij gedaan alsof hij mijn vriend was, alsof hij er voor me was toen Kira en ik ruzie hadden, alsof we een soort connectie hadden. Ik had gelachen om hoe hij altijd met zijn lipring speelde, hoe hij zijn blonde haar met zijn haren achterover kamde en hoe hij zijn scheve glimlach tevoorschijn toverde wanneer ik tegen hem praatte. 

Het was allemaal een act geweest. 

En dan het ik het nog niet eens over Paul. Paul, de jongen die zo lang had gevochten tegen zijn verslaving om uiteindelijk de ronde te verliezen en weer opnieuw moest beginnen. Althans - dat hoopte ik. Meteen nadat Harry me had verteld dat hij zijn drugs bij ene Lex kocht, had ik Paul willen bellen. Ik wilde tegen hem schreeuwen dat hij ermee moest ophouden, hem op het hart drukken dat ik het goed bedoelde en, op het einde van het gesprek wanneer we allebei huilend aan de telefoon zouden hangen, hem vertellend dat hij nooit en te nimmer meer mocht halen bij Lex. Want Lex was gevaarlijk - Lex werkte voor Pitbull. 

Maar het kon niet. 

'Geen telefoons,' had Harry steevast gezegd, alle mogelijkheden tot discussie afwendend. 'Je weet maar nooit wie er mee luisteren.' 

Natuurlijk had hij gelijk. Als ik Paul zou bellen, en Pitbull of een van zijn mannen zou erachter komen, dan bracht ik niet alleen mijzelf en één van mijn beste vrienden in gevaar, maar ook Harry, Ethan en de hele operatie die we hadden lopen met rechercheur Mark de Wit. 

Al was hij waarschijnlijk nu vrij boos op ons. 

En daar, precies op dat moment, terwijl ik keek hoe de voorbij schietende bomen plaats maakten voor een uitgestrekte weilanden, besefte ik me hoe graag ik terug wilde. Terug naar de middelbare school, terug naar de pauzes die we altijd met zijn vieren doorbrachten, en terug naar het moment dat ik Harry en Ethan voor het eerst zag. Terug naar dat ik blozend een SMS van hem las die niet voor mij bestemd bleek te zijn, waarna ik hem had verwijderd en zou doen alsof ik niet wist waar dat over ging. Ik zou bij hem vandaan blijven, me omdraaien en hard wegrennen. 

Ik zou nooit meer achterom kijken.

****

'We zijn er.' 

Met zijn kaken op elkaar geklemd keek de jongen met de donkerbruine krullen naar hoe de auto een onverharde weg opdraaide, die zich uitstrekte tussen twee bomen. Na een aantal meter doemde er een huis op, dat eruit zag alsof er al jaren niemand meer was geweest. Zover hij kon zien in het donker, waren de stenen muren zwaar begroeid met allerlei soorten onkruid, en was de houten veranda zo goed als versleten, waarbij zelfs de middelste trede van de trap die normaliter uit drie delen bestond, bijna volledig miste. 

Dit moest haast wel de safehouse van de Tornado zijn. Vanuit hier konden ze Clay vinden. 

Clay.. Harry had gemengde gevoelens over hem. Het laatste wat ze hadden besproken, of beter gezegd, waar ze ruzie over hadden gemaakt, was Megan. De jongen had hem nadrukkelijk verteld haar met rust te laten, maar de blonde man had precies het tegenovergestelde gedaan. Hij zei dat het was om dichterbij haar vader te komen - maar Harry wist wel beter. De manier waarop Clay over Megan praatte was.. 

'Uitstappen.' 

Harry's gedachtenbubbel werd onderbroken door de Tornado, die het portier aan diens kant dichtgooide en met niets meer dan een klein licht van een zaklamp, richting het huis begon te lopen. De jongen voelde hoe de stilte in de auto afwachtend was, alsof Ethan en Megan niet konden bewegen voordat hij dat deed. Hij voelde hoe zijn hand naar het portier bewoog, deze opende, en hoe zijn benen hem vervolgens uit de auto lieten stappen en hem naar het huisje bewogen. Hij hoorde hoe Ethan en Megan hem volgden, allemaal in stilte, en zodra de Tornado de deur met een hoop gekraak opende, besefte hij zich dat er maar één ding was waar hij aan kon denken. Het was niet Clay, niet Mark de Wit, niet Kira - maar haar. Zij, en zij alleen.

Megan. 

Hij moest met haar praten. 

Privé.

His Lessons ft. Harry Styles [Nederlands] #WinnerWattys2019Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu