Mijn hart maakte en sprongetje.
En nog een. En nog een. En nog een.
Kriebels die in mijn buik jeuken, mijn hoofd die tolt bij zijn woorden en mijn lippen die verlangen naar de zijne.
Nog steeds kijk ik hem verdwaald aan. Wat ik ook ben. Ik ben machteloos in zijn buurt. Ik ben zelfs het verschil tussen rechts en links vergeten vanwege zijn aanwezigheid.
'Selma.' Fluistert hij wat me nog meer kriebels bezorgt. Ongemakkelijk knik ik als ik weeral merk dat hij verbijsterd van mijn ogen naar mijn lippen kijkt.
Ik glimlach volmaakt en hij doet meteen hetzelfde.
'Ik zweer je dat als ik je pijn toen kon verzachten ik het meteen deed.' Zegt hij terwijl zijn ogen nog steeds verbonden zijn met de mijne. Weer zie ik een fonkel van oprechtheid in zijn ogen en krul mijn mondhoeken naar boven.
'Ik was je zorgen echt niet waard.' Mompelt hij binnensmonds maar hoorbaar.
'Ik heb alles voor je over.' Fluistert hij en trekt me nog dichter naar zich toe. Ik voel me trillen van top tot teen als ik echt te dicht bij hem sta. Ik voel zijn adem mijn gezicht verwarmen. 'Echt alles.' Voegt hij toe.
'Selma!' Klinkt er van buiten. Maar ik negeer het en geniet van dit moment. Ik geniet van zijn woorden en van mijn mooie zicht. Ik geniet van de kleine afstand tussen ons. Ik geniet van zijn sprankelende ogen die mij intens aankijken en tegelijk verlangend.
'Ik heb je nooit zo erg gehaat als van je gehouden.' Zegt Nassim voor hij me loslaat maar mij nog steeds even intens aankijkt.
Ik voel een laagje teleurstelling in me rondgaan als ik zijn armen niet meer om me heen voel. Ik verlang terug naar zijn aanraking.
'Haat en liefde liggen niet ver van elkaar.'
Wat heb ik toch en wijze vriendin. Ze heeft ook altijd gelijk. Heel vaak. Zo vaak dat ik het haat om haar gelijk te geven dan, ook al weet ik dat ze geen gelijk wilt hebben maar alleen eerlijk is.
'Selma! Verdomme doe die verdomde deur open!' Ik kijk geschrokken op als ik door heb dat het Fouad is en hij daar al een tijdje voor de deur staat. Hij zou Nassim vermoorden als hij zag hoe dichtbij hij bij me stond. Hij zou mij levend begraven als hij wist dat ik hiervan geniet en het stiekem ook wil. 'Wacht even! Ik doe mijn kleren aan stond onder de douch!' Roep ik zo stabiel mogelijk.
'Snel dan.' Hoor ik hem gebroken zuchten. Hij was vast gaan wandelen nadat ik het hem vertelde over Bilal. Maar Bilal laat ik achterwegen nu. Ik ben met Nassim nu. Mijn focus ligt te hoog bij Nassim dat ik amper aan Bilal kan denken.
'Je moet weg.' Piep ik zacht en kijk vlug weg uit schaamte. Ik schaam me omdat het klonk alsof ik hem niet weg wil. Wat ook zo is, ik wil hem het liefst altijd bij me hebben maar dat gaat nu eenmaal niet. We zij-
Mijn gedachtes worden onderbroken als ik via mijn ooghoek Nassim dichter bij zie komen. Dichter dan dat we al bij elkaar stonden.
Ik verstijf helemaal als ik zijn handen op mijn gezicht voel en hij mijn gezicht voorzichtig terug naar boven duwt, hij doet het zo rustig en teder alsof ik zo kwetsbaar ben. Ik open mijn ogen en kijk terug op in de fonkelde oogjes van Nassim die me doen huiveren en mijn hart nog harder laat slaan.
Voor ik maar weg kan kijken of en stap achteruit zetten voel ik zijn warme zachte lippen op de mijne aangedrukt.
Geschrokken door zijn onverwachte handeling sperren mijn ogen wijd open. Ik raak het controle over mijn lichaam kwijt en betrap mezelf op het feit dat ik me mee laat slepen.
Mijn benen -die ik niet meer op de grond voel alsof ik zweef- trillen helemaal. Mijn hart springt er haast uit zelfs mijn nek klopt hard mee.
Hij trekt me nog dichter tegen zich aan terwijl onze lippen nog in verbinding zijn. En dan laat ik me gaan. Ik beantwoord zijn kus zachtjes terug. Ik sluit mijn ogen en laat me mee gaan met het moment.
JE LEEST
From hate to love
Lãng mạnKen je dat wanneer je denkt alles al gezien en gehoord te hebben? Wanneer je denkt dat het niet meer erger kan maar het tegendeel toch wordt bewezen. Sommige mensen weten waar ze voor leven, wat hun doel is, wat ze willen bereiken en ik? Ik weet nie...
