47

3.5K 67 0
                                        

Onderweg naar mijn appartement heeft Lucian geregeld dat Lisa elke dag komt kijken hoe het met de katten gaat en ze ze eten en drinken geeft. Hij verzekerde me dat ze eerder al om Nux dacht als hij in het buitenland was. Dat stelde me gerust. Thuis pakte ik mijn spullen in en ik hoopte dat ik niets vergeten was toen we naar buiten liepen. Alles wat ik heb kunnen vergeten is te koop gelukkig.

Na een autorit van anderhalf uur ben ik erg misselijk en draai mijn hoofd naar links, zodat ik de weg niet zie. Alle bewegingen maken de misselijkheid erger. Ik heb nog nooit last gehad van reisziekte, zou het door de zwangerschap komen?

'Hé schatje, gaat het met je?' Vraagt de man achter het stuur bezorgd als hij opmerkt dat ik me niet goed voel.

'Ik ben zo misselijk.' Breng ik zacht uit, om te voorkomen dat ik moet kokhalzen of zelfs overgeven.

Lucian legt zijn hand op mijn bovenbeen. 'Over vier kilometer is een tankstation, kan je het zo lang volhouden?'

'Weet ik niet. Ik hoop het wel.'

'Wil je de airco harder hebben?' Hij probeert een manier te bedenken waardoor ik het langer kan volhouden.

'Graag, ik heb het best warm.' Ik sluit mijn ogen als ik vanuit mijn ooghoek nog de weg en bomen kan zien. De lucht die door de auto blaast wordt kouder en ik geniet er van als het mijn huid aanraakt.

'Niet je ogen dicht doen, schatje. Dat maakt het erger. Je kan beter naar de weg kijken, zodat je weet wanneer er bochten komen.' Kort streelt de man mijn wang en ik open mijn ogen, zie dat hij alweer op de weg let. Ik besluit hetzelfde te doen en concentreer me op het asfalt, de strepen zo goed mogelijk negerend. Met de koele lucht die door de auto glijdt en het naar buiten kijken, hou ik het wel uit met de misselijkheid. Maar ik ben erg opgelucht als Lucian de afrit naar het benzinestation neemt en de auto op de parkeerstrook naast een wandelplek stil zet. 'Gaat het nog met je?'

'Ja, het gaat.' Ik stap uit en ben blij dat ik mijn benen kan strekken. 'Hoe lang moeten we nog rijden?' Ik had niet meer op de navigatie gelet.

'Een uurtje, maar eerst houden we een lange pauze.' Zegt de man als hij ook uit de auto gestapt is en de deur sluit.

'Hebben we daar tijd voor?'

'Ja, ik heb vanavond pas de afspraak. Ook al moet ik voor die tijd nog wat dingen regelen, maar dat is zo gedaan.' Lucian pakt mijn hand en neemt me mee het tankstation in. Binnen is een restaurant gedeelte, met zachte banken, en een gedeelte waar je de tankbeurt betaalt. Aan die kant zit ook de winkel. Het is er erg koel, wat heerlijk is met dit hete weer. 'Wil je iets eten?' We lopen naar de kassa, waar alle broodjes liggen.

'Eigenlijk wel, maar ik ben nog misselijk. Straks hoef ik niet meer..' Ik kijk naar alle belegde en gebakken broodjes die aan de andere kant van de glasplaat liggen. Het ziet er allemaal zo goed uit.

'Geeft niet, je kan het ook later eten. Of zelfs helemaal niet als je toch niet hoeft.' Hij pakt een menukaart die op de vitrine staat en kijkt er in. Ik lees met hem mee, maar zie niets dat me echt aanspreekt om te bestellen. Tot hij bij de broodjes en alle soorten beleg komt. Daar heb ik wel zin in, denk ik. En anders probeer ik het later vandaag te eten.

'Ik neem wel een vers belegd broodje met gebakken ei, bacon en rucola. En een flesje water.'

'Goed idee, daar heb ik ook wel zin in.' Zodra er een caissière naar ons toekomt laat Lucian weten wat we willen.

'Hier opeten?' Ze pakt het voor ons achter het glas vandaan.

'Ja.' Zeg ik en kijk toe hoe het meisje de broodjes, die in een zakje zitten, op twee borden legt en een flesje water pakt. Ze zet alles op een dienblad en Lucian betaalt zodra ze alles ingevoerd heeft. We gaan zitten op een bank in de schaduw en waar de airconditioning goed te voelen is. Langzaam eten we onze broodjes. De man naast me heeft het broodje al op als ik nog geen eens halverwege ben. Voor nu heb ik wel genoeg gehad, ik moet me niet vol eten. Al helemaal niet nu ik net minder misselijk ben. 'Ik ga nog even naar de wc en dan ben ik wel weer klaar om te gaan.' Als pril zwangere moet ik ook al zeer vaak plassen.

'Doe dat maar.' De man lacht en ik sta op, ga naar de wc. Als ik klaar ben zit hij nog op dezelfde plek en staat op als ik naar hem toe loop. We gaan naar de auto en ik neem plaats aan de bijrijderskant. Mijn broodje stop ik in mijn tas, die is voor later. 'Klaar om te gaan?'

'Ja, helemaal.'

'Mooi.' Lucian kust me en start de auto, rijdt een paar seconden later rustig weg.

Geselecteerd [OP18+] & AU: Gekozen [OP18+]Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu