5.6

393 24 0
                                        


Nadia bleef kijken naar de henna op haar handen...Maar toen dacht ze aan die vreemde persoon, degene die haar die brief had gestuurd..Ze was wel nieuwsgierig. Wie was hij toch? En waarom viel hij op haar? Nadia vond zichzelf helemaal niet speciaal, ze was doodgewoon. Ach, ze moest nu denken aan vanavond. Als er maar 1 ding was dat er mis ging, dan zou uiteindelijk wel moeten trouwen. Er was enkel 1 probleem: wanneer zou ze de kans krijgen om te vluchten en het moest flink op tijd zijn, anders kon ze haar boot niet halen..Ze zou wel zien wat de dag haar bracht. Ze stond op, waste haar en verrichtte haar gebed. Daarna ging ze voor de spiegel staan. Ze keek nog eens naar haar handen..Wat wou ze nu eigenlijk? Vluchten? Blijven? Toen dacht ze aan Jafar, Yasmina..Ze hadden haar nodig. Ze zou hen niet in de steek laten..Dat kon ze niet maken. Toch knaagde er iets aan haar. Ze bleef in de spiegel kijken en probeerde te glimlachen...Ze was het al bijna verleerd...Plots wist ze het: Younes!! Waar zat hij toch? Haar lieve broer met zijn hartverwarmende glimlach. Het was al bijna twee jaar geleden. En ze had sinds die afscheidsbrief niets meer van hem gehoord. Oh Younes..Waar zat hij toch?

Nadia liet die ochtend en middag alles over haar heen gaan: het gebabbel, de kapper, de kleren die ze moest aantrekken. Ze huilde niet, want ze moest scherp blijven. Ze moest het gepaste moment uitkiezen. Dat ze de kans kreeg om goed te ontsnappen, zodat ze pas, minstens een halfuur daarna, ontdekte dat ze weg was. Nadia wachtte met een bang hartje af. Toen kwam het geschikte moment. Haar tante gaf het bevel om naar boven te gaan, naar haar kamer. Dit was het moment...

Ayoub besloot maar zelf eens uit te gaan zoeken wat er aan de hand was met Aziz. Hij vroeg nog eens rond, waar Aziz ergens zat en kreeg uiteindelijk een vluchtig antwoord. "Hij woont helemaal boven, op de top van de berg...", zei een oude vrouw nogal traag. "oke Shoukran", antwoordde Ayoub. Hij volgde een oud zandweggetje die helemaal naar boven leidde. Na zeker een halfuur stappen, kwam hij op een plek waar helemaal geen huizen stonden. Het was er dor en droog, zelfs geen vogels, af en toe zag je een droog plukje gras. Hij voelde zich onzeker en besloot eens goed rond te kijken. Woonde Aziz hier? Onder de blote hemel? Plots zag hij een gammel huisje dat hij voor brandhout had gezien. Het was niet echt een huis: vier takken die een rafelig doek omhoog hielden en dan wat planken op elkaar gestapeld die als muren dienden. Ayoub ging er onzeker naar toe en riep: "Aziz? Aziz?!"
"Wat wil je van me?", zei een nogal schorre stem.
"Aziz? Ben jij dat?"
"Wie ben jij?", zei Aziz nogal onzeker.
"Ayoub, ken je me niet meer? Ik zat bij jou op school...Weet je nog"
"Ayoub? De vriend van Younes?"
"Ja, waarom kom je niet dichter Aziz?"
"Ga weg"
"Toe...Wat is er met je gebeurd.."
Plots kwam Aziz inderdaad dichter..Ayoub schrok.

De volgende stap die Oumaima zou moeten nemen, is in haar huis binnengeraken. Hoe moest ze dat aanpakken? Ze kon de deur moeilijk beschadigen..Dat waren onnodige kosten. Ze besloot om langs achter te gaan en die via het kelderraampje binnen te dringen. Oumaima was slank en het zou haar vast lukken. Ze legde Mansour eventjes op het gras en wringde vervolgens haarzelf door de kleine opening.

En zo begon een heel nieuw leven voor Oumaima. Ze vergat Nordin niet, ze wachtte elke avond weer op zijn komst. Al was hij dronken, gedrogeerd, ze miste hem wel. Hij was tenslotte de vader van Mansour. Hoe kon hij dit toch doen? Oumaima en Mansour in de steek laten, betekende zij dan niets voor hem? Miste hij hen niet zoals Oumaima hem miste? Had hij dan geen berouw..Het deed pijn, zoveel pijn, want diep in haar hart begon ze te beseffen dat ze verder zal moeten gaan. Alleen samen met Mansour, ze had geleerd dat je niet te veel moet vertrouwen op anderen, noch op je man, noch op je broer, enkel op Allah. Oumaima had werk nodig, ze moest steeds denken aan dat bakkerijtje, zou ze daar mogen werken? Maar hoe moest dat dan met Mansour? Maar ze moest wel gan werken, het eten was op in huis, er was helemaal geen geld. Oumaima had het steeds moeilijker om de eindjes aan elkaar te knopen. Zij at nauwelijks, zij kon wel tegen een stootje, het was Mansour die haar zorgen baardde. Wat als hij nu ziek werd? Er was geen geld om naar de dokter te gaan ofzo? Oumaima wist het niet meer. Ze werd steeds magerder, haar ogen eens zo glanzend, werden dof. Mansour huilde vaak, merkte hij het op dat zijn moeder niet gelukkig was? Oumaima huilde zich vaak in slaap, ze was het niet gewoon om alleen te slapen in het grote bed. Waarom miste ze die klootzak? Hij had haar pijn gedaan? Toch miste ze Nordin...

Na een week geen slaap te hebben gezien, besloot ze dat het zo niet meer langer ging. Ze besloot het huis te verkopen, het was te groot voor haar en ze kon het niet onderhouden. Tenminste dat is wat ze zichzelf wijs maakte. Oumaima had behoefte aan een nieuw begin, een schone lei. Het huis had te veel herinneringen, slechte, en af en toe herinnerde ze zich er een paar goed. Ze had geen flauw idee hoe ze het huis moest verkopen. Ze was vervreemd van deze wereld. Ze besloot de buren raad te plegen. De buren hadden medelijden met het jonge meisje, en beloofden Oumaima om de verkoop van het huis op hun schouders te nemen. Oumaima was hen ongelofelijk dankbaar. Ondertussen zocht ze naar een klein appartementje. Het was niet echt een goede buurt, maar het ze kon nergens anders zo'n goedkoop appartementje vinden. Tuurlijk het appartementje was niet echt in eengoede staat, maar ze had geleerd om niet kieskeurig te zijn. De koop werd afgesloten en Oumaima verhuisde samen met Mansour, op naar een nieuwe toekomst, op naar een leven. Oumaima hield haar hart vast..
En zo ging stapte Oumaima een zelfstandig leven in. Ze had het niet gemakkelijk. Ze was deze buurt niet gewoon, het constante geloei van ambulances en politieauto's deeden haar, badend in het zweet, ontwaken uit verschrikkelijke nachtmerries. Het was net of ze die verschrikkelijke tijden niet kon vergeten. Op een nacht werd ze weer gillend wakker. Mansour huilde en Oumaima's hart brak.
"Shht kleintje, niet huilen, mama is er, mama laat je niet in de steek..Ik zal voor je zorgen, we redden het wel. Jij en ik..Toe kleintje huil nu niet.;"
Oumaima's tranen vielen op het gezichtje van Mansour. Wat leek hij hard op zijn vader, hij had zijn ogen, zijn wangetjes en zijn haar...
Mansour snikte en bleef huilen.
"Heb je honger kleintje? Toe eet nu maar..."
En terwijl Mansour at, dacht Oumaima aan haar broer Aziz. Had ze het hem al vergeven? Of was ze nog kwaad? Het bleef haar broer, toch? Ze wist het niet. Ze voelde niets meer, ze had het gevoel dat ze helemaal alleen op aarde was. Ze had geen broer, moeder of vader, of een liefhebbende man..Ze had enkel Allah en Mansour..Plots begon ze al huilend een liedje te neurieën...
"Ajemma inou, ro7eth shem...Jithaje.......Jithajee dhajouzjier....Ta....ta...Tamara ghafee"
Het werd Oumaima te veel, toch bleef ze verder zingen, want het leek Mansour te sussen.
"Wachem te toegh, ajemma, wachem tetoegh..."
Oumaima bleef zingen en Mansour zweeg, het deed haar goed. Ze besloot morgen naar die bakker te gaan en werk te zoeken. Ze zou sterk moeten zijn, ze glimlachte, of nog sterker dan ze al is...

De volgende morgend stond Oumaima vroeg op. Ze kleedde zich netjes aan en gaf Mansour een bad. Oumaima lachte, dat vond hij zo te zien niet zo leuk. Wat een gezicht dat hij trok!! "Komaan Mansour je moet proper zijn, ik kan je hier niet alleen laten. Dus je moet mee en je moet een goede indruk opwekken..Hihi" Ze gaf hem een dikke zoen op zijn wang. Oumaima was echt vrolijk en herinnerde zich een deuntje dat ze vroeger altijd samen met haar broer zong. "I've got you babe, I've got you". Ze trokken dan altijd gekke bekken en maakte hun voogd altijd zot. Plots besefte Oumaima dat ze haar broer miste, maar voor contact te maken, was het te vroeg. Ze moest nog wennen aan het feit dat Nordin er nu niet meer was.
Ze nam Mansour in haar armen en liep naar het bakkertje. Het was lang stappen, maar ze klaagde niet. Toen kwam ze daar aan. Ze ging naar binnen en zag er een meisje met een verminkt gezicht. Waar kende ze haar toch van? Ze durfde het niet te vragen.
"Hallo goededag, waar kan ik je mee helpen?", vroeg het verminkte meisje beleefd.
Plots rinkelde er een belletje bij Oumaima
"Yasmina?"
"Pardon?", Yasmina leek nogal overdonderd.
"Ik ben het Oumaima!"
"euhm, ik ken geen Oumaima..Ik ben de zus van Aziz"
Plots werd Yasmina's gezicht als grauw en besefte Oumaima dat het een vergissing was om zijn naam te noemen...

Als het lot tegen je keert...Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu