43

918 12 0
                                        

~vervolg

We laden de koffers in de auto, en ik voel de spanning en opwinding van Las Vegas door me heen gieren. Het is niet mijn eerste keer hier, maar het gevoel van deze stad blijft altijd bijzonder. Ik ga naast Matthy zitten in de auto en glimlach naar hem terwijl hij achter het stuur plaatsneemt. "Heb je iets gekocht bij de douane?" vraagt Matthy, zijn ogen twinkelen van nieuwsgierigheid.

"Ja!" antwoord ik enthousiast. "Een nieuwe zonnebril." Matthy begint te lachen en schudt zijn hoofd. "Weer een zonnebril? Hoeveel heb je er inmiddels wel niet?" Ik grinnik en haal mijn schouders op. "Te veel om te tellen, maar ze zijn allemaal anders!"  "Tuurlijk, en je draagt ze allemaal even vaak, zeker?" plaagt hij, terwijl hij de auto start en de stad uitrijdt.

Voordat ik kan antwoorden, mengt Maarten zich in het gesprek. "Je moet haar snoepcollectie eens zien, Matthy. Net voor we hier kwamen, moest ze natuurlijk eerst nog even een zak schepsnoep halen." Matthy grinnikt en kijkt even opzij naar me. "Dat is precies wat ik ook had gedaan. Ik ben ook een zoetekauw, net als jij." Ik voel mijn wangen warm worden, maar ik schiet in de lach. "Nou, dan hebben we straks in ieder geval genoeg voorraad voor de komende dagen!"

Terwijl we verder rijden, kan Maarten het niet laten om me te blijven plagen. "Zeg, Lynn, ga je die zonnebril ook dragen als het regent? Je hebt er nu zoveel, misschien kun je wel een eigen zonnebrillenwinkel beginnen." "Misschien moet ik dat wel doen." zeg ik met een grijns, terwijl ik naar buiten kijk en de neonlichten van Las Vegas steeds dichterbij zie komen. "Maar dan alleen als jij mijn eerste klant bent."  "Alleen als er gratis snoep bij zit." reageert Maarten snel, wat ons allemaal aan het lachen maakt.

De rit verloopt snel door al het lachen en plagen, en voordat we het weten, komen we aan bij het hotel. Het is een groot, glanzend gebouw dat perfect past bij de extravagantie van Las Vegas. We nemen onze koffers uit de auto en lopen richting de ingang, waar Maarten ons voorloopt om in te checken.

Terwijl Maarten bezig is bij de balie, trekt Matthy me zachtjes dichter naar zich toe. Hij legt een hand op mijn rug en kijkt me met zijn warme ogen aan. "Ik ben zo blij dat je hier bent." zegt hij zachtjes, bijna fluisterend. Ik voel een warme gloed door me heen gaan en glimlach naar hem. "Ik ook." zeg ik terwijl ik mijn hand op zijn borst leg en even geniet van dit stille moment samen. We zijn hier, in een van de meest bruisende steden ter wereld, maar op dit moment lijkt het alsof we de enigen zijn die ertoe doen.

Matthy buigt zich naar me toe en geeft me een zachte kus, en ik voel mijn hart sneller kloppen. Het is een lief en intiem moment, ver weg van de drukte om ons heen. Voordat ik iets kan zeggen, verschijnt Maarten weer, een grijns op zijn gezicht. "Jullie twee zijn echt klef, weten jullie dat?" zegt hij plagerig terwijl hij ons vragend aankijkt. Ik voel mijn wangen weer warm worden, maar ik schiet in de lach. "En daar heb je last van, grote broer?"

Maarten haalt zijn schouders op en geeft me een speelse knipoog. "Nee hoor, zolang jullie niet beginnen met zoetsappige dingen zeggen waar ik bij ben. Dat kan ik niet aan." Matthy lacht en slaat een arm om mijn schouder. "Maak je geen zorgen, Maarten. We zullen ons inhouden. Misschien."

We nemen onze sleutels in ontvangst en beginnen aan de korte tocht naar onze kamers. Maarten en ik delen een verdieping, net boven die van Matthy en Robbie. Het voelt goed om zo dichtbij elkaar te zijn, maar toch een beetje ruimte te hebben om ons eigen ding te doen. "Zullen we straks wat gaan eten?" vraagt Maarten terwijl we de lift instappen. "Ik heb gehoord dat er een geweldig restaurant in de buurt is."

"Klinkt goed." antwoord ik, terwijl ik mijn hoofd tegen Matthy leun. De jetlag begint langzaam toe te slaan.

We stappen de lift uit en lopen de gang door naar de kamer die Maarten en ik delen. De jetlag begint echt zijn tol te eisen, en ik voel me een beetje wiebelig op mijn benen. Maarten opent de deur en laat me als eerste naar binnen. Zodra we binnen zijn, plof ik neer op het bed, mijn ogen vallen half dicht van vermoeidheid.

Littekens van het VerledenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu