6.5

398 22 2
                                        


Oumaima was bezig met de was, ze had niet genoeg geld voor een wasmachine en moest daarom alles met hand doen. Dat was best wel zwaar werk en eigenlijk ook een grappig zicht: nadat ze alles met de hand had gewassen hing ze haar was op, maar ze hadgeen koertje of een balkon waar ze dat kon doen, dus had ze een snoer over de zitkamer, de gang en haar slaapkamer gehangen, waar ze haar was dan op hing. Daar was ze behoorlijk trots op, Oumaima was weer gelukkig. Goed, ze werkte keihard en had maar 1 middag per week vrij, maar ze leefde terug en was weer een vrij mens. Mansour leek heel hard op zijn vader maar had de ogen van Oumaima. Hij brabbelde erop los en kroop over de vloer. Daar moest Oumaima vaak om lachen, hij was net een schildpad. Oumaima spaarde veel geld voor hem uit, soms at ze een avond niet zodat ze Mansour nieuwe schoentjes of een nieuw pyjamatje kon kopen. Ze had alles over voor Mansour, hij was de enige die ze nog had.

Mansour lag te slapen en Oumaima zat op de grond te strijken toen er plots ruw op de deur werd geslagen. Ze schrok zich een ongeluk en was boos: straks werd Mansour nog wakker! Ze snelde naar de deur en probeerde hem voorzichtig open te doen. Maar ze werd snel naar achter geduwd.
"Nordin?!", hij was echt de laatste die Oumaima verwachtte en wilde zien.
"Wat doe jij hier, ga mijn huis uit!"
"Ik heb geld nodig."
Oumaima bleef versteld staan..
"Wie ben jij om zomaar geld van me te eisen! Ik heb niets met jou te maken! Ga weg!"
"Ik zei dat ik geld nodig had! Trut! Nu! Nu!"
Zijn ogen waren rood en hij had een maniakale schittering in zijn ogen.
Oumaima begon bang te worden, niet om zichzelf, zij kon wel tegen een stootje, maar Mansour.
"Nordin ga mijn huis uit! Wij zijn gescheiden ik heb niets met jou te maken! Ga weg! Ga weg!"
PETS
Een mep recht in haar gezicht, Oumaima viel tegen de grond en bleef vol ongeloof naar Nordin kijken. Had hij haar nu juist geslagen?
Nordin greep naar de haren van Oumaima en fluisterde in haar oren
"Als ik zeg dat ik geld nodig heb, dan moet ik geld hebben. Goed? Geef het me nu.."
Oumaima krijste: "Of anders?"
Hij liet Oumaima los en liep naar de kamer waar Mansour sliep. Hij nam Mansour vast en haalde een zakmes uit zijn zak.
"Of anders? Hmm? Een sneetje in zijn wang? Misschien glijd ik dan wel uit en raak ik zijn oog?"
"Neen, aub! Niet Mansour, neen!", snikte Oumaima.
Nordin legde Mansour ruw neer, Mansour huilde hartverscheurend.
"Goed. Waar is het geld?"
Oumaima ging snikkend naar het doosje onder haar bed en haalde er alle briefjes uit: 200 zuurverdiende euro's. Nordin grijpte ze uit haar handen en zei hatelijk: "Wees blij dat ik niet meer vraag, Ohja de politie hou je hier liever buiten, als je je hoerenzoontje tenminste lief hebt"
Hij ssloeg de deur toe en liep de trappen af, Oumaima opende huilend het raam en riep hem nog achterna: "Het is verdomme onze zoon! Onze zoon!!!"
Oumaima voelde zich zo slecht, ze had het zo goed, ze had gespaard, ze...Alles was weg, alles was verpest! Allemaal door Nordin, de vader van Mansour...Hoe kon hij haar dit aandoen? Ze hoorde Mansour huilde, ze liep er naar toe en wenste dat ze hem kon toefluisteren dat het allemaal wel in orde zou komen...

Ayoub voelde zich barslecht, wat voor een vriend was hij eigenlijk? Zucht, hij strompelde naar huis: hij had geen zin om de bus te nemen. Toch was hij blij dat hij Younes had teruggebracht naar zijn familie, maar hoe moest hij zijn andere belofte nakomen. Toen hij Oumaima beloofd had om Younes terug te brengen, wist hij niet dat in traumatoestand was...Hij zag zijn appartementsgebouw staan en hij zag Aziz voor de grote deur zitten. Hij zag er ook niet zo best uit.
"Salaam", zei Ayoub
"Salaam..", antwoordde Aziz afwezig.
"Wat heb ik haar aangedaan Ayoub?", zei Aziz plots, "Ik heb haar door Nordin laten verminken, voor het leven..Nordin, ik was er van overtuigd dat hij mijn vriend was, dat hij mij zou bijstaan, dat hij door het vuur voor mij zou gaan, ik zou het ook voor hem hebben gedaan. Ik heb hem zelfs mijn zus gegeven..Verdorie, mijn zus..."
"Het is voor ons allemaal een zware avond, laten we naar boven gaan, je kan wel op de zetel slapen", zei Ayoub vermoeid.
"Neen, Ayoub ik moet Oumaima zien, ik ga niet kunnen slapen, dat weet ik nu al..Ik moet haar zien"
Daar had Ayoub echt geen zin in, hij was helemaal leeg en hij voelde zich slecht..Maar hij begreep Aziz wel.
"Goed", zuchtte hij, "Laten we gaan."

