58

807 17 8
                                        

7 januari, zaterdag, 5:00

~heel lang hoofdstuk (9391 woorden)

Pov Lynn:

Het is vroeg in de ochtend, rond vijf uur, als ik de auto start. Het is nog donker buiten, de lucht is zwaar en stil, en de weg voor ons ligt er verlaten bij. Maarten en Jana zijn net zo slaperig als ik, maar we zijn vastbesloten om vandaag weer thuis te komen. De week op de piste was intens, maar ook vermoeiend, en ik ben blij dat we richting Nederland rijden. We zouden rond twee uur vanmiddag thuis zijn, als alles meezit.

Ik focus me op de weg terwijl Maarten naast me in de passagiersstoel zit. Jana zit achterin, haar hoofd tegen het raam geleund. Het is rustig in de auto, de stilte voelt vertrouwd, alsof we allemaal genieten van het rustige begin van de dag. De snelweg strekt zich voor ons uit, oneindig, en het enige geluid dat de stilte doorbreekt is de zachte bries van de ventilatie en het zachte gesnurk van Jana die half in slaap is gevallen.

Na een tijdje voel ik de vermoeidheid ook toeslaan, maar we houden het vol. We hebben nog een lange rit te gaan, en hoewel ik wel gewend ben om langere stukken te rijden, merk ik dat mijn energie langzaam afneemt. Om negen uur stel ik voor om ergens te stoppen voor ontbijt.

"Zullen we even pauze nemen?" vraag ik terwijl mijn ogen op de weg gericht zijn. "Ja, goed idee." mompelt Maarten, terwijl hij met één oog naar zijn telefoon kijkt. Jana maakt een slaperig geluidje en knikt half in slaap achterin.

Ik parkeer de auto bij een wegrestaurant dat aan de kant van de snelweg ligt. Het is niets bijzonders, gewoon een typisch wegrestaurant, maar op dit moment maakt het me niet uit. Ik ben blij om even te kunnen bewegen en wat frisse lucht te krijgen. We stappen uit en lopen naar binnen. De geur van versgebakken brood en koffie dringt mijn neusgaten binnen, en ik voel mijn maag knorren.

We nemen plaats aan een tafel bij het raam en halen wat ontbijt – een broodje, een sapje, en een kop koffie. Terwijl we aan het eten zijn, begint het gesprek langzaam op gang te komen. Maarten kijkt op van zijn telefoon en kijkt mij grijnzend aan. "Jij kunt echt niet zonder koffie, hè?" zegt hij, terwijl hij naar mijn kop wijst.

Ik trek mijn wenkbrauwen op en neem een grote slok. "Als je vijf uur 's ochtends moet opstaan en nog een halve dag moet rijden, heb je wel een beetje hulp nodig." Maarten lacht en Jana voegt zich er half slapend bij. "Nou, Lynn zonder koffie, dat wil je ook niet meemaken." plaagt ze.

"Dat is gewoon zelfbescherming, hoor." zeg ik met een knipoog. We lachen samen, en het voelt fijn, deze luchtigheid, na een week waarin ik me meer in mezelf heb teruggetrokken dan ik had gewild. Terwijl we verder praten, voel ik mijn telefoon trillen in mijn zak. Ik haal hem tevoorschijn en zie dat het een berichtje van Matthy is. Een kleine glimlach speelt om mijn lippen als ik het lees:

Het idee dat hij me straks weer ziet, maakt me blij, maar er is ook iets wat aan me knaagt

Deze afbeelding leeft onze inhoudsrichtlijnen niet na. Verwijder de afbeelding of upload een andere om verder te gaan met publiceren.

Het idee dat hij me straks weer ziet, maakt me blij, maar er is ook iets wat aan me knaagt. De afgelopen dagen, de slapeloze nachten... het is een soort sluier die constant boven mijn hoofd hangt. Ik hoop dat het beter wordt zodra ik terug ben. Na het ontbijt stappen we weer in de auto, klaar voor het laatste stuk van de reis. Jana kijkt naar me vanuit de achterbank en zegt speels, "Hoe kan het dat jij altijd degene bent die rijdt, Lynn?"

Littekens van het VerledenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu