Mevrouw Van Echten zet me af voor ons huis.
"Je weet het hè? Elke maand naar de therapeut in plaats van elk jaar, je moet zorgen dat je niet spijbelt en zodra Josef en jij weer zo dramatisch botsen als vlak voor Josef geheim uitkwam..."
"Moet ik direct het nummer uit mijn mail bellen, jaja, ik heb de mail ook gelezen!" Ik schenk mevrouw Van Echten een glimlach. Ik stap uit. Als ik mijn spullen uit de kofferbak pak zie ik Josef het huis uit stormen. Ik laat mijn weekendtas vallen en word bijna door hem omver gelopen.
"Hey girl! Welkom thuis!" Vermorzeld in zijn omhelzing kan ik niets uitbrengen.
"Je liet me bijna stikken malloot!" Mompel ik lachend als hij me loslaat. Ik geef hem een plagende duw. Mevrouw Van Echten staat bij haar auto naar ons te kijken. Als ik omkijk komt ze met haar hoofd schuin naar ons toe gelopen.
"Aawh, jullie hebben het echt verdiend. Je bent niet de enige die ik begeleid heb Cloé, maar je moet weten dat ik me nog nooit zo persoonlijk met een zaak ingeladen heb. En dus... Het is eigenlijk niet goed, maar ik heb dit voor jullie." Ze geeft me een envelop. "Jullie kunnen het wel gebruiken, dacht ik zo." Verbaasd maak ik de envelop open.
"Een vakantie? Meent u dit?" Vraagt Josef. Ze knikt.
"Ach het kon er wel af." Mompelt ze. In een opwelling druk ik een zoen op haar wang. Geschrokken deinst ze een stukje achteruit.
"Woeh, het wordt toch warm hier..." Mompelt ze. Ik schiet in de lach.
"Dankuwel." Zeg ik oprecht. "Voor alles." Mevrouw van Echten knikt. Na een kort afscheid stapt ze in de auto. Josef legt een arm om mijn schouders en samen zwaaien we haar uit. Samen.
~+~
Twee weken later, in de herfstvakantie
Ik zet mijn hand boven mijn ogen en kijk over het strand naar de zee. Er is al bijna niemand meer, maar het is dan ook al best laat. De enorme oranje zon staat steeds lager aan de hemel, achter mij een langgerekte schaduw creërend. Een groepje jongens loopt langs. Ik zie ze wel kijken. Voor het eerst in tijden heb ik een bikini aan en aangezien ik weigerde mijn littekens te verstoppen is alles wat ik verder aan heb een stranddoek, om mijn middel. Ik negeer de blikken en glimlach, starend in de verte.
"Hey." Ik draai me om en kijk in de stralende, azuurblauwe ogen van Josef.
"Hey." Zeg ik terug. Josef legt een hand op mijn schouder. "Het is echt fantastisch hier." Verzucht Josef. Ik haal een hand door mijn Ariëlrode haar en knik instemmend. Ik zet een stap in het nog hete zand en adem eens diep in en uit. Josef gaat naast me staan en drukt me eens dicht tegen zich aan. Mijn geribbelde huid drukt tegen zijn zij. Nog meer mensen kijken op als ze langslopen, op weg naar hun hotel. Het is dan ook niet zo'n heel normaal gezicht: Twee paar azuurblauwe ogen, twee lichamen onder de littekens en één gruwelijk trauma. Al kunnen de mensen dat niet zien, nadenken zullen ze zeker en ik hoop dat ze bedenken dat het een eenmalig ongeluk was en daar heilig van overtuigd raken, dan slapen ze beter. Ik zucht diep en ga in het zand zitten. Josef gaat naast me zitten. Een zacht briesje waait door mijn haar. Josef ziet hoe ik achterover ga zitten. Hij pakt een pakje lucifers uit de zak van zijn zwembroek en zwaait er even mee voor mijn neus langs.
"Kom, niet lui achterover zitten, we maken een kampvuur." Ik glimlach en sta op om een kuil te graven. Josef staat op om brandhout te zoeken. Algauw brandt het vuur, gaat langzaam de zon onder en wordt het donker. Het wordt kouder en kouder en steeds dichter gaan we op elkaar en op het vuur zitten. We praten wat, over van alles, maar dan valt het even stil. Een harde bries overvalt me. Ik voel de wind langs mijn blote benen strijken en huiver. De rilling zet mijn ruggengraat in brand. Josef ziet het en slaat zijn armen om me heen. Ik zucht en kruip diep in zijn armen.
"Zullen we ons verleden dan rond dít kampvuur wel echt afsluiten?" Vraag ik zacht.
Josef knikt glimlachend en frommelt wat in zijn zakken.
"Ik heb dit gemaakt." Hij vouwt een papiertje open. "Om in het vuur te gooien." In grote letters staat er ONS GEHEIM. Ik glimlach en pak dan samen met Josef het papiertje vast.
"Drie..." Fluistert Josef. "Twee..." Val ik bij. "Een..." Fluisteren we samen. Tegelijk steken we onze handen uit. Het papiertje valt in het vuur en Josef en ik staren in de vlammen: Alsof we ons verleden vermoorden. Deze keer wel.
JE LEEST
Ons geheim
General FictionTwee paar azuurblauwe ogen, twee lichamen onder de littekens en één gruwelijk trauma... Josef en Cloé zijn broer en zus. Ze delen een gruwelijke haat tegenover hun moeder: Hun moeder, die de negenjarige Josef en de zevenjarige Cloé in dit verhaal o...
