Hoofdstuk 22

442 4 0
                                        

Wolfs

Eva zit vrolijk te babbelen met Rafael, terwijl ze Sepp laat paardjerijden op haar schoot. Ik aanschouw het tafereel even, dan voel ik twee handen in mijn zij prikken. 'Lief zijn ze hè', mompelt Fleur tegen me. Ik knik, 'al mijn favoriete mensen bij elkaar, gelukkiger kan je me niet maken'. 'Je wordt een sentimentele zak, pap', zegt Fleur grijnzend. 

'Heb je hulp nodig', knikt ze dan naar het fornuis. 'Jouw hulp kan ik altijd gebruiken lieverd', zeg ik en ik wijs naar een pan. 'Jaja slijmbal', lacht ze en ze geeft me de pan aan. Terwijl ik eitjes bak, dekt Fleur de tafel. Even later zitten we met zijn allen te smikkelen van een broodje omelet. Als ik net de eerste hap van mijn ontbijt heb genomen, word ik gebeld. 

'Met Wolfs. Waar, we komen eraan'. Vragend kijkt Eva me aan. 'We hebben een lijk', vat ik het telefoontje even samen. Bliksemsnel staat ze op en propt de rest van haar broodje in haar mond. 'Waar', vraagt ze. 'In het centrum', antwoord ik. Ze graait Sepps spullen bij elkaar, 'we moeten hem eerst wegbrengen', zegt ze met een knikje naar Sepp. 

Fleur kijkt op haar horloge, 'shit is het al zo laat. Raf, we have to leave too. Wij kunnen hem ook niet brengen, sorry', roept ze, terwijl ze de trap op rent om haar spullen te pakken. 'Daar hoef je toch geen sorry voor te zeggen, schat', roep ik haar na, 'het is jouw kind niet'. 'Maar wel mijn kleine broertje', schreeuwt ze vrolijk terug. 

Ik schiet in de lach en ruim hoofdschuddend de tafel op. Ondertussen probeert Eva een hevig tegenstribbelende Sepp in de Maxi-Cosi te stoppen. Het ventje schreeuwt moord en brand en slaat wild met zijn armen om zich heen. 'Hé druktemaker, werk eens een beetje mee', bromt Eva, 'papa en mama hebben haast'. Overal liggen dingen die mee moeten. 

Ik gris mijn broodje van het aanrecht en prop het in mijn mond, dan pak ik de luiertas en begin die in te pakken. Wild schommelend staat de maxi cosi op de keukentafel, Sepp trappelt woest met zijn benen en huilt erbarmelijk. 'Hé konijn wat is er nou', probeer ik hem te sussen. Ik probeer hem een speentje te geven, maar dat spuugt hij meteen weer uit. 

'Nog even geduld vent, dan zijn we weg', zeg ik en ik aai over zijn hoofd. Eva grist haar leren jasje van de stoel en laat haar telefoon in haar broekzak glijden. Ze kijkt me aan, 'heb je alles', vraagt ze. Ik knik, 'we kunnen', antwoord ik. Ze pakt de Maxi-Cosi van tafel en loopt snel naar boven. Ik loop achter haar aan en pak in het voorbijgaan de autosleutels van de tafel. 

In de hal zeg ik Fleur en Rafael nog gedag en dan trek ik een sprintje achter Eva aan. Die alvast naar de auto is gelopen, om de Maxi-Cosi op de achterbank te zetten. Ik trek het portier open en stap achter het stuur, Sepps gekrijs is inmiddels overgegaan in een triest gejammer. Ik wring mijn hoofd tussen de stoelen door richting de achterbank, 'lukt het', vraag ik. 

Eva humt instemmend, de bevestigende klik van de autogordel volgt. Ze wiebelt even aan het autostoeltje om te checken of het goed vastzit, dan sluit ze het portier en stapt naast me in de auto. Nog voor ze goed en wel zit, trap ik het gaspedaal in, snel rijd ik naar de opvang. Ondertussen vraagt Eva bij de meldkamer de gegevens over de PD op. 

Als we Sepp hebben afgezet, rijd ik naar het doorgegeven adres. Daar aangekomen parkeer ik - bij gebrek aan een parkeerplaats - langs de weg, ik werp een blik op mijn horloge. 'Veertig minuten', zeg ik goedkeurend, 'netjes een nieuw record'. Ik vang Eva's blik en ze grijnst vrolijk terug, ze steekt haar hand in de lucht voor een high five. 

Uitgelaten sla ik mijn hand hard tegen de hare, 'auw Wolfs', met een vertrokken gezicht wrijft ze over haar pijnlijke hand. 'Sorry', mompel ik onhandig en ik druk een kus op haar wang. 'Geeft niet', zegt ze glimlachend, 'dit hebben we maar mooi even geflikt'. Ze legt haar hand op de hendel om het portier van de auto te openen. 

Fleva Forever AfterWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu