Hoe kon ik zo dom geweest zijn? Vertel me in hemelsnaam waarom ik zo dom was? Waarom wilde ik niets van Nassim hebben? Waarom?
Ik kijk mezelf in de spiegel aan, even schrik ik van hoe ik erbij loop. Dit ben ik niet? Dat kan niet. Mijn ogen zijn bloedrood en opgezwollen van het huilen, en ik heb echt opvallende wallen gekregen. Mijn lip is paars en eenbeetje gescheurd van onder. Ik zie er bleek en zwak uit. De laatste keer dat ik mezelf zo zag was om mijn geliefde vader.
'Selma je bent gewoon een trut.' Zeg ik naar mezelf. Ik kijk mezelf beangstigend aan en hou de wasbak extra hard vast als ik me even draaierig voel.
Ik sluit mijn ogen even en blaas alles even uit. Als ik mijn ogen open zie ik achter me via de spiegel Nassim naar me glimlachen. Hij legt zijn handen op mijn heupen en kust mijn nek van achter. 'Alles komt goed Selma.' Fluistert hij in mijn oor. Een titelend gevoel gaat door me heen. 'Hou je sterk.' Fluistert hij nog eens. 'Blijf bij me Nassim ik heb je echt nodig.' Tranen rollen over mijn wang als ik mijn zin uitspreek. Zijn hand veegt alles weg en glimlacht vredig naar me.
Als ik mijn ogen weer open kijk ik weer achter me, ik kijk nog eens in de spiegel maar zie hem niet. Ik kijk naar mezelf terwijl de tranen over me heen glijden. 'Het komt goed, alles komt goed Nassim.' Zeg ik en veeg mijn tranen weg.
Als ik de dokter zie die Nassim verzorgd hurk ik naar hem toe. 'H.' Ik val even weg en schraap mijn keel. 'Hoe gaat het met Nassim?' 'Ik moet jammer genoeg meedelen dat hij er niet echter beter op word, hij zit al een week in coma en nog steeds is hij even zwak als toen hij hier binnen kwam. Het lijkt alsof hij niet hersteld.' Hij kijkt mij serieus aan, ik voel me weer draaien en voel dan hoe iemand me vast pakt. 'Gaat het?' Klinkt er door me. Als mijn ogen helder openen zie ik dat de vader van Nassim mij bezorgd aan kijkt. Ik knik en bedank hem. 'Maar het word toch beter met hem dokter?' Vraagt hij. 'Ik ben bang dat-' 'Nee! Nassim word beter! Hij gaat beter worden! Beter als eerst zelfs! We mogen hem niet opgeven, hij is er nog en hij gaat het halen daar ben ik zeker van!' Roep ik naar de dokter. 'Dat hopen we.' Zegt hij. Na zijn woorden loop ik terug naar de wachtzaal en laat de vader van Nassim achter met de dokter. Hij is nog vragen aan het stellen over Nassim's situatie.
Ik word gek. Letterlijk gek.
'Nassim heeft zometeen een zware operatie in verband met zijn hoofd.' Ik schrik wakker en kijk naar zijn vader. Ik knik. Ik wist dat hij vandaag een operatie zou doen. 'Nassim gaat het halen.' Zeg ik om hem de moed in te slaan als hij zijn ogen neerhaalt naar beneden. Hij kijkt naar me op en gaat naast me zitten. 'Dat gaat hij zeker meid, hij gaat het zeker halen. Nassim is heel sterk er is geen reden waarom hij niet zou moeten vechten.' Kaatst hij, alsof hij mij de moed nu inspreekt. Maar hij weet dat ik het meer dan hem nodig heb.
Ik loop rondjes als de operatie meer dan 2uur duurt. Meer dan verwacht dus. Ik zag nog wel een zuster maar ze had haast en wilde mijn vragen niet beantwoorden. De vader van Nassim zit rustig op de stoel met zijn handen op zijn hoofd. De man probeert zich sterk te houden maar ik heb hem deze avond meer dan een keer zijn tranen zien weg vegen.
'Hoe is het met hem?' Hoor ik zacht. 'Het gaat al beter worden met hem vermoed ik, hij is sterk.' 'Dat is mijn zoon.'
Ik open mijn ogen en wacht even voor ik besef waar ik ben. Ik sta meteen op als ik merk dat ik op de stoelen lig. Hoe? Ik moet vast in slaap zijn gevallen. Zijn ze nu pas klaar? De zon schijnt al fel.
'Ik wil hem zien.' Zeg ik schor. Beide gezichten kijken me aan. 'Ik wil hem zien, toe ik mocht hem een week niet zien.' zeg ik wanhopig. 'Mag ze hem zien.' Zegt de vader van Nassim en kijkt naar de dokter. Hij moet er precies lang over nadenken voor hij knikt. 'Maar heel eventjes hij heeft zijn rust heel hard nodig.'
Ik loop met hem mee, ik kreeg een mondmasker die ik eerst weigerde maar anders mocht ik niet naar binnen gaan.
Hij sluit de deur achter mij en mijn ogen glijden meteen over het bed waar Nassim in ligt.
Ik pak een stoel en ga dicht bij hem zitten. Hij ziet er echt slecht uit. Hij heeft overal kabels en hem zo zien doet me enorm veel pijn. Zonder dat ik het besefte rollen de tranen over mijn wangen. Ik veeg ze rustig af en lach dan zwakjes naar Nassim. 'Hey Nassim ik ben het Selma.' Weet ik over te brengen. Ik probeer me groot te houden voor hem maar dat lukt niet. De tranen rollen en ik kan ze niet tegenhouden.
'Nassim ik smeek je word beter laat me niet alleen, ik heb je nodig Nassim.' Ik leg mijn handen voor mijn ogen zodat de tranen stoppen maar dat helpt niet.
'Ik en je vader hebben je nodig.' Zeg ik hees. 'Ik blijf hier dag en nacht tot je wakker word, ik zal de hoop nooit opgeven. Ik zal in je geloven net zoals je in mij geloofde toen ik in het middelbare honing in je gel pot deed en slagroom in je bed en sokken had bespuit.' Ik glimlach eventjes bij die gedachte. 'Weetje nog hoe erg onze leerkracht van Nederlands ons haatte hij werd helemaal gek van ons, ik werd helemaal gek van ons.'
'Je wilde altijd vrede maar ik wilde mijn trots behouden, je wilde vrienden worden maar ik weigerde omdat ik je niet in wilde laten.' Ik veeg mijn tranen even weer weg en blaas het even uit. 'Ik wilde jou nooit in laten, ik wilde het niet omdat ik wist dat ik echt van je hield. Ik wilde je geen pijn doen.'
'Ik liet die klootzak Adan toe omdat ik wist dat ik niet zoveel van hem hield als van jou, omdat ik wist dat onze liefde niet zo gevaarlijk was als die van jou en mij.'
'Nassim ik weet dat je me hoort, ik weet dat je alles hoort wat ik zeg en ziet wat ik doe. Ik weet d-' ik stop met praten als er op de deur word geklopt. Dat is het teken dat ik moet gaan.
Ik pak Nassim zijn hand vast en druk er een zachte kus op. 'Het spijt me zo erg, dit is allemaal mijn schud.' Zeg ik en sta op.
Ik loop naar de deur en kijk nog om naar Nassim. 'Hou vol Nassim.' Zeg ik waarna ik mijn mondmasker opzet en naar buiten loop.
'Benti je moet echt wat eten, en dan naar huis gaan wat slapen.' We zijn alweer een dag verder en Nassim zit nog steeds in dezelfde situatie. Hij is er niet beter noch slechter op geworden. En ik begin eerlijk gezegd de hoop echt te verliezen. 'Benti?' Ik word wakker geschud door de vader van Nassim die me bezorgd aan kijkt. 'Nee 3amou ik kan niet naar huis gaan terwijl Nassim hier nog ligt.' Breng ik er met moeite uit. Naar mijn moeder heb ik gezegd dat ik heel lang blijf slapen bij Dessie omdat ze het moeilijk had vanwege iets zei ik. Ze vroeg wat maar ik zei haraam ik heb gezworen dit dat. Nou ja. Als zij mij gelooft dan mijn broers Fouad en Bilal ook natuurlijk! Ik kan ze dit echt niet vertellen. Zelf weet ik ook niet waarom maar gewoon dan moet ik alles vertellen over Adan. En ik wil mijn moeder niet schaden.
JE LEEST
From hate to love
RomanceKen je dat wanneer je denkt alles al gezien en gehoord te hebben? Wanneer je denkt dat het niet meer erger kan maar het tegendeel toch wordt bewezen. Sommige mensen weten waar ze voor leven, wat hun doel is, wat ze willen bereiken en ik? Ik weet nie...
