1. Sofie

302 26 209
                                        

Somebody get me a Hammer

Wanna break all the clocks and the mirrors

And go back to a time that was different

I can't breathe – Bea Miller


'Sofie?' Andreas knippert verbaasd met zijn ogen wanneer hij de deur opendoet. 'Wat doe jij hier?'

Ik open mijn mond, maar door mijn gegil van eerder deze avond voelen mijn stembanden te rauw en is mijn keel te schor om geluid door te laten.

'Moest jij niet al lang slapen? Je hebt morgen toch een vroege dienst?'

Ik heb geen idee hoe lang ik onderweg was, ik weet zelfs niet eens welke weg ik nam om hier te komen, laat staan dat ik weet hoe laat het is.

'En waarom heb je geen jas aan?' Zijn stem schiet de hoogte in. 'Het is ijskoud buiten!'

Omdat ik nog steeds niet antwoord, kantelt hij z'n hoofd en zoekt fronsend oogcontact met me. 'Hé, wat is er aan de hand?'

Mijn lichaam doet instinctief een stap achteruit wanneer hij zijn hand op mijn schouder wil leggen.

De lelijke rimpel op het voorhoofd van mijn beste vriend wordt steeds dieper. Hij zegt iets, maar zijn woorden glijden langs me heen.

Ik wil me in zijn armen gooien en bescherming zoeken bij hem, maar iets in mij verzet zich. Ik ben gebroken. Niet alleen mijn lichaam, maar alles wat ik ben. Ik besta uit splinters, en elke aanraking dreigt me verder uit elkaar te doen vallen. 

'Kom binnen voordat je ziek wordt!'

Zijn kordate woorden brengen me weer bij zinnen. Ik kijk nog even haastig achterom, glip dan langs hem heen naar binnen en gooi de deur dicht. Met trillende handen draai ik het slot om en ga met mijn rug tegen de voordeur staan.

Dre kijkt me verontrust aan. 'Zit er iemand achter je aan?'

Mijn hart bonkt panisch tegen mijn ribben en mijn ademhaling breekt in korte, haperende stoten uit mijn lichaam.

Hij grijpt me bij mijn elleboog op het moment dat ik door mijn benen dreig te zakken.

Ik kijk hem met wijd opengesperde ogen aan.

'Hé,' sust hij. 'Rustig maar. Ik ben bij je. Je bent veilig.' Hij schuift zijn armen onder me en tilt me op. 'Ik draag je naar de woonkamer.' Onderweg fluistert hij geruststellende woorden. 'Alles komt goed, pop.'

Hij zet me neer op de bank en drapeert een fleecedekentje over mijn schouders. Dan komt hij naast me zitten. 'Wat er ook gebeurd is, hier ben je veilig,' herhaalt hij.

Klappertandend trek ik het dekentje strakker om me heen, maar er schiet zo'n scherpe pijn door mijn polsen dat er een piepend geluid uit mijn keel komt. Ik draai mijn handen om en mijn blik blijft hangen op de mouwen van mijn favoriete hoodie.

Naast me snakt Andreas naar adem en roept: 'What the fuck, Soof!'

Er zit bloed aan mijn mouwen.

Ik krimp in elkaar wanneer hij voorzichtig mijn polsen dichterbij trekt om de ravage beter te bekijken. Diepe, rode wonden zijn te zien op de plekken waar het plastic zich in mijn polsen heeft vastgebeten.

'Wat is er in godsnaam gebeurd?' fluistert hij opnieuw. Zijn ogen staan vol afschuw en medeleven tegelijk. 

Mijn neus prikt, mijn ademhaling wordt oppervlakkiger en de tranen waar ik tegen gevochten heb sinds ik die verdomde deur achter me dichtgetrokken heb, winnen het van mijn vastberadenheid om me sterk te houden.

Fire (NL)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu