59

712 12 2
                                        

11 januari, woensdag, 7:32

De frisse lucht van het bos vult mijn longen terwijl ik door de bladeren slenter terwijl Beau vrolijk voor me uit rent. Het is stil, op het zachte geritsel van de wind en het zachte getrippel van Beau's poten na. Een zeldzaam moment van rust, zo voelt het, al weet ik dat het van binnen anders is. Ik probeer het gevoel van spanning in mijn borst te negeren, maar het zit er. Steeds dieper, steeds zwaarder. Het gaat niet goed, en dat weet ik maar al te goed.

De nachten zijn een strijd. Elke keer wanneer ik mijn ogen sluit, komt diezelfde duisternis op me af. De nachtmerries, de angst die ik niet kan onderdrukken. Het lijkt alsof ik gevangen zit in een vicieuze cirkel van onrust en moeheid. Maar hier, in het bos, is het even stil. Even een pauze van de gedachten die me elke nacht weer wakker houden. De bomen staan zwijgend om me heen, alsof ze de geheimen die ik voor iedereen verborgen houd, begrijpen.

Beau kijkt af en toe achterom, alsof hij wil checken of ik hem nog steeds volg. Ik forceer een glimlach en roep hem terug, waarna hij kwispelend op me af rent. Voor een paar seconden voel ik me lichter. Maar die lichte momenten duren nooit lang. Mijn gedachten dwalen alweer af naar vanavond. Matthy ontmoet mijn ouders voor het eerst. 

Terwijl ik terugloop naar het appartement, voel ik de kou van de ochtend op mijn huid. De frisse lucht verdooft mijn gedachten een beetje, maar diep van binnen weet ik dat ik dit niet lang meer volhoud. Steeds vaker voel ik me... uitgeput. Niet alleen fysiek, maar mentaal. Alsof er geen ontsnappen is aan de draaikolk van herinneringen en gevoelens die me in hun greep houden. Maar ik kan het niet laten zien. Niet aan Matthy. Niet aan Nova. Zeker niet aan mijn ouders.

Eenmaal terug bij het appartement zie ik Nova aan tafel zitten, bezig met haar ontbijt. Ze kijkt op wanneer ik binnenkom, een nieuwsgierige blik in haar ogen. "Goed gewandeld?" vraagt ze opgewekt. Ik knik en forceer een glimlach, maar mijn lichaam voelt zwaar, alsof het elk moment kan instorten. Het kost me moeite om het niet te laten merken.

Ik loop naar de tafel en ga tegenover haar zitten, terwijl Beau tevreden op zijn mand ploft. De geur van toast en koffie vult de ruimte, maar ik negeer de knoop in mijn maag. Ontbijt. Het is het laatste waar ik zin in heb. Bovendien, als ik dat kan controleren, voelt het alsof ik tenminste nog íéts onder controle heb in dit chaos die mijn leven is geworden.

Nova kijkt naar me, haar ogen scannen mijn gezicht. "Je ziet er moe uit." zegt ze voorzichtig. Ik haal mijn schouders op, alsof het me niet boeit, maar diep van binnen weet ik dat ze gelijk heeft. Ik voel me uitgeput. Kapot. "Gewoon veel aan m'n hoofd." mompel ik, terwijl ik mijn handen om de mok koffie wikkel die ze voor me neerzet. Ik neem niet eens de moeite om een slok te nemen.

"Vandaag halve dag les, toch?" Nova probeert het gesprek gaande te houden, en ik knik weer. "Ja, gelukkig wel." antwoord ik. Het voelt alsof ik in een soort waas leef. Alles gaat aan me voorbij, en ik kan niet stoppen met denken aan hoe het vanavond zal gaan met mijn ouders en Matthy. Ze hebben geen idee van wat er echt met me speelt. Niemand weet dat.

"En je kijkt nog steeds uit naar vrijdag, toch? De Afasshow?" Nova probeert me wat op te vrolijken. Ik knik, iets oprechter dit keer. De gedachte aan Matthy op het podium, bezig met iets waar hij van houdt, geeft me een kleine vonk van vreugde. Maar zelfs dat voelt niet zoals het zou moeten. Alsof die vreugde snel weer wordt overschaduwd door de donkere wolken in mijn hoofd.

"Ja, ik kan niet wachten om hem live te zien." zeg ik, mijn stem is iets zachter dan ik wil. Nova glimlacht, maar ik zie de bezorgdheid in haar ogen. Ze weet dat ik niet oké ben, maar net als iedereen laat ze me in mijn ruimte. Misschien omdat ze niet weet hoe ze me moet helpen, of misschien omdat ik dat niet toelaat.

Ik kijk naar de klok en zie dat het tijd is om naar de campus te gaan. Ik sta op, pak mijn tas en werp een laatste blik op Nova. Ze kijkt me na, alsof ze iets wil zeggen, maar uiteindelijk blijft het stil. "Ik zie je straks wel." zeg ik, terwijl ik richting de deur loop.

Littekens van het VerledenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu