39. Jay

62 9 3
                                        

Cursed is the fool who's willing

Can't change the way we are

One kiss away from killing

River - Bishop Briggs

"Ik ben hun stiefzus."

Ik zit met ineengevouwen handen voorovergebogen op de koude, oncomfortabele stoel in de wachtzaal van het ziekenhuis. Mijn blik vastgelijmd aan de vloer terwijl haar woorden maar door mijn hoofd blijven bonzen. De steriele geur van desinfectiemiddelen prikt in mijn neus en alles klinkt gedempt, alsof de stemmen van de wereld zich niet meer tot mij richten.

Mijn ogen glijden naar de rij stoelen tegenover me, waar mijn broer zit. Zijn gezicht is bleek en gespannen, zijn ogen gesloten terwijl hij de pijn probeert te verbijten. Ik zou er voor hem moeten zijn, maar ik zit hier alleen maar. Mijn hele lichaam zit vast, alsof ik niets anders kan doen dan staren en ademen. Hoe kan het dat ik niet weet wat ik moet doen? Dat ik niet in staat ben om aan iets anders te denken dan die echo in mijn hoofd. Mijn kaak verstrakt, mijn handen ballen zich tot vuisten in mijn schoot. Schuld brandt als vuur in mijn maag.

Terwijl ik me mezelf terugtrok, heeft Sofie zonder aarzeling de regie in handen genomen. Haar zorg voor Jeff is oprecht, bijna instinctief. Ze regelt alles met een efficiëntie die bewonderenswaardig is. Zo heeft ze meteen een nieuw ijspack voor hem weten te regelen en een losstaande stoel weten te vinden om onder zijn enkel te schuiven terwijl we onze beurt aan het afwachten zijn. En op dit moment bespreekt ze de medische toestand van mijn broer met de spoedarts, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Alsof ze niet nog maar kort deel uitmaakt van ons leven. Ze ziet Jeff als een broer, dat is overduidelijk. Maar als ze naar mij kijkt... dan is de blik in haar ogen anders. Of misschien wil ik dat gewoon te graag en zie ik alleen wat ik wil zien.

Mijn hoofd bonkt van het conflict. Dat ene woord - stiefzus - klinkt zo simpel. Zo feitelijk. Maar in mijn hoofd draagt het het gewicht van alles wat men van ons verwacht. In mijn hart vechten twee krachten om de overhand: de verplichting tegenover mijn familie en dat allesoverheersende verlangen naar haar. Hoe kan iets wat zo goed voelt tegelijkertijd zo... onmogelijk zijn? Hoe kan ik dit ooit rechtvaardigen?

***

Haar uitspraak heeft me nog de hele fucking nacht beziggehouden. Alsof die pavor nocturnus nog niet genoeg was om me uit mijn slaap te houden... Uiteindelijk geef ik het op. Na uren van draaien en piekeren gooi ik mijn deken van me af en strompel ik naar de fitnessruimte. Ik moet iets doen. Iets om deze twijfel uit mijn hoofd te slaan. Letterlijk.

Ik zet de muziek hard en trek scheenbeschermers aan. Gelukkig zijn de muren van de hele kelderverdieping goed geïsoleerd, zodat ik niemand wakker maak. Terwijl de bass door de ruimte dreunt, tape ik mijn handen in. Daarna kraak ik mijn nek en trek ik mijn bokshandschoenen aan.

Ik begin met een een frontale stoot tegen de bokszak.

Ze heeft verdomme gelijk. Tweede stoot.

Waar zat ik met mijn domme kop. Waar dacht ik dat dit heen kon gaan? Wat voor toekomst kan er voor ons zijn? Ik ben haar fucking stiefbroer.

Ik gooi een hoekstoot met rechts.

En toch voelt alles juist. Onze momenten samen bij het haardvuur, die voorzichtige aanrakingen. Het gejaagde geluid van mijn ademhaling mengt zich met de beat van de muziek. Waarom voelden die aanrakingen zo goed? Alsof alles eindelijk op zijn plek viel?

Ik grom en stoot nog twee frontale slagen gevolgd door een uppercut.

Elke slag op de bokszak laat mijn frustratie en verwarring zien.

Fire (NL)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu