Hoofdstuk 71

296 5 4
                                        

Eva

Zenuwachtig friemel ik in de auto aan mijn vingers, 'wat gaan we nou doen', vraag ik ongeduldig. 'Wacht maar af', glimlacht Wolfs geheimzinnig. Hij legt zijn hand op mijn onderarm, 'hou eens op met dat gefriemel, ik word er helemaal nerveus van'. 'Dan weet je precies hoe ik me voel', mompel ik, er klinkt een koppig ondertoontje door in mijn stem. 

'Ontspan nou een beetje', glimlacht Wolfs lief, terwijl hij met zijn duim over mijn wang wrijft. 'Ik doe mijn best', glimlach ik kleintjes naar hem, hij knipoogt en start dan de auto. Na ongeveer twintig minuten gereden te hebben arriveren we. Wolfs opent het portier aan mijn kant van de auto en houdt hem voor me open, 'ogen dicht Eef' grijnst hij. 'Moet dat echt' kreun ik. 

'Kom op Eef, vertrouw me', spoort hij aan, verwijtend kijk ik hem aan maar sluit dan toch voorzichtig mijn ogen en wacht af. Hij pakt mijn hand en helpt me uit de auto, zijn arm slaat hij stevig om mijn middel. Voetje voor voetje schuifel ik naar voren. 'Pas op, een opstapje', waarschuwt Wolfs, net te laat. 

Ik val voorover en stoot een geschrokken gil uit, in een reflex open ik mijn ogen en zie de grond razendsnel dichterbij komen. Wolfs kan me nog net op tijd opvangen. Wankelend klauw ik met mijn hand in onderarm om mijn evenwicht te bewaren, mijn hart bonst in mijn keel. 'Jezus Wolfs', blaas ik geschrokken, 'had je niet even wat eerder kunnen waarschuwen'. 

'Sorry', zegt hij zachtjes, het schuldgevoel druipt ervan af. 'Het is oké, maar kijk alsjeblieft uit', zucht ik, behoedzaam sluit ik mijn ogen weer. 'Beloofd', zegt hij plechtig. Het is dat ik mijn ogen dicht heb, maar ik zou zweren dat hij twee vingers in lucht heeft gestoken om zijn woorden kracht bij te zetten. Hij duwt me zachtjes weer vooruit. 

Onhandig schuif ik over het opstapje, half struikelend loop ik verder. Plots houdt Wolfs me tegen, 'ga maar zitten', zegt hij en hij duwt me zachtjes naar achter. Ik zak door mijn knieën en voel iets zachts kriebelen tegen mijn bovenbenen. Wolfs laat me los en schuift mijn stoel aan, 'doe je ogen maar open', fluistert hij in mijn oor. 

Mijn ogen moeten even wennen na het donker, maar in het zachtgele licht van de zonsondergang zie ik de lichtjes in Wolfs' ogen. 'Enn', hij wacht vragend af. Ik kijk om me heen, mijn hand frunnikt aan de zoom van het zachte kussen op mijn stoel, 'het is prachtig', zucht ik glimlachend. 

We zitten onder een klein prieeltje aan de oever van de Maas op een prachtig plekje tussen de wilgen. Overal staan kaarsen en branden lichtjes, het doet sprookjesachtig aan. Dan wenkt Wolfs naar een schaduw tussen de wilgen. Er komt een ober met twee borden tevoorschijn, op de borden liggen allemaal kleine Tapas gerechtjes. 

'Geniet ervan', glimlacht de man terwijl hij de hapjes voor onze neus neerzet. Hij schenkt voor Wolfs een glas witte wijn in en voor mij een glas spa rood, want water met bubbels is goed genoeg. Wolfs heft zijn glas in de lucht, snel tik ik mijn glas tegen dat van hem. 'Proost', glimlacht hij, 'op ons'. 'Op ons', stem ik in. Mijn ogen vinden zijn vertrouwde blauwe kijkers. 

Zijn warme, geruststellende, ietsje mysterieuze blik. Het is díe blik waarmee hij me tijdens onze allereerste ontmoeting betoverde. Vanaf het moment dat hij zijn zonnebril voor het eerst afzette, hebben zijn ogen mij gevangen en nooit meer losgelaten. Er speelt een verliefde glimlach om mijn lippen, stilletjes staren we naar elkaar. 

Zijn hand ligt op zijn rug op tafel, weifelend leg ik mijn hand in de zijne. De aanrakingen van zijn vingers, sturen stroomstootjes door mijn vingers. 'Hey, je hebt Frank meegenomen', knikt hij naar mijn hand. 'Ja ehm', ik trek mijn hand snel terug en wrijf over de ringen, 'vind je het erg', vraag ik voorzichtig. 

Hij schudt zijn hoofd en wrijft geruststellend over mijn onderarm, 'natuurlijk niet, hij hoort ook een beetje bij ons'. 'Denk je dat hij het erg zou vinden, dat wij nu..' stamel ik. Wolfs kijkt me aan, 'ik denk dat hij heel blij zou zijn voor ons. Frank wilde dat je gelukkig zou worden, Eva', ik voel tranen prikken achter mijn ogen. 'Ik hoop het', piep ik, wild knipperend tegen mijn tranen. 

Fleva Forever AfterWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu