drowned-65

350 25 0
                                        

ik adem een keer diep door mijn neus, en vervolgens uit door mijn mond.
en nog een keer.
dan open ik mijn ogen.
mijn rechter oog gaat op de een of andere manier heel lastig open, en het steekt.
ik kijk met één oog open, waar ik ben.
ik schiet overeind als ik zie dat ik in de cockpit ben.
ik ben dus nog niet dood.
maar het betekend ook dat Joep hier nog ergens zit.
ik zit op de koude, blauwe piloten stoel.
ik wrijf door mijn natte, korte haren.
'lekker geslapen?' fluistert een stem in mijn oor.

meteen slaak ik een gil en kruip in de piloten stoel.
langzaam draait mijn hoofd naar achter.
daar staat Joep me grijnzend aan te kijken.
'ga weg!' wil ik roepen, maar er komt een schor, onverstaanbaar geluid uit mijn mond.
'wat zeg jij?' grijnst hij.
ik probeer hem boos aan te kijken, maar in mezelf ga ik kapot van de zenuwen.
'je arm ziet er goed uit hè?' zegt Joep sarcastisch.

even laat ik mijn blik naar mijn arm glijden, maar meteen krijg ik een misselijk gevoel.
gatverdamme, mijn arm ziet er niet meer uit.
ik ga het niet vertellen, want dan ga je echt overgeven.
ikzelf doe ook al moeite het niet uit te roepen.
wat moet ik doen? hij heeft me in zijn macht, of hoe je dat ook zegt.
er zit maar één ding op, want ontsnappen gaat toch niet.
met mijn goede arm sla ik hem recht in zijn gezicht.
ik kruip nog dichter, rillend in de koude stoel.
het duurt even voor hij pas reageert.
hij staat op ontploffen zo te zien.

'hmmm,' begint hij na een ongemakkelijke stilte, 'wat zal ik nou toch eens met jou gaan doen?'
de plek op zijn gezicht waar ik heb geslagen is rood geworden.
shit, toch niet zo'n goed idee.
ik bijt op mijn lip en mijn hart klopt voor de zoveelste keer in mijn keel.
hij denkt even, en dan verschijnt er een angstaanjagende lach op zijn gezicht.
'kom mee.' 
mijn handen klemmen zich om de rand van de stoel, en ik ben vastberaden de rand nooit meer los te laten.
'nu!' schreeuwt hij onverwachts, haalt zijn pistool tevoorschijn en richt op mij.
half hyperventilerend laat ik los, en probeer te staan.

gelijk val ik om.
shit wat is er met mijn been gebeurd?
mijn rechterbeen ligt in een verkeerde hoek op de grond.
het enge is, dat ik hem niet meer voel.
ik voel geen pijn aan mijn been, geen raar gevoel, gewoon echt helemaal niks.
'je staat nu op of wil je soms een praatje maken met mijn pistool?' 
ik krabbel overeind, met heel veel moeite.
ik sleep mijn been mee en strompel achter Joep aan.
'sneller trut.' zegt hij boos.
jezus, wat is hij voor een creepy persoon?
en hoe verwacht hij dat ik snel ga lopen, als een oog dicht zit, mijn been en mijn gewonde arm niks meer doen en hij me uitscheldt voor trut?

na een hele lange tijd, staan we op de niet kapotte vleugel van het vliegtuig.
wat wil hij gaan doen?
'wat wil je?' vraag ik bangerig en trillend.
'verassing.' grijnst hij.
het valt me op dat het warm is buiten.
gewoon echt warm.
dat is wel voor het eerst.
ineens sperren mijn ogen - nouja, eigenlijk een oog, want de ander krijg ik niet meer open - wijdt open.
in het water drijft het zwarte ding.
de zwarte water scooter.
en ineens vallen alle puzzelstukjes in elkaar.
dat was wat mijn moeder me in die nachtmerrie vertelde:
"pas op de zwarte scooter."
ze bedoelde natuurlijke de zwarte waterscooter.
even knik ik bevestigend.
ik kijk even naar Joep die tot mijn verbazing aan het seinen is met de persoon op de waterscooter.
Joep knikt bevestigend naar de persoon en kijkt dan naar mij.

'mee. nu.' zegt hij dreigend.
trillend blijf ik staan.
hij geeft me een harde, pijnlijke duw, waardoor ik bijna voor over val.
nog nét kan ik mijn evenwicht bewaren.
voor me klotst het water wild tegen de punt van de vliegtuig vleugel.
ik ril al bij de gedachte, dat het water koud is.
ijskoud.
net zoals ze bij de film van Titanic zeiden: "het water voelt alsof er messen in je steken."

'ga het water in.' zegt Joep op een zware toon.
een schok gaat door mijn lijf.
in het water?
'I-ik kan niet zwemmen met mijn been en gewonde arm.' mijn hart beukt tegen mijn borstkas, alsof hij er elk moment mee kan op houden.
'zal ik je even helpen anders?'
'N-nee.'
maar ik verroer me niet.
ik maak geen enkele beweging en blijf naar het water staren.
het koude water.

Ineens krijg ik een harde duw tegen mijn rug.
ik val voorover het water in.
eerst zie ik niks, hoor niks en voel niks.
maar dan komt alles in een schok weer terug.
het water is niet koud.
het is lauw.
vreemd.
maar daar denk ik niet meer aan.
het enige wat mijn hersenen nu kunnen denken is: lucht! lucht! lucht!
maar ik weet niet wat boven en onder is.
alles is troebel en blauw.
en ineens voel ik de pijn in mijn gewonde arm.
het zeewater bijt als een gek in mijn arm en ik schreeuw het uit.
door de schreeuw vullen mijn longen zich met het zoute, lauwe water.
mijn armen en benen spartelen wild om zich heen in het water.
welke kant moet ik op?
in paniek stroomt er nog meer water in mijn mond.
ik kan geen adem meer halen!
ik wil niet zo dood gaan, hier in het lauwe water, maar ben bang dat het wel gebeurd.
en inderdaad: alles om me heen begint licht te worden.
mijn hoofd begint te tollen en ik wordt duizelig.
de pijn vaagt weg.
het blijft alsmaar lichter worden, tot er ineens een deel zwart wordt.
dan val ik weg.

Lost again (part 2)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu