9.1

318 14 0
                                        


Nadia werd vroeg wakker, ze bad Fajr en ging naar beneden om koffie te zetten. Voortdurend zei er een klein stemmetje: "Overmorgen". Ja, overmorgen werd Younes begraven, vlak naast het grafje van Hurriya..Links van mama, waar papa naast ligt. Nadia dekte verstrooid de tafel en merkte niet dat Yasser in de gang stond. Hij kwam geruisloos binnen en ging aan tafel zitten.
"Sbah al ghair Yasser"
"Sbah el ghair, ghaltie"
Nadia lachte vertederd
"Je mag me Nadia noemen hoor, ghaltie klinkt zo afstandelijk."
Yasser knikte.
"Nadia?"
"Ja liefje"
"Ik ga weg."
Nadia keek verbaasd naar dat kleine jongetje aan tafel.
"Hoe bedoel je gaat weg?"
"Ik wil jullie niet ten laste zijn"
"Praat niet zo gek! Yasser! Je bent net als een broertje voor me!"
"Nadia"
En Yasser keek bloedserieus in haar ogen.
"Yasser, nu ga je goed naar me luisteren. Je bent ons niet ten laste, integendeel, je geeft ons kracht, je spreekt ons moed in. Jij bent ons broertje en jij gaat mooi nergens naar toe!"
"Maar jullie hebben nauwelijks geld"
Nadia's maag kromp samen: dat kon ze niet ontkennen. Ze ging naast hem zitten en nam zijn handje vast.
"Yasser, we hebben het inderdaad niet zo breed, maar dat mag geen reden zijn dat je weg moet. Jij bent een lid van dit gezin en we zien wel hoe we het redden. Desnoods neem ik er een tweede baantje bij, of verkopen we het huis of-"
"Neen! Neen! Jullie mogen het huis niet verkopen! Neen.."
Nadia keek vragend naar Yasser.
"Waarom niet?"
"Omdat..Omdat ik dan heel verdrietig zou zijn"
Nadia wreef over zijn rugje
"We zien wel", zei ze ontwijkend.

Jafar kwam naar beneden en zag hoe Yasser en Nadia samen thee dronken. Plots kwam er iets bij hem op
"De moeder van Anouar, Mohamed en Adil, kennen wij die toevallig?"
Nadia slikte langzaam en dacht goed na over hoe ze het zou verwoorden.
"Euhm ja.."
"Ah echt? Wie is ze dan?"
"Samiya"

Jafar had net het gevoel dat er een blok ijs in zijn maag zat. Hij probeerde nonchalant te klinken.
"Ze is dus getrouwd"
Nadia knikte.
"Achzo"
Jafar fronste zijn voorhoofd. Het was niet voorbestemd dat zij zouden trouwen, hij voelde zich niet blij noch verdrietig. Het zij zo, er waren zo veel dingen in het leven waartegen je niets kon doen. Hij dacht aan de drie kleine lieverdjes en besefte dat hij ook verlangde naar een eigen gezin. Toen dacht hij terug aan zijn ziekte en wist niet wat hij moest denken, hij wilde Nadia niet nog meer van streek maken dus uitte hij zijn overpeinzingen niet. Nadia onderbrak plots zijn gepeins.
"Ik heb vannacht zitten denken.."
"uhu", knikte Jafar afwezig.
"Ik ga niet mee naar Marokko", zei Nadia met tranen in haar ogen.
"Hoe bedoel je gaat niet mee, ofwel gaat iedereen ofwel gaat niemand! Verstaan!!"
"Jafar", zei Nadia, "Wees reëel, er is geen geld voor ons allemaal. Laat Yasmina gaan, samen met jou."
Yasser zat aan tafel en keek smekend naar Nadia.
"En Yasser.."
"Dan kunnen we even goed allemaal gaan!"
"Neen Jafar"
"Nadia!"
"Jafar kijk me aan! Ik moet hier blijven, ik ga ons bakkertje terug openen. Ik ga werken..We hebben geld nodig.."
"Nadia we kunnen je hier niet alleen laten"
"Ik red me wel Jafar"
"Trouwens er is geen geld voor ons drietjes, als we dan zouden gaan"
Yasmina stond in de deuropening en had alles gehoord
"Ik kan aan Adam vragen of hij een ticket voor me kan kopen.."
"Dat kun je niet zomaar doen!", riep Jafar
Yasmina glimlachte waterig
"We zijn van plan binnenkort te trouwen, hij wilde sowieso iets kopen, dan wil ik liever een vliegtuigticket naar Marokko..."
Yasmina zweeg eventjes en slikte
"Dan kan ik Hurriya's graf ook zien.."
"Zie je", zei Nadia zachtjes.
"Nadia ik kan je hier niet achterlaten! Jij hebt hier ook recht op!"
"Jafar..Er is geen geld.."
"Maar Nadia-"
"Ik red het wel.."
"Zeker?"
"Zeker."
Jafar zuchtte diep, hij keek naar zijn zus. Hij wist dat ze het niet meende! Hij wist dat ze gewoon een opoffering maakte, hij wist dat ze het beste voor haar broer en zus wilde. Toch wist hij ook dat hij haar niet van gedachten zou kunnen veranderen. Ipv dit allemaal te zeggen zei hij:
"Dan ga ik zien voor die tickets..Yasser kom je mee?"
"Is goed", zei Nadia,
"Ik ga eventjes naar de teleboutique op de hoek, moet Adam eventjes bellen"
"Is goed", zei Nadia monotoom.
Vanaf het moment dat iedereen buiten was, barstte ze in tranen uit. Man! Wat had ze graag de begrafenis van haar broer willen meemaken! Wat had ze graag het graf van haar ouders en zus terug willen zien..Maar er was nu eenmaal geen geld. Ze snikte het uit. Ze dacht eraan dat ze hier waarschijnlijk een week alleen zou zitten, helemaal alleen, gevangen in haar gedachten, verdriet en eenzaamheid..

Yasser en Jafar liepen naast elkaar. Jafar zag er bleek uit en had nog steeds paarse kringen rond zijn ogen, hij herinnerde zich net dat hij op controle moest gaan straks. Hij besloot eerst voor de tickets te gaan zien en dan naar het ziekenhuis. Yasser liep zachtjes naast hem, hij had een vraag die op zijn tong brandde, maar hij durfde hem niet te stellen. Uiteindelijk schraapte hij al zijn moed bij elkaar en trok aan Jafars arm.
Jafar keek op.
"Jafar?"
"Ja, Yasser.."
"Ga ik naar Marokko"
"Yeps, insh'Allah, ben je er ooit geweest?"
"Ja, heel lang geleden, toen ik nog heeeel klein was."
"Ahzo"
"Jafar, euhm, als we gaan..Gaan we dan ook naar het graf van mijn mama en papa?"
Jafar stopte met lopen en keek verdrietig naar Yasser. Hij wist niet wat hij moest zeggen..
"Yasser ik weet niet of je ouders op die plek begraven zijn.."
Jafar fronste zijn voorhoofd en bedacht zich dat hij altijd dacht dat Yassers ouders hem gewoon inde steek hadden gelaten. Blijkbaar niet dus.
Yasser knikte langzaam..Hij was teleurgesteld, stiekem had hij gehoopt hun graven te kunnen bezoeken. Jafar zag dat Yasser met iets inzat. Hij stopte weer met stappen keek naar het ventje en heiste hem op zijn schouders. Het eiste enorm veel energie van Jafar, maar hij wilde het ventje opbeuren.
"Haha, Jafar! Ahha"
"Zo se"
Yasser vergat eventjes zijn teleurstelling en genoot van het ritje op Jafars schouders. Toen ze bij het kleine bureautje aankwamen waar tickets werden verkocht, moest Yasser eraf. Jafar ging naar binnen en begroette de verkoper, pfff..Lang geleden toen Jafar nog een kind was, was hij hier eens gekomen. Met zijn vader, wat Jafar toen blij! Het was een hele tijd geleden dat ze nog naar Marokko waren geweest, maar die zomer konden ze gaan. Jafar herinnerde zich net alsof het gisteren gebeurd was, dat hij glunderend de tickets van zijn papa mocht vasthouden. Nu was hij enkele jaren ouder en kcoht hij geen tickets voor een vakantie. Neen, hij kocht tickets voor de begrafenis van zijn broer, Younes. Dezelfde Younes die een week geleden hem had omhelst, de Younes die enkele weken geleden uit het niets was opgedoken, dezelfde Younes die een verschrikkelijk geheim mee naar zijn graf had meegenomen. Man! Hij moest zich echt beheersen of hij zou hier zo beginnen huilen. Hij beheerste zich en richtte zich tot de verkoper.
"Euhm, salaamoe3aleikoem"
"Wa3aleikoemoe salaam"
Jafar polste naar de prijzen van de tickets. Ze waren duur, peperduur. De verkoper keek vragend naar Jafar omdat hij met gefronste wenkbrauwen naar de prijzen bleef staren. De verkoper keek beter en herkende Jafar, hij herkende de jongen van veel jaren geleden die hem had doen lachen omdat hij zo glunderend naar de tickets in de handen van zijn vader had gekeken. De verkoper herkende hem, al was hij veel ouder, bleker en lachte hij niet.
"Ben jij niet de zoon van Fran?"
Jafar keek op en knikte
"Hoe gaat het jongen!", zei de man vaderlijk"
"Hamdullilah ghari"
"En met je vader?"
"Hij is gestorven Allahirahmoe"
"Allahirahmoe.."
"Dus je gaat naar Marokko..Voor zijn begrafenis"
Jafar bleef eventjes naar de man kijken en twijfelde of hij zou antwoorden of niet.
"Neen, voor de begrafenis van mijn broer.."
"Allahirahmoe, a oemah"
"Amien"
"Weet je wat, ik zal je korting op de tickets geven.."
"Neen, shoukran!"
"Jawel! Hoeveel moet je er hebben?"
"Drie"
"Da's dan geregeld drie!"
Hij noemde een prijs waarvan zeker 45 percent vermindering bij te pas was gekomen.
"Ghari! Neen, dat hoeft niet"
De man keek vaderlijk naar Jafar en zei:
"Jafar, neem dit als een gebaar van je moslimbroeder..het is het minste wat ik kan doen."
"Maar je kent me nauwelijks"
"..Je bent een moslimbroeder in nood, is het dan niet mijn plicht om je te helpen."
Jafars ogen werden rood, wat een gebaar! Mash'Allah. Hij stond op en omhelsde de man.
"Jazaka Allahu bighair!"
Jafar regelde dat hij morgen zou komen betalen en bedankte de man nogmaals. Nu moest hij naar het ziekenhuis, Yasser liep naast hem.
Hij was zo blij, wat een gebaar! Jafar mompelde een dou3a om Allah te bedanken.
"Jafar?"
"Ja?", zei Jafar vrolijk
"Wanneer ga je trouwen?"
"Waar komt die vraag vandaan?"
"Gewoon.."
"Insh'Allah, op een dag.."
"Maar wanneer dan?"
"Allahu A3lam"
Plots verlangde Jafar naar een eigen gezin, het enige wat hem in de weg stond was zijn ziekte. Met een hol gevoel, gingen ze op weg naar het ziekenhuis.

Als het lot tegen je keert...Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu