Hoofdstuk 85

277 6 1
                                        

Wolfs

Het is woensdagmiddag een uurtje of half vier. Ik zit midden in een dossier over een overval, als Eva op mijn schouder tikt. 'Ga je mee', vraagt ze zachtjes, ik kijk haar even niet-begrijpend aan en wil bijna vragen waar we heen gaan. Dan zie ik hoe ze met haar ogen subtiel naar haar buik seint, 'oh ja'. Ik spring op en leg even mijn hand op haar buik. Snel veegt ze hem weg, 'niet hier', sist ze. 

Schuldbewust kijk ik om me heen. Mechels is gelukkig nergens te bekennen en ook onze andere collega's lijken het niet gezien te hebben. 'Sorry', mompel ik en ik druk vluchtig een kus op haar wang. 'Wolfs', sist ze waarschuwend. Ik knipoog ondeugend naar haar en pak dan mijn jas van de kapstok. In het voorbijgaan tik ik Marion even aan, 'wij gaan nog even naar buiten'. 'Oh', vraagt ze nieuwsgierig, 'waar gaan jullie heen dan'. 

'Succes nog, tot morgen', antwoord ik, de vraag ontwijkend. 'Kom je', vraagt Eva ongeduldig. Als ze langs me loopt, pakt ze mijn hand en trekt me weg bij Marion. We zitten net in de auto, als ik Eva's mobiel hoor trillen. Ze houdt het toestel in de lucht, 'berichtje van Marion', knikt ze. 'Waar moeten jullie zo dringend naar toe stiekemerds', leest ze voor. 'Die heeft ook altijd alles door hè', zegt Eva kreunend. 

Zonder het berichtje te beantwoorden sluit ze de app en bergt haar mobiel weer op. Ze buigt voorover en voelt in het zijvak van haar portier, zoekend trekt ze het middenconsole open, 'wat zoek je', vraag ik verbaasd. 'Iets te eten', mompelt ze en ze speurt verder door de lege auto. 'Waarom is deze auto zó netjes. Iedereen heeft toch ergens een rommellaatje in zijn bureau, huis of auto. Waar is die van jou', mokt ze. 

Ik schiet in de lach, 'ga je lekker met je psychologie van de koude grond'. Eva werpt me een dodelijke blik toe en laat haar ogen opnieuw door de opgeruimde auto glijden. 'Aha', mompelt ze plots en ze trekt het dashboardkastje met een ruk open. Het kastje zit propvol zooi. Opgefrommelde papiertjes met aantekeningen, ongebruikte servetjes, lege dropverpakkingen en een paar ondefinieerbare troepjes. 

'Ik wist het wel, ook jij hebt een rommellaatje', grijnst ze tevreden. Een beetje betrapt kijk ik haar aan, 'oké, je hebt mijn rommellaatje gevonden', geef ik me gewonnen. Driftig begint ze door het chaotische kastje te spitten. 'Zeg doe je een beetje rustig aan, Marie Kondo', vraag ik lachend, 'die troep die in dat kastje zit ligt daar prima'. 'Dit ook', vraagt ze, terwijl ze met een vies gezicht een paar lege verfrommelde koffiebekertjes uit het kastje trekt. 'Oké die mogen wel weg', geef ik toe. 

Met een triomfantelijke blik vist ze iets later een onaangebroken zak dropjes uit de bende, 'wil jij ook', vraagt ze, ik schud mijn hoofd. In plaats van de verpakking open te maken met de daarvoor bedoelde strip. Zie ik hoe ze een vlindermes uit haar achterzak trekt en daar wild mee rond begint te zwaaien. 

'Hè hè zeg, bewaar die trucjes even voor als we niet in de auto zitten, wil je', zeg ik waarschuwend. 'Ben je bang', vraagt Eva spottend. 'Helemaal niet', beweer ik, maar ik kan een opgeluchte zucht niet onderdrukken als ze het mes weer veilig opbergt. Terwijl ik mijn aandacht weer op de weg richt, zie ik nog net vanuit mijn ooghoek hoe ze met een grote grijns een handvol dropjes in haar mond propt. 'Honger', murmelt ze, 'dat krijg je als je zwanger bent'. 

Als we twintig minuten later aankomen bij de verloskundige is er geen enkele parkeerplek meer vrij. 'Hè kut', vloekt Eva, 'dan moeten we weer helemaal terug'. Ze werpt een blik op het digitale klokje op het dashboard, 'dat halen we nooit meer'. 'Tuurlijk wel', antwoord ik beslist en ik leg mijn hand geruststellend op haar been. Terwijl ik -harder dan mag- achteruit terug door de straat race, om helemaal aan het begin van de straat de auto te parkeren. '

Snel stappen we uit en sprinten we richting de praktijk. Even later staan we hijgend, met nog één minuut op de klok, voor de balie. We melden ons bij de receptioniste, 'hallo', begint Eva buiten adem, 'ik heb een afspraak om vier uur. Nu dus'. Lachend kijkt de receptioniste ons aan, 'geen zorgen hoor. We lopen een beetje uit, dus u mag nog rustig even plaats nemen in de wachtkamer'. Ik pak Eva's hand en trek haar mee naar de plastic stoeltjes in de wachtruimte.

Fleva Forever AfterWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu