Wolfs
De vlucht verloopt, op een beetje turbulentie – wat angstige momenten voor mij oplevert – na, soepel. Een kleine vier uur later landen we veilig op airport Maastricht. Hoewel ik op de heenweg nog aan Eva duidelijk heb gemaakt, wat voor bloedhekel ik heb aan mensen die direct beginnen te dringen als het landingsgestel van het vliegtuig de landingsbaan raakt. Kan ze zich niet inhouden en wurmt ze zich meteen uit haar stoel.
'Kom opschieten', gebaart ze, 'dan zien we de kleintjes thuis nog even'. Met tegenzin pers ik me in het gangpad tussen de dringende mensen, om eindeloos langzaam het vliegtuig uit te schuifelen. Als we na wat voelde als uren eindelijk het vliegtuig uit zijn, moet ik Eva stevig vasthouden aan haar rugzak om haar niet kwijt te raken. Ze sprint als Usain Bolt over het vliegveld en stevent recht op de uitgang af.
De schuifdeuren zoeven open en tot onze grote verassing staat Fleur samen met haar broertje, zusjes en vriend achter de hekken, een paar meter verder, enthousiast te zwaaien. Een heus welkomstcomité. Sepp rukt zijn hand los van die van zijn zus en komt ons uitgelaten tegemoet gerend. 'Mamaa, papaa', brult het ventje, er wappert een tekening in zijn knuistjes. Eva schept het ventje van de grond en klemt hem in haar armen.
'Heyy konijntje', grijnst ze, ze bedelft hem onder kusjes en lijkt niet van plan hem ooit nog los te laten, 'oww wat heb ik jou gemist'. Ik sla mijn armen om haar en Sepp heen en druk een kus op Sepps kruin, 'hallo vent, wat fijn om weer bij jou en je zussen thuis te zijn'. Het ventje laat Eva los, slaat zijn armen stevig om mijn hals en klampt zich hartstochtelijk aan me vast, 'papaa', zucht hij gelukzalig.
Hij steekt het papier wat hij bij zich heeft trots in de lucht, 'kijk eens'. Eva en ik buigen ons over het blad, het is een typische peuter tekening. Veel gekras en onherkenbaar gekrabbel in alle kleuren van de regenboog. "Welkom thuis, papa en mama", staat er in keurige blokletters in het midden. 'Heb jij die gemaakt', vraag ik voor de vorm aan het jochie.
Hij knikt trots, 'met Fleur'. 'Wauw konijntje, dat is lief van jullie', glimlacht Eva. Ze trekt me ondertussen mee naar Fleur en Rafael die met de meiden nog keurig achter het hek staan te wachten. Daar worden we opnieuw uitgelaten onthaalt, Pip en Zus zijn minstens net zo blij als Sepp dat wij weer terug zijn. Eva klemt haar dochters tegen zich aan en het lijkt wel alsof ze de kleintjes op wil eten.
Ik merk nu we weer terug zijn eigenlijk pas hoe erg ik Sepp, Pip en Zus gemist heb en Eva heeft haar kuikentjes nog meer gemist dan ze door liet schemeren tijdens onze trip, aan haar houding te zien. Als de kleintjes uitgebreid zijn geknuffeld is het tijd voor Fleur en Rafael. Fleur slaat haar armen om ons heen en perst ons bijna fijn. 'Wat fijn dat jullie weer terug zijn. Ik heb jullie gemist. Hoe was het, hebben jullie nog spannende verhalen', begint ze ons met vragen te bestoken.
'We hebben het heerlijk gehad. Foto's en uitgebreide verhalen doen we thuis wel', glimlach ik en ik aai even door haar haren. 'En jullie, hoe hebben jullie het gehad. Leven jullie nog', bemoeit Eva zich ermee. Rafael schiet in de lach, 'we made it. We ran into some minor issues, but nobody got hurt and everyone is still alive and kicking. So I guess it went pretty well'.
Fleur geeft haar vriend een por in zijn zij, 'issues, er waren helemaal geen probleempjes. Sepp heeft een ongelukje gehad 's nachts, maar daar is een wasmachine voor en Zus heeft een spuitluier gehad'. 'That girl has some serious poop-power', onderbreekt Rafael zijn vriendin, 'I mean she pooped all up her back. I kid you not, it was even in her hair'.
Eva en ik schieten in de lach, 'heerlijk hè die spuitluiers', knipoog ik. 'We hebben haar trui weten te redden, maar de witte romper die ze aanhad hebben we weggegooid. Die bleef geel, zelfs na drie keer wassen. Een verloren zaak', zegt Fleur schouderophalend. 'Ja dat zijn hardnekkige vlekken', grijnst Eva.
'Papa', onderbreekt Sepp ons zeurderig. 'Ja kerel, wat is er', vraag ik kalm aan het ventje. 'Gaan we naar huis', mompelt hij, terwijl hij slaperig in zijn ogen wrijft. Ik knik en strijk over zijn rug, 'ja, we gaan naar huis konijntje'. Terwijl Rafael Eva's backpack overneemt, pakt Fleur de mijne. Met zijn allen lopen we richting de uitgang, ik met Sepp in mijn armen en Eva met op elke heup een baby.
Eventjes flitst het Noorse gezin van de heenweg door mijn hoofd. Ze zagen er zo gelukkig uit. Net als wij nu. Ik druk Sepp wat dichter tegen me aan. Vakantie is fijn, maar thuis met mijn eigen gezin om me heen voel ik me pas echt gelukkig.
*****
*Het lijkt wel alsof Eva en Wolfs het winterweer uit Maastricht hebben meegenomen en in Noorwegen hebben achtergelaten, want met hun thuiskomst breekt de lente eindelijk echt aan. De regenachtige, grauwe dagen zijn verleden tijd en de eerste bloemetjes komen voorzichtig uit de grond tevoorschijn. De dagen worden langer en in plaats van door het ruwe geluid van de wekker worden ze tegenwoordig gewekt door het vrolijke gekwetter van af en aan vliegende vogels.
Eva's verjaardag was vorige week en hoewel ze zelf haar best deed om die stilletjes voorbij te laten gaan, hebben Wolfs en Fleur daar natuurlijk een stokje voor gestoken. Sinds de komst van Sepp hebben ze afgesproken om hun verjaardagen echt te vieren. Dus waar ze voorheen niets aan hun speciale dagen deden, is het nu vaste prik om in ieder geval taart met cadeautjes te doen. Wolfs heeft haar nieuwe hardloopschoenen cadeau gedaan en hij heeft haar aan het einde van de avond nog een heel speciaal pakje gegeven.
Er zat een armbandje in met vijf gegraveerde schakeltjes. Op de schakeltjes stonden de namen van Sepp, Pip, Zus en Thom gegraveerd. Het vijfde schakeltje was nog leeg, ze had gevraagd voor wiens naam die gereserveerd was. Voor onze toekomstige Noorse baby, had Wolfs geantwoord. Met tranen in haar ogen had Eva het armbandje om haar pols geschoven en ze heeft hem sindsdien niet meer afgedaan.*
Eva
Ik lig op mijn rug in bed, met wijd open ogen staar ik klaarwakker in het donker. Gisteren heb ik een nachtdienst gedraaid en omdat ik vandaag overdag een beetje heb bijgeslapen, is mijn hele slaapritme nu in de war. Er zit onrust in mijn lichaam, nerveus friemel ik aan het armbandje om mijn pols.
Vanmiddag heb ik in een impuls een zwangerschapstest gekocht bij de drogist. Ik was gedachteloos naar binnen gewandeld en voor ik het wist stond ik weer buiten met een afgerekende test. Waarom precies wist ik ook niet, ik gaf mijn onderbewustzijn de schuld, mijn verlangen naar een baby'tje.
Ik moet pas over twee weken ongesteld worden dus er is nu nog niet eens iets om te testen. Bovendien zijn we nog maar net aan het proberen. Het lijkt me zeer onwaarschijnlijk dat het in één keer raak is. 'Bij Thom was het wel in één keer raak', tettert een stemmetje in mijn hoofd.
Bij Thom. Ja god, bij Thom. Het spijt me jochie, dat we aan jou niet genoeg hadden. Dankzij jou is er hopelijk straks nog een klein Wolfsje. Als jij niet zo op eigen houtje had bedacht dat jij nog in ons leven miste, waren we hoogstwaarschijnlijk nooit aan een vierde begonnen. Dankjewel Thommie.
Naast me bromt Wolfs iets onverstaanbaars in zijn slaap. Buiten is het rustig. Normaal fietst er altijd wel een groep luidruchtige studenten voorbij of hoor je ergens een hond blaffen, maar nu is het stil. Te stil. Ik hou niet van stilte, dan slaat mijn hoofd op hol. Ik heb een beetje rumoer en chaos om me heen nodig om goed te kunnen functioneren.
Ik spits mijn oren en luister naar de geruststellende geluiden van het huis, dat is nooit stil. Dat is het voordeel aan wonen in een oud pand, er kraakt altijd wel iets. Ik hou van dit huis, het heeft karakter. De eiken balken die het plafond stutten, de versleten hardhouten vloeren en het gewelfde plafond in de kelder. De hele indeling maakt dit huis anders dan andere huizen, geheimzinniger, eigenwijzer. Net als ik.
Ik hou van de levendige geluiden van het huis. Hoe de scharnieren protesterend piepen als je een willekeurige deur opent. Hoe de waterleidingen ruisen als er ergens een kraan opengedraaid wordt en zelfs hoe je 's nachts de muizen zachtjes op de zolder en tussen de muren hoort scharrelen. Het maakt me rustig, ik kan er wel uren naar luisteren.
Ik kijk naar mijn wekker. Ik lig al anderhalf uur te staren in het donker, over zes uur begint de nieuwe dag. Ongeduldig wacht ik totdat de slaap me komt halen, Wolfs ligt bewegingsloos naast me. Ik voel zijn warme adem kietelen tegen mijn schouder en ik hoor hem zachtjes snurken.
Ik ben altijd jaloers geweest op hoe makkelijk hij in slaap valt, als hij zijn kussen ruikt dan is hij direct vertrokken. Ik lig elke avond nog eindeloos naast hem te woelen, nu nog meer dan voordat ik moeder werd.
JE LEEST
Fleva Forever After
FanfictionEva en Wolfs zijn, na jaren om elkaar heen draaien, eindelijk samen. Hoe zal hun leven buiten het bureau als stel verlopen..? Komt er een mini Eva of een klein Wolfsje, wie zal het zeggen..? Hoe zijn ze samen als stel, vullen ze elkaar net zo goed a...
