Ik liep met een verdoofd hoofd staat in en straat uit.
Ik wist niet waar ik was, laat staan welke richting ik heen moest gaan.
Ik bleef nu staan en de tranen bleven rollen………..
Mijn tas liet ik even op d grond zakken en keek maar om heen. Ya ra bi, help mij” zei ik heel zachtjes en keek naar de lucht…..Ya ra bi, dit heb ik niet verdiend……
Ik keek nu achter mij om en ik slaakte een diepe zucht.
Er was niemand achter mij aangegaan……….IK voelde nu toch een angst opkomen…….
Klootzak ook……….
Ik wist het even niet……Even twijfelde ik om terug te gaan…..
Ik heb geen enkele reden om terug te gaan tenzij ik mijn zwakte wilde laten zien.……..
Die gedachte schudde ik meteen weg.
Ik haalde weer diep adem en keek nu weer om mij heen. Ik zag nu een ouder man lopen en zonder nog na te denken liep ik op hem af.
Meer dan Salaam kwam even niet uit mijn mond. ……….
Mijn Arabisch niet al te denderend maar ik moest iets doen.
Ik keek weer om mij heen. Er was niemand. Niemand liep mij achterna.
De man keek mij nu vragend aan. Ik zag ook een bezorgde blik in zijn ogen. “Benti” hoorde ik hem zeggen….
“Ik moet…ik moet weg stamde ik nu. Ik wil naar huis” zei ik en ik begon te huilen…
Benti, zei hij weer en hij keek nu om zich heen.
Ik voelde nu een hand op mij schouder en hij bleef mij aankijken.
Benti, even rustig blijven” zei hij. “Zijn stem klonk zacht en warm en ik keek hem weer huilend aan.
“Ik heb niemand meer”.” Ik moet naar huis, ik moet naar Nederland”.
U moet mij helpen” zei ik.
Heb je geen ouders” zei hij….Heb je geen familie?
Nee, zei ik. Mijn ouders zijn dood” zei ik snikkend……..
IK hoorde hem een brok wegslikken
ik keek hem weer aan en ik zag de twijfel in zijn ogen.
Wollah, ik lieg niet. Ik heb niemand meer. Mijn vader en moeder zijn dood en ik moet terug naar Nederland”
Hij keek weer om zich heen en de tranen rolden weer over mijn wangen.
“Alsjeblieft, u moet mij helpen” zei ik smekend. “Ik heb niemand hier”
Safi benti, hoorde ik hem zeggen. “Kom maar mee” zei hij met een zucht.
Stop even met huilen” zei hij en legde weer zijn hand op mijn schouder. Ik knikte en veegde daarna mijn tranen weg…….
Hij pakte nu mijn tas van mij over en ik zag een vriendelijke warme lach op zijn gezicht verschijnen.
Waar kom je vandaan? Vroeg hij. Hoe ben je hier terechtgekomen?
Ik weet het niet” zei ik en ik begon weer te huilen.
Benti, je moet even rustig blijven, kom maar mee” zei hij weer……
IK veegde weer de tranen weg en ik probeerde nu voorzichtig een glimlach op mijn gezicht te toveren maar het lukte niet.
Zijn blik was heel zacht maar ook heel doordringend. Er hing ook iets rustgevend om zich heen.
Een vertrouwen wat hij nu uitstraalde voelde heel goed aan…….
De man was zeker van de leeftijd van mijn vader.
Hij zette de stappen voort en ik liep nu braaf met hem mee.
We hebben zeker een kilometer of drie moeten lopen. Het was zeker een halfuur lopen en ik bleef maar om mij heen kijken.
We liepen nu snel een smal straatje binnen.
Hij bleef staan bij een smal deur en keek mij weer aan. De man deed de deur open en ik hoorde hem Bi ismi Allah zeggen.
Hij wees naar binnen en ik wist nu dat ik overgeleverd was aan hem……
Het was een donker huis. Het rook er fris en het was doodstil……….
Ik bleef nu in de kleine staan en de spanning schoot nu toch naar mijn keel.
Kan ik hem vertrouwen?
De man keek mij weer aan en ik zag nu een warm glimlach op zijn gezicht verschijnen.
Evan dacht ik aan Ome Jan, die blik was al terugstellend.
Hij liep nu voorop en ik volgde hem maar………
Ik mocht plaats nemen binnen een grote binnenruimte wat diende als een soort woonkamer.
Voordat ik iets kon zeggen hoorde ik voetstappen door het huis.
Een oudere dame stond mijn nu vreemd aan te gapen.
Hij gebaarde daarna zijn vrouw om thee te zetten en riep de naam naar iemand met de naam Doha.
