'Geef mijn sleutels terug.' Sis ik hem toe als ik merk dat hij naar me grijnst. Ik raak het oogcontact maar niet kwijt, ook al wil ik weg kijken zijn ogen houden de mijne net gevangen. En daar wil ik absoluut niet intrappen. Ik begin mijn evenwicht kwijt te raken alleen al omdat ik hem zie, hij grijnst nog breder als hij merkt dat ik sta te wiebelen met mijn been. 'Geef. Mijn-' 'Ik hoorde je wel lieverd.' Onderbreekt hij me en gooit de sleutels arrogant naar me toe die ik vlug opvang. Meteen loop ik hem negerend naar de auto en open de deur. Ik stap in en start de motor, maar net dat ik op de gaspedaal wilde drukken gaat de deur van de bijstoel open en komt hij binnen. Hij doet de autodeur dicht en staart voor zich uit. Ik slaak en zucht en zet de motor weer uit waarna ik strak voor me uit kijk . 'Heb je..euh.' Ik zie via mijn ooghoek hoe hij naar me kijkt en dan diep adem haalt. Ik beweeg me niet en staar nog steeds voor me uit. 'Heb je me gemist?' Zegt hij met een tikkeltje onzekerheid. Ik staar nog steeds voor me uit zonder enig antwoord. 'Selma.' Fluistert hij. 'Selma!' Roept hij hysterisch als ik geen antwoord geef. Zijn stemverheffing deed me even schrikken maar liet me nog steeds koud om hem aandacht te geven. 'Ik heb zitten nadenken en ik...' hij hoest waarna er een lange stilte aanbreekt.
'Ik heb spijt oké? Het spijt me. Ik weet nu pas wat ik mis nu ik het niet meer heb.' Zonder dat ik er echt helemaal bij stil sta vult mijn helse lach de auto. Het was geen oprechte lach, maar een lach vol afschuw en sarcasme. Ik leg mijn handen op het stuur en draai mijn gezicht naar de zijne. 'Wil je zo vriendelijk zijn mijn auto uit te stappen, Adan.' Dat laatst zeg ik vol afschuw en spuug ik haast. Ik draai aan de sleutel en zet de motor weer aan en richt dan mijn aandacht weer op hem. Hij kijkt me verward en verbijsterd aan maar dan knikt hij stilletjes. Hij opent de deur en stapt uit, maar voor hij die dicht slaat schenkt hij me een van zijn blikken toe en sluit dan de deur. Ik rij meteen door, en kijk nog voor een laatste keer hoe hij daar staat in het midden van de straat toe te kijken hoe ik weg rij.
Ik heb toch goed gehandeld? Ik bedoel het is toch logisch dat ik zo handel of niet? Jaa tuurlijk wel. Hij heeft me bedrogen met vele anderen, ik bedoel hij gebruikte me gewoon. Hij gebruikte me verdomme gewoon. Hij was mijn eerste laat ik het maar zo noemen 'vriendje' en daar maakte hij flink gebruik van. Gek genoeg doet het me niets meer nu, ik bedoel toen wel maar dat duurde niet zolang voor ik haat voor hem creëerde. Dat ik achter de waarheid ben gekomen is allemaal te danken aan Nassim, hij heeft mijn ogen geopend en ik besef nu waarom hij dat deed. Hij hield oprecht van me. God ik moet met hem gaan praten. Dat had hij me duidelijk verteld voor ik Adan maar ook kende. Ik glimlach als ik terug denk aan Nassim die me was gevolgd tot mijn huis om mij het te vertellen.
'Selma, ik weet echt niet hoe ik dit moet zegen.' Zei hij aarzelend.
'Zeg het nou maar.'
'Zo makkelijk is het niet.' Hij keek me aan en vervolgens rolde ik met mijn ogen.
'Oke wist je dat een bevalling 10keer erger is? Praat gewoon doe niet zo moeilijk tegenover jezelf en mij.' Ik stond op maar hij trok me terug bij mijn arm naar zich toe. Ik belande op hem. Hij trok me recht, maar ik schudde me los en stond op en ging gewoon terug naast hem zitten. En raar gevoel benaderde me. Ik begon te trillen en mijn hart klopte sneller.
'Hier komt het.' Hij draaide zijn hoofd langs de andere kant en begon extreem met zijn voeten te bewegen. Op en neer & op en neer.
'Verdomme stop!' Hij draaide zich terug naar me toe en pakte mijn hand.
'Selma, ik Nassim denk of nee ik weet zeker dat ik iets voor je voel.' Zegt hij 'zo dat is er uit.' Zei hij nou net? Zei hij echt dat hij iets voor me voelt? Als in voelt voelt?
'Wattt!' Met een sprong sta ik op en ga voor hem staan.
'Ja ik mocht je eerst niet, maar toen wist ik niet helemaal hoe je in elkaar zat ik vind je leuk Selma ik hou van je ik ben smoor op je ik kan het niet langer ontkennen... Ik dacht van wel ik geloofde het niet ik wist niet hoe ik hiermee moest omgaan maar ik kan het echt niet langer ontkennen.' Hij staat op en doet een stap naar voor. Ik werp mijn blik naar de grond.
'Zeg iets selma.'
Ik had hem eruit gezet, waarom? Omdat ik het niet gewoon was. Ik wist niet hoe ik hiermee moest omgaan en ik wilde niet toegeven dat ik ook van hem hield. Ik wilde mijn trots houden en hem haten van de dag dat ik hem zag tot de dag dat ik hem niet meer zag. Ik ben nou eenmaal zo.. zo koppig en eigenwijs, steeds als Nassim iets goeds probeerde te doen hoorde ik Dessie's stemmetje hetzelfde zegen.
'Haat en liefde liggen niet ver van elkaar.'
En dat klopt, het klopt helemaal. Je begint ook als aartsvijanden voor je beste vrienden word. Zo begon het tenminste tussen mij en Dessie. Een simpele val van een oude vrouw bracht ons samen.
Ondertussen ben ik al bij het politiebureau. Ik haal diep adem voor ik de deur open en naar binnen loop. 'Kan ik u helpen?' Zegt een vrouw met binnen gevlochten blonde haren, begrijp me niet verkeerd maar het ziet eruit als een laagje stro. Wat ik opmerk is dat ze van die pofbroeken draagt met lange puntige botten. Ze ziet er niet erg oud, maar ook niet zo jong uit. Ik loop naar haar toe en knik. 'Ik zoek Bilal ElMa-' 'Ja hij is hier maar wat komt u doen?' Onderbreekt ze me. Hoe weet ze nou over welke Bilal ik het heb als ze de achternaam niet eens hoorde?
'Nou ik kom zijn ID-kaart brengen zodat hij weer weg kan.' Zeg ik. Ze klakt met haar tong en wenkt me dan haar te volgen naar een kamer. 'Zet u.' Zegt ze waarna ze achter het bureau ploft. 'Ik denk dat ik het u eens goed moet uitleggen mevrouw.' Zegt ze. Ze legt haar handen op elkaar en kijkt me dan voor een poosje aan.
'Mag ik vragen wat hij van u is?' 'Mijn broer.' Ze knikt kort en zucht dan. 'Jou broer mag niet weg.' Zegt ze. Ik trek mijn wenkbrauw op en kijk haar niet begrijpend aan. 'Hoe bedoelt u?' Vraag ik en leg mijn tas neer op de grond. 'U broer bezit drugs.' Wat? Wacht wat? Mijn ogen worden groot en schud hevig mijn hoofd. 'Ik denk dat u het over de verkeerde hebt.' Zeg ik onzeker. 'Ik ben zeer nauwkeurig in mijn job jongedame, uw broer bezat of bezit nog steeds drugs.' Ik schud vol ongeloof mijn hoofd heen en weer en sta dan op. 'Onacceptabel is dit!' Roep ik. Ze staat op en loopt naar me toe. 'Mevrouw wilt u rust-'
'Nee! U beschuldig mijn broer van drugsdealer!' Roep ik en gooi mijn handen in de lucht. 'Doe eens rustig aan mevrouw dan kunnen we dit rustig bespreken.' Zegt ze 'We hebben helemaal niets te bespreken! Ik wil mijn verdomde broer zien en naar huis gaan!' Dan word de deur open gezwaaid door een lange mannelijke agent. 'Alles goed hier?' Zegt hij doelend op de vrouw, ze knikt naar hem en hij loopt weer weg. Ze kijkt me even twijfelend aan maar knikt dan. 'Goed, u kunt hem zien. Maar hij mag niet weg.' 'Onzin.' Sis ik.
'Paar minuten mevrouw.' Ik kijk haar dodelijk aan en loop dan naar binnen. 'Bilal?' Zeg ik en loop naar de tralies toe. Hij staat op en komt ook dichter. Ik pak zijn hand vast en hij glimlacht naar me. 'Bilal ze willen je niet laten gaan, ik weet dat het een misverstand is dat je geen drugs bezit en-' 'Selma.' Onderbreekt hij me en kijkt naar de grond. 'Ja?' 'Ik wil dat je dit naar niemand verteld, ook niet aan Mama noch Fouad.' Ik knik opgelucht en hou zijn hand stevig vast. 'Maar het is waar.' Meteen trek ik mijn hand ruw terug en kijk ik hem vol ongeloof aan. 'W...w wat?' Stotter ik. 'Het is waar Selma.' Zegt hij. 'Ik ga het niet ontkennen, ik heb al genoeg volgehouden ik kan niet langer leven zonder mijn straf onder ogen te komen.' Mijn gedachtes flitsen naar zijn brieven. 'Waarom belde papa je? Waarom heb je zoveel spijt? Waarom kwam je niet meteen naar huis? En waarom voel je je zo schuldig om papa's dood?' Vuur ik op hem af. Als ik naar hem opkijk zie ik de tranen over zijn wang rollen. 'Je hebt in mijn kamer zitten flik vlooien.' Roept hij dan uit woede en baalt zijn hand tot een vuist. Uit schrik zet ik een stap achteruit en kijk hem met grote ogen aan.
'Het enige dat ik je vraag is dat je jou mond hierover houd begrepen!' Zegt hij dreigend. Wie is dit? Zo klinkt Bilal nooit. De tranen rollen over mijn wang en meteen loop ik naar buiten zonder antwoorden. Ik loop langs de mensen heen en open de auto deur waar ik mijn hoofd op het stuur laat rusten en stilletjes snik.
JE LEEST
From hate to love
RomanceKen je dat wanneer je denkt alles al gezien en gehoord te hebben? Wanneer je denkt dat het niet meer erger kan maar het tegendeel toch wordt bewezen. Sommige mensen weten waar ze voor leven, wat hun doel is, wat ze willen bereiken en ik? Ik weet nie...
