Fuck. Fuck. Fuck.
Half verscholen achter het gordijn kijk ik toe hoe Ben zijn bestelwagen de parkeerplaats opslingert. Het schijnsel van zijn koplampen danst over de natte kiezelsteentjes, die knarsend en spattend protesteren onder zijn wielen. Eén verkeerde beweging en hij ramt de wagen van de buren. Tot zover zijn voornemen om iets aan z'n verslaving te doen...
Nadat hij eindelijk zijn sleutel in het daartoe bestemde gat heeft weten te wurmelen, stuntelt hij de hal in.
Er staat een stevige wind buiten, waardoor er een koude bries met hem mee naar binnen waait. Een alcoholwalm dringt mijn neusgaten binnen en instinctief sla ik mijn armen over elkaar terwijl hij zijn sleutel weer uit het sleutelgat probeert los te wrikken.
Het is amper te bevatten dat dit dezelfde man is als waar ik anderhalf jaar geleden als een blok voor viel. Destijds zagen zijn bijna zwarte krullen er springerig en gezond uit, nu draagt hij ze in een slordige manbun omdat hij te lui is om ze de verzorging te geven die ze nodig hebben. De twinkeling in zijn ogen heeft plaats gemaakt voor een doffe, lege blik als hij niet gedronken heeft. Wanneer dat wel het geval is, glimmen ze op een manier die niet klopt. Bruisend van een opgefokte, onechte energie.
Met een misplaatste overwinningskreet steekt Ben uiteindelijk zijn sleutelbos in de lucht en slaat triomfantelijk de voordeur dicht.
Ik kan een geïrriteerde zucht niet voor me houden.
Alsof hij nu pas doorheeft dat hij een toeschouwer heeft, kijkt hij me schaapachtig aan en lispelt: 'Héééé w-w-w-wijfie! Nog w-w-wakker?'
'Hoi.' Mijn stem klinkt vlak, bijna alsof ik een vreemdeling begroet, en niet de man met wie ik ooit een gezin dacht te stichten.
Dit weekend had ik eindelijk al mijn moed verzameld en hem verteld dat ik niet meer gelukkig was binnen onze relatie. Hoewel hij nuchter was, duurde het naar mijn gevoel uren voor hij begreep dat ik het echt meende. Zodra hij dat doorhad, probeerde alle schuld bij mij te leggen, bewerend dat ik diegene was die sinds ik op de spoedeisende hulp was gaan werken, geen moeite meer deed tussen de lakens. Toen ik ter verdediging zijn nachtelijke escapades en zijn alcoholgebruik ter sprake bracht, riep hij dat ik het recht niet had om hem te controleren – zijn bezoekjes aan die nachtclubs waren volgens hem slechts ter compensatie voor mijn afwezigheid door nachtdiensten – en dat ik mij niet mocht bemoeien met zaken waar ik geen verstand van had; de boekhouding van zijn bedrijf was zijn verantwoordelijkheid. Er zat zo'n scherp randje aan de manier waarop hij me aankeek, dat ik ondanks dat ik vertrouwd ben met zijn opvliegende karakter, heel even bang voor hem werd. Bovendien verschenen er op zijn hals een paar rode vlekken. Die had ik wel al een paar keer eerder bij hem gezien op momenten dat hij zijn woede onder controle probeerde te houden, maar nooit eerder was die agressie op mij gericht.
De zenuwen gieren door mijn lijf terwijl ik met ingehouden adem toekijk hoe mijn ex het gevecht met de rits van zijn jas aangaat. Het ding weigert stug mee te werken en dat ik op zijn vingers sta te kijken, helpt vast ook niet.
Even twijfel ik of ik me moet omdraaien of dat ik hem moet helpen en hem zo uit zijn lijden te verlossen... Maar de waarschuwingsvlekken in zijn hals in combinatie met de manier waarop hij zijn kaken op elkaar klemt, houden me tegen om een stap naar hem toe te zetten.
Ben vloekt binnensmonds en dan geeft hij zo'n stevige ruk aan de rits dat het ding niet anders kan dan meewerken.
Het vooruitzicht om opnieuw met hem in discussie te moeten gaan, maakt dat de boterham die ik als avondmaal naar binnen werkte, zich langzaam een weg naar boven zoekt.
Uiteindelijk begreep Ben wel dat onze relatie niet meer te redden valt en gaf hij zelfs toe dat hij ondanks dat de breuk respecteerde (zijn woorden) toch aan zijn drankprobleem zou werken. Een van de afspraken die we daarna maakten, was dat ik bij hem mocht blijven wonen tot ik iets voor mezelf gevonden heb en dat hij de helft van het geld van onze gezamenlijke rekening terug op mijn rekening zou overschrijven.
Deze ochtend heb ik een leegstaande studio in de buurt van het ziekenhuis bezocht, en als ik vanavond nog de huurprijs plus de waarborgsom overmaak, dan kan ik er eind deze week al intrekken. Ik besef dat het niet het ideale moment is, maar dit kan ik ook niet zomaar laten schieten. Betaalbare woonruimte in Maastricht vinden is even makkelijk als een parkeerplek scoren onder het Vrijthof tijdens carnaval. Dit is misschien mijn enige kans in weet-ik-veel-hoeveel-tijd.
Nadat Ben eindelijk van zijn jas verlost geraakt is, probeert hij als een klunzige acrobaat zijn schoenen te lozen. Hij zwalkt op z'n één been en dan op het ander om daarna net op tijd steun te zoeken bij het kozijn zodat hij maar nipt kan voorkomen dat hij met zijn smoelwerk tegen de vlakte gaat.
Jezus, hoe ga ik dit in godsnaam aan zijn bezopen verstand brengen?
-
Zijn bloeddoorlopen ogen puilen bijna uit hun kassen nadat ik hem heb verteld over de studio. Dat het zo snel zou gaan, had meneer duidelijk niet verwacht, maar de reactie die ik nu bij hem zie, had ík niet zien aankomen. Een vuurgloed brandt in zijn donkere ogen terwijl hij langzaam naar me toe loopt. Ik wil achteruitstappen, maar ik durf niet. Doordat hij dronken is, is het niet te voorspellen hoe hij zou reageren. De geur van Bacardi 151 komt steeds dreigender dichterbij en met elke stap die hij zet lijkt hij de macht die hij op me heeft te benadrukken.
'Laat je je daar dan wel naaien, in je nieuwe neukhol?' brengt hij vol minachting uit. Hij klinkt op slag nuchter.
'We hadden toch afgesproken dat ik een appartement zou zoeken? Je zou de helft van het geld van op onze gezamenlijke rekening naar mij overschrijven zodra ik iets gevonden had,' stamel ik met een leeg voorgevoel. Ik heb al die tijd vertrouwd op Ben wat onze financiën betrof, maar ik begin steeds meer te beseffen dat dit een grote fout was.
'Je wilt dat geld onmiddellijk?' gromt hij.
Ik staar hem aan en knik traag. Ik lijk niet meer in staat om logisch na te denken. Mijn hart bonst in mijn keel en stilaan neemt paniek de bovenhand.
Het plotse schelle geluid van mijn ringtone laat ons allebei schrikken. Mijn hand trilt terwijl ik mijn mobiel uit mijn kontzak haal. Mijn vingers glijden over het scherm om de oproep van de makelaar aan te nemen, maar voordat ik daarin slaag, trekt Ben hem ruw uit mijn handen. 'Dat telefoontje kan wachten!' Hij ketst het toestel zo hard tegen de vloer dat er een stuk vanaf springt.
'Waarom doe je dat?' Mijn stem is niet meer dan een miezerig gepiep.
'Omdat wij in gesprek waren, kuthoer!' Mijn hart slaat een tel over. Ik ben best wel wat gewoon van hem, maar dit is de eerste keer dat hij mij uitscheldt.
Langzaam schuifel ik achteruit.
Ben spiegelt mijn bewegingen, tot ik met mijn rug tegen die verrekte steunpaal bots.
Een misselijkmakend gegrinnik ontsnapt uit zijn keel. Hij grijpt mijn polsen beet en sist: 'Je bent van mij!'
'Laat me los!' wil ik gillen, maar mijn stem is niet meer dan een zwak geprevel. Ik schop naar hem en verzet me met mijn hele lichaam, maar zelfs dronken is hij te sterk voor me.
Met een snelle beweging haalt hij een paar kabelbinders uit zijn werkbroek en bindt mijn polsen vast aan de paal achter me.
Ik hap verbluft naar adem. Mijn ogen vullen zich met tranen van pure angst. Mijn gedachten razen. Er moet een manier zijn om hieruit te komen, maar elke poging lijkt zinloos. Hoe harder ik probeer om mijn handen los te wrikken, hoe stakker de tie wraps komen te zitten. Mijn benen trillen van machteloosheid en het plastic snijdt in mijn huid.
Ben kijkt toe hoe ik kronkel van de pijn.
Ik draai mijn hoofd weg, maar hij grijpt mijn kin en dwingt me om hem aan te kijken.
Hij heeft verdomme een geile blik in zijn ogen!
Een golf van angstzweet breekt uit over mijn rug wanneer hij zijn natte lippen op die van mij drukt.
What the fuck gebeurt er?
🖤🖤🖤
Lieve lezer,
fijn dat je in mijn verhaal FIRE bent gaan lezen!
Ik hou heel erg van opmerkingen,
want daar kan ik zoveel uit leren.
Dus voel je vrij je ongezouten mening te geven!
JE LEEST
Fire (NL)
Roman d'amourNa een gewelddadige break-up ziet Sofie (23) geen andere uitweg dan te vluchten. De enige plek waar haar ex haar niet zal kunnen vinden, is Waterdijk, het kustdorpje waar haar moeder woont. In het kleine dorpje wacht haar echter meer dan alleen een...