Ze liepen zwijgend naast elkaar, elks in hun eigen gedachten verzonken.
"Hier is het", verbrak Ayoub ineens de stilte. "Weet je zeker dat je dit al vandaag wil doen?"
"Of ik het nu vandaag of morgen doen, ik zal ze ooit moeten spreken."
"Moet ik hier beneden op je blijven wachten", vroeg Ayoub
"Neen, kom maar mee.."
Ze liepen de trappen op, het appartementsgebouw was niet bepaald een luxegebouw. De muren waren vochtig, de buren riepen zonder respect voor hun buren. De buurt was ook niet bepaald ideaal: de straten stonken, vuilnisbakken puilden uit en vuilniszakken werden niet opgehaald, je moest er ook niet van verschieten als je af en toe spuitjes op de grond zag liggen van junks die op kartonnen op straat sliepen. Ayoub stopten bij een groen deurtje.."Hier is het", zei hij bijna fluisterend.
Aziz sloot zijn ogen en ademde diep in, hij klopte nerveus op de deur...

Oumaima zat met Mansour in haar armen op het bed. Ze wiegde heel de tijd heen en weer, en voelde de plek op haar wang branden. Ze neuriëden voor Mansour en dacht aan haar moeder. "Oh mama, als je me nu zag, je zou je omdraaien in je graf", fluisterde ze..Plots schrok ze toen ze een gebonk op de deur hoorde. Wie zou dat zijn? Nordin? Ze had geen geld meer. Ze begon te paniekeren, weer gebonk...
"Ga weg!", riep ze histerisch, "Ga aub weg!!", snikte ze uit. Ze voelde zich zo in de steek gelaten door iedereen, ze wilde niemand zien.
"Ik ben het", zei een onbekende stem. Oumaima fronste haar wenkbrauwen: die stem herkende ze niet. Of toch wel..Uit een ver verleden..
"Wie ben je?", riep ze door de deur.."Ga weg! Ga weg!"
"Ken je me niet meer?", riep er iemand
"Ik ken niemand! En niemand kent mij!"
"Ik ben het, je broer.."

Oumaima liet Mansour bijna op de grond vallen: Haar broer? Aziz? Neen! Kan toch niet? Oumaima zweeg. Ze durfde de deur niet te openen, de tranen stroomden over haar gezicht..
"Aziz?", fluisterde ze.
"Ja ik ben het, je broer.."
"Ik heb geen broer" en Oumaima liep naar haar slaapkamer en deed de deur toe. Had ze nu echt die woorden uitgesproken? Het waren harde, bittere, kille woorden, maar ze kon het niet opbrengen om haar broer nu te zien. Was het niet voor een deel zijn schuld dat Mansour een junk als vader had? Was het niet voor een deel zijn schuld dat ze zo miserabel woonde. Ze kon het niet over haar hart krijgen, om Aziz de ogen in te kijken en alsof te doen dat ze alles was vergeten! De tranen stroomden over haar gezicht, bijna had ze hem binnengelaten, tot ze dacht aan de mooie toekomst die ze met Younes had kunnen hebben..

De wereld van Aziz leek in te storten, had ze nu echt die woorden uitgsproken? Aziz balde zijn vuisten en sloeg tegen de muur. Hij negeerde de betekenisloze woorden van Ayoub en rende de trappen af. Hij was haar kwijt! Oumaima beschouwde hem niet meer als broer. Hij had het verpest. Hij bleef maar lopen, hij wist niet waar zijn voeten hem naar toe brachten, tot hij in een steegje kwam. Hij ging op de grond zitten en begroef zijn gezicht in zijn handen. Wat had hij gedaan? Hij had Oumaima, haar lieve zus, uitgehuwelijkt aan een barbaar, een junk! Verdorie!
"Ik heb niets meer! Geen geld, geen familie! Geen hoop, geen toekomst, geen zicht, hij was half blind..En het is allemaal mijn eigen schuld!"
Kon hij de tijd maar terugdraaien..

Als het lot tegen je keert...Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu