Jafar liep over straat met de kleine Yasser, over een paar dagen zou hij insh'allah naar school gaan. Hij zou beginnen in het derde leerjaar: zijn grootmoeder had er voor gezorgd dat hij thuis les kreeg. Jafar begon zich af te vragen of hij nu terminaal ziek was of niet. Volgens de dokters maakte hij nog kans. Hoe lang strijdde hij nu al tegen deze ziekte? Hoe lang..Ach.
"Jafar ben je wel eens bang?", zei Yasser plots
"Waarvan dan?"
"Gewoon bang"
"Tuurlijk, iedereen is wel eens bang."
"Ben je dan geen lafaard?"
"Hoe kom je daarbij?"
"Gewoon.."
"Yasser, er zijn veel dingen in het leven die je bang maken. Ziektes, sterftegevallen of je eigen dood. En iedereen is wel eens bang in het donker."
"Jij ook?"
"Ik ook"
"Ben jij dan bang van jouw ziekte?"
Jafar fronste zijn wenkbrauwen.
"Neen, Yasser, in moeilijke tijden moet je op Allah vertrouwen. Vertrouw maar op hem, en met Zijn wil komt alles wel goed. Soms, begrijpen wij mensen niet waarom er bepaalde dingen gebeuren. We worden dan boos of zijn teleurgesteld..Dat is normaal, maar we mogen niet vergeten dat alles in de handen van Allah ligt..En hij weet het beste wat goed voor ons is, al beseffen we dat dan niet. Het leven is moeilijk en hard YAsser, maar je mag nooit opgeven. Nooit"
"Geef jij dan nooit op"
"Soms wel..Maar dan help jij me er boven op."
"Echt waar?"
"Echt waar."
"Jafar, jij bent echt mijn grote broer!"
"En jij bent echt mijn kleine broer"
Yasmina zat alleen thuis en ruimde nog wat op, daarna plofte ze neer in de zetel en dacht aan Adam en haarzelf. Was het wel een goed idee om te trouwen? Ze hadden nauwelijks geld..Geld, alles draait rond geld. Yasmina schudde haar hoofd..Ze dacht aan de begrafenis in Marokko, Younes lag nu naast haar moeder en Hurriya..Ja, Younes, Allahirahmoe, dacht Yasmina. Ze schrok wakker uit haar dagdroom bij het horen van de bel.
Hicham zat in de zetel met de nichtjes en neefjes van Bilal. Ze hadden eerst een kussengevecht gehouden, maar dat was dan uitgemond in 1 groot effect. Hicham was toen de bezem - speciaal voor noodsituaties- uit de keuken gaan halen en haalde ze zo uit elkaar. Uiteindelijk schoten ze allemaal in de lach. Na een tijdje kregen ze honger, Hicham wilde wel iets klaarmaken, maar had geen idee hoe hij eraan zou moeten beginnen. Dus smeerde hij boterhammen. Véél boterhammen, allemaal met choco. Dus nu zaten ze verzadigd voor de televisie ieder in zijn eigen gedachten verzonken. Hicham keek met glazige ogen naar het raam..Hij dacht aan Nadia, hij had de moed allang opgegeven. Het was net of hij een naald in een hooiberg zocht. Hij had zich erbij neergelegd dat hij Nadia waarschijnlijk nooit meer zou tegenkomen. Bij die gedachte voelde hij een steek in zijn hart. Hij begon te dagdromen en stelde zich voor hoe het zou zijn geweest als Nadia nu 'ja' had gezegd toen hij haar hand was komen vragen. Hij glimlachte toen hij dacht aan het onschuldige kusje daar bij de luchthaven..Ondertussen waren de kleine nichtjes en neefjes in slaap gevallen: best wel schattig. Hij deed de televisie zachtjes uit en besloot ze 1 voor 1 naar boven te brengen. Hij had wel zin in een gezinsleven, hij was er klaar voor..Hij wou het eerste neefje naar boven brengen en in zijn kamer leggen, maar hij hoorde dat de poetsvrouw druk bezig was. Hij ging terug naar beneden en besloot dekens van boven te gaan halen. Hij ging de trappen op en net toen hij de kamer van Bilals neef naar binnen wou gaan, werd de deur ervan geopend. Het meisje schrok zichtbaar, maar lang niet zo hard als Hicham.
"Nadia?", zei Hicham stomverbaasd, "Wat doe jij hier"
Nadia wist eventjes niet wie er tegen haar bezig was, maar bij het zien van zijn ogen wist ze het meteen:
"Hicham? Ik, Wat, Huh?", was het enige wat ze kon zeggen. Plots voelde ze het vlinderlichte kusje op haar wang, ze bloosde lichtjes.
"Ik werk hier", zei ze snel
"Hier?"
"Ja, via een schoonmaakbedrijf"
"Ow.."
"Goed ik ben hier klaar", mompelde ze zachtjes.
"Blijf toch nog eventjes"
"Hicham, ik ben aan het werk.."
"Zo is dat de manier waarop je me bedankt?", vroeg Hicham gepikeerd
Nadia keek verontwaardigd, maar zei niets. Ze ruimde haar gerei op en wilde naar beneden gaan.
"Ik had je kunnen dwingen Nadia, maar heb het niet gedaan"
"Ja Heer Hicham! We weten het al! Weet je wat, ik heb hier geen behoefte aan."
"Naar waar denk jij te gaan", zei Hicham terwijl hij Nadia's weg versperde.
"Naar beneden, en zou je me aub door willen laten gaan. Bedankt!"
"Nadia-"
"Hicham..Echt waar. Bedankt voor hetgene dat je voor me hebt gedaan..Maar ik heb hier geen behoefte aan. Ik..Ik moet nu echt verder doen"
"Maar waarom dan? Weet je wat, ik spreek je na je werk. Wanneer heb je gedaan?"
Nadia legde al haar gerei op de grond en keek Hicham aan:
"Hicham, aub, begrijp me goed, je bent een goede jongen, met goede intenties en al wat je maar wil..Maar..", ze zuchtte en dacht terug aan Ismail, "Ik heb hier geen tijd voor, ook geen zin. Sorry.."
Hicham bleef teleurgesteld in de deuropening staan. Hij zag hoe Nadia alles vastnam en naar beneden ging. Ze was vermagerd, haar gezicht was zo bleek..En haar ogen stonden zo verdrietig...De trilling in haar stem gaf weer dat ze gebroken was. Het deed Hicham pijn, wat was er met haar gebeurd?
"Nadia, wacht!"
Nadia negeerde hem en na alles op zijn plaats te hebben gezet, ging ze naar buiten, net voor ze de deur wou sluiten voelde ze een sterke hand rond haar bovenarm. Waarom wilde hij het gewoon niet begrijpen?
"Wanneer zie ik je nog eens terug?"
"Hicham..Aub, begrijp het nu eens", Nadia voelde de tranen in haar ogen branden. Niet nu, dacht ze, niet huilen..Maar het was te laat, de tranen rolde over haar wangen. Hicham fronste zijn wenkbrauwen en liet haar los.
"Nadia", zei hij zwakjes, "Wat is er?"
"Niets",toen draaide Nadia zich om. Hicham bleef kijken tot het triestig figuurtje uit zijn zicht verdween.
Dat zijn vast Jafar en Yasser, zei Yasmina hardop terwijl ze naar de hal liep. Bij het openen van de deur zag ze een nooit eerder geziene gezichten.
"Salaamoe3alaikoem", zei Yasmina onzeker.
"Salaam", zei de vrouw. Het meisje zei helemaal niets.
"Ja?"
"Waar is Nadia", zei de vrouw arrogant.
"Excuseer?"
"Nadia! Nadia! Wie ben jij trouwens?"
"Yasmina, haar zus", zei Yasmina lichtfronsend.
"Zozo"
"Mag ik vragen wie u bent?"
"Een erfgename"
"Erfgename? Van wie?!"
"Je vader en je moeder"
"Sorry maar ik ken jou niet" En ze wilde de deur sluiten, maar de vrouw stak haar voet tussen de deur.
"Meisje, dat zou ik niet doen.."
JE LEEST
Als het lot tegen je keert...
AventuraHet word steeds zwaarder voor Nadia om voor al haar broers en zussen te zorgen. Elke keer dat er iets goed gaat, gebeurt er iets waardoor het nog slechter gaat. (Dit boek is niet van mij!! Marokko.nl .Ik heb alleen een paar dingen veranderd)
