30

937 21 0
                                        

21 oktober, vrijdag, 8:00  

Ik zit vast in een nachtmerrie. De lucht is grauw, de muren van de kamer waar ik in zit lijken naar me toe te komen, alsof ze me willen verpletteren. Scott staat voor me, zijn ogen vol koude woede. "Je bent niks zonder mij," sneert hij, terwijl hij dichterbij komt. Ik wil weg, ik wil schreeuwen, maar mijn stem laat me in de steek. Hij grijpt mijn arm met een ijzeren greep, zijn knokkels wit van de kracht die hij gebruikt. "Wie denk je wel niet dat je bent?" Zijn stem echoot in mijn hoofd, en ik voel hoe de angst me verstikt. De herinnering aan zijn harde hand op mijn gezicht flitst door mijn gedachten. De pijn, de vernedering, alles komt terug met een intensiteit die ik had verdrongen.

Plotseling schrik ik wakker, happend naar adem, terwijl het laatste beeld van zijn gezicht langzaam vervaagt. Het kost me een paar seconden om te beseffen dat ik in mijn eigen bed lig, veilig. Mijn hart bonst in mijn keel en mijn lichaam voelt zwaar alsof de nachtmerrie zich in mijn spieren heeft vastgezet. Dit is de tweede keer dat ik wakker wordt vannacht. Ik draai me om en kijk naar de wekker op mijn nachtkastje: 8 uur. Het is nog vroeg maar na zo'n nachtmerrie weet ik dat terug in slaap vallen geen optie is.

Ik duw mezelf uit bed en besluit om maar op te staan. Een frisse start van de dag zal me goed doen. Snel trek ik mijn sportkleding aan en doe mijn haar in een staart. Beau staat al kwispelend klaar bij de deur, wetende dat we gaan hardlopen. Zijn energie werkt aanstekelijk en langzaam begint da angst van de nachtmerrie te vervagen. 

Buiten is de lucht helder en fris, perfect weer voor een rondje hardlopen. De rustige straten van Zeist glijden langs me heen terwijl ik mijn tempo verhoog. Beau rent vrolijk naar me. Ik kan het niet laten om te glimlachen. Dit is mijn manier om de chaos in mijn hoofd te ordenen, om alles weer even op een rijtje te krijgen.

Terwijl ik ren, denk ik aan vandaag. Het wordt een drukke dag. Eerst naar Jana, mijn zus, die ik al een tijdje niet heb gezien. Ik voel me altijd op mijn gemak bij haar. Daarna heb ik afgesproken met Matthy. Vandaag ontmoet ik eindelijk zijn vrienden, iets wat me eigenlijk best nerveus maakt. Ik weet hoeveel ze voor hem betekenen en ik wil een goede indruk maken. Het voelt alsof er veel op het spel staat, alsof dit een soort test is die ik moet doorstaan.

Ik vraag me af hoe het zal zijn. Zijn vrienden lijken me aardig, van wat Matthy heeft verteld, maar ik kan niet anders dan me afvragen of ze me zullen mogen. Wat als ze me niet goedkeuren? Wat als ze me niet leuk vinden? De gedachten beginnen weer in mijn hoofd te circuleren maar ik dwing mezelf om te focussen op het hier en nu. 

Na een tijdje draai ik om en begin terug te rennen naar huis. De zon is inmiddels wat hoger aan de hemel geklommen, en het belooft een mooie dag te worden. De koude rillingen van de nachtmerrie zijn vervangen door de warme gloed van inspanning. 

Nadat ik terugkom van het hardlopen, open ik zachtjes de voordeur van ons appartement. Tot mijn verrassing zie ik dat Nova al wakker is en in de keuken staat, bezig met het zetten van koffie. Ze kijkt op als ik binnenkom en glimlacht, maar ik zie ook de bezorgdheid in haar ogen. "En, lekker gerend?" vraagt ze terwijl ze een mok naar me uitsteekt.

"Ja, het was fijn." antwoord ik, terwijl ik mijn haar losmaak en mijn schoenen uittrap. De frisse lucht heeft me goed gedaan, maar ik kan zien dat Nova door mijn oppepper heen kijkt.

We nemen plaats aan de keukentafel en beginnen samen te ontbijten. Nova schuift een bord met toast en avocado naar me toe. "Je hebt niet echt goed geslapen, hè?" merkt ze op, terwijl ze me onderzoekend aankijkt. Ik zucht en schud mijn hoofd. "Nee, weer een nachtmerrie... het was weer over Scott." De herinnering eraan voelt nog vers, alsof het net is gebeurd. "Ik weet niet waarom ze zo vaak terugkomen."

Nova's gezicht vertoont een mengeling van medelijden en frustratie. "Het is gewoon niet eerlijk dat je nog steeds met die herinneringen moet worstelen." zegt ze zacht. "Die nachtmerries... het lijkt alsof ze je niet met rust laten."

Littekens van het VerledenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu