11.7

343 15 4
                                        


Jafar nam diep adem en ging de keuken binnen, hij zag hoe Nadia verschrikt opkeek en meteen terug wegkeek. Ze deed alsof ze hem niet binnen had zien komen, ze had hier ook geen zin in. Ze was die ruzies zo kotsbeu! Ze had genoeg ruzie gezien, gekregen en gemaakt, het enige waarnaar ze nu verlangde was met rust gelaten te worden. Gewoon rustig nadenken over de dingen. Rustig..Rustig? Hoe kon ze er eigenlijk rustig over na denken? Ze had ruzie met Hicham, die haar zo diep gekwetst had! Haar had uitgescholden voor uitschot..En dan nu haar zus, haar lieve zus waarvan zoveel hield had dit verborgen gehouden voor haar? Hoe kon ze! En iedereen wist ervan, behalve zij! Hoe konden ze toch? Ze was zo woedend! Nu zou Yasmina zich in het ongeluk storten..Wat wil je? Met zulke schoonouders..En Adam die onbeschoft deed, goed het was zijn moeder, maar wist hij wel wat ze had gedaan? Wat voor een kreng ze wel niet was toen ze hier hoog van de toren blies! Ach! Ze hakte verwoed door. Ze had het huilen proberen te verbergen voor iedereen, maar kleine Yasser, de schat, had haar door. Hij had haar getroost met zulke wijze woorden..Waar haalde hij het toch vandaan? Hoe vertederd was ze, toen hij met die welgemeende ogen: "Zus, toe huil nu niet", zei. Of toen hij haar een knuffel had gegeven en teder op haar hoofd had gekust, als een vader die zijn dochter troost. Jeetje, wat had ze toen gehuild. Alles kwam gewoon samen..Alles..Ze voelde zich zo leeg vanbinnen. Ach, wat zou het? Het was nu gebeurd, Yasmina had getekend. De teleurstelling was gewoon groot, ze wilde noch Yasmina noch Jafar spreken.
Ondertussen was Jafar op de grond gaan zitten met een glas thee in zijn handen en bleef hij naar Nadia staren. Bewust, hopend dat ze uiteindelijk toch zou kijken. Aan haar bewegingen te zien, wist hij dat ze woedend en gekwetst was. Hij voelde zich schuldig: hij had het haar moeten vertellen. Maar hij had het nu eenmaal aan Yasmina beloofd..Trouwens hij begreep haar wel, Nadia zou anders nooit Yasmina laten trouwen. Nooit. Hij sloot zijn ogen en verlangde even naar een eigen gezin, met een eigen vrouw en kinderen. Hij opende zijn ogen terug en besefte dat hij nog steeds op de koude vloer zat, starend naar zijn jongere zus.
"Ga van die koude vloer, straks vat je nog koud", zei Nadia snauwend. Jafar voelde zich eventjes vertederd, al was ze zo boos, toch bleef ze bezorgd om hen.
"Ach ben toch al ziek, dat verkoudheidje kan er wel bij"
"Praat niet zo"
"Waarom? Het is een feit"
"Omdat je me kwelt als je zo spreekt, heb je dat dan niet al genoeg gedaan?"
"Ik heb er niet voor gekozen om ziek te worden..Het was elmektaab"
"Ik ben niet kwaad om je ziekte, maar om je egoïsme!", snauwde Nadia histerisch. Snikkend keek ze Jafar aan, maar veegde boos de tranen weg. Ze hakte de wortels nog fijner
"Ik denk dat ze al fijn genoeg zijn"
"Jafar, aub.."
"Goed Nadia, ik was in fout, maar-"
"Maar wat? Hmm? Wat is de reden die je gaat geven? Ik weet zelfs niet of ik het wel wil horen!"
"Nadia..toe..Doe niet zo lichtgeraakt"
"Lichtgeraakt? Hoor je jezelf wel spreken, verdomme Jafar, ik kom de gang op en ik kom oog in oog te staan met die feeks!"
"Toevallig de moeder van Adam.."
"Dat is het juist! De moeder van Adam en schoonmoeder van Yasmina! Je had haar moeten stoppen!"
"Ze houdt van Adam"
"En dan! Ze is jong, ze weet niet waaraan ze begint"
"Jij bent niet getrouwd om dat wel te weten"
Die woorden kwamen bij Nadia hard aan.
"Goed. Je hebt gelijk"
En ze draaide zich om.
"Nadia doe niet zo.."
"Nene, je hebt gelijk"
"Nadia! Kijk me aan..Je weet wat ik bedoel, ik kon niets doen, jij ook niet"
"Waarom heb je het toch verzwegen Jafar, dat heeft me zoveel pijn gedaan"
"Omdat je haar nooit zou laten trouwen, ze wilde het Nadia..Ze is oud genoeg, laat haar los..Laat haar fouten maken"
"Haar laten? Ik ga niet toekijken hoe ze zich in het ongeluk stort"
"Adam houdt van haar, Nadia, ik heb niet zomaar toestemming gegeven. Ik heb gezien hoe hij haar behandeld."
"Je vergeet dat Adam zijn moeder al enkele jaren niet meer heeft gezien en nu in euforie alles zal pikken wat ze zegt"
"Adam is een verstandige jongen."
"Ik wil gewoon niet dat ze gekwetst geraakt Adam.."
Adam stond op en nam haar hand vast
"Denk je nu echt dat ik dat zou toelaten?"
"Maar-"
"Je bent bezorgd Nadia, ik begrijp dat, maar laat haar nu los..Wees niet boos op haar, ze heeft ons nu nodig.."
Nadia knikte
"Ik begrijp waarom je het niet hebt gezegd", zei ze gesmoord toen Adam haar omhelsde

"Ah ben je terug"
"Ja mama", zei Adam afwezig.
"Zo nu het eindelijk afgehandeld is, kunnen we eindelijk weg gaan"
"Ik vind haar wel aardig", zei Adam's zus: Roukaja. Hij keek via zijn achteruitspiegel naar zijn zus. Zijn hart werd eventjes koud toen hij terug aan zijn verleden dacht..Waartoe hij haar had gedwongen..Ze zei nauwelijks iets, haar ogen keken altijd naar de grond..Wat ging er in haar hoofd om? Hij wist het niet, toch voelde hij steeds een schuldgevoel als hij naar haar keek. Ze was zijn zus..Ze hadden hetzelfde verleden..Ze hadden allebei de zweepslagen gevoeld. Hoe vaak waren ze huilend naar school gegaan, terwijl Adam zijn broertjes en zusjes probeerde te troosten terwijl de tranen over zijn wangen stroomden. Hij miste zijn andere broers en zussen echt hard, maar ergens had hij het gevoel dat hij ze nooit meer zou zien. Zijn vader wil hij niet zien! De pijn die hij Adam had gedaan was voor eeuwig gekerfd in zijn hart. Even werden zijn knokkels wit toen hij dacht hoe vaak hij dronken thuis kwam en hoe hij dan uit angst onder zijn bed kroop, terwijl zijn moeder huilde van de pijn.
"Niet doen! Luister nu, waarom doe je nu zo!"
Die woorden zou hij nooit kunnen vergeten, als kleine jochie had hij die woorden aangehoord en ze bleven hem achtervolgen. Ja de littekens bleven, ze bleven. Nu was hij getrouwd, hij had moeten tekenen zonder zijn vader. Maar het zij zo, het is ook beter zo. Vreemd, hij had eigenlijk nog niet aan zijn moeder gevraagd waar ze al die tijd waren..Waar zijn broers en zussen waren..Hij gaf het eerlijk toe: hij durfde niet. Hij was bang voor het antwoord, hij had het verleden begraven en hij wilde het zo houden.
"Ben ik blij dat te horen", glimlachte Adam naar Roukaya. Ze staarde hem ondoorgrondelijk aan, maar hij dacht dat haar mondhoeken eventjes naar boven gingen.
"Gaat ze dan bij ons wonen?"
"Ja, ze heeft immers dat appartement samen met mij gezocht, zonder haar zou ik nooit het lef hebben gehad om het te kopen, mama."
"Jaja, fantastisch, en het trouwfeest?"
"Trouwfeest? Ma! Ik heb geen geld, ben je gek. Trouwens wie zouden we dan moeten uitnodigen?"
"Je moet toch een feest geven"
"Neen mama..Zo, ik ga nog eventjes naar Yasmina"
"Wanneer trekt ze in?"
"Dat gaan we nu bespreken."
"Jullei met twee?"
"We zijn getrouwd mam"
"Ahja..Goed..Tot sebiet insh'Allah"
"Beslama mama..Roukaya"

Adam stond zenuwachtig voor Yasmina's deur. Hij nam diep adem en belde aan. Jeetje, hij was getrouwd..Getrouwd..Wat vreemd. Yasmina..Was insh'Allah degene waarmee hij zijn leven zou delen. Zij is de moeder van zijn toekomstige kinderen. Zijn hart bonkte terug in zijn keel, gelukkig deed Jafar open. Hij knikte hem bemoedigend toe, subhaanAllah, hij beschouwde Jafar echt als een broer. Even dacht hij weer aan zijn jongere broertjes, er ging een steek door zijn hart.
"Ga maar naar boven Adam, jullie zijn nu immers getrouwd"
"Is goed, maar eerst wil ik Nadia spreken als het kan"
"Waarom dan", zei Jafar kalm
"Ik moet iets recht zetten"
"Ze is nu eventjes overstuur Adam, je moet nu geen discussies beginnen"
"Nene, versta me niet verkeerd, wil ik helemaal niet doen!"
"Oke wacht, ga eerst naar Yasmina, dan ga ik nu eventjes met haar spreken. Goed?"
"Oke Jafar, bedankt"
"Oke"
Adam ging de oude trappen op..Welke verhalen hadden zij te vertellen? Het verleden was overal aanwezig. Hadden zij vroeger ook niet zulke trappen? Oud, krakerig, maar toch huislijk..Hoe vaak had Adam niet met zijn zussen en broers met hun zitvlak zo de trap afgestotterd. Hij glimlachte eventjes, hij had desondanks ook mooie herinneringen. Hij kwam op de tweede verdieping, hij wist vreemd genoeg, perfect welk de kamer van Yasmina was. Er welden bijna tranen op toen hij het papiertje aan de deur zag:
"Yasmina en Nadia, broers niet toegelaten!!"
Het kindergeschrift maakte een ongelooflijke emotie in hem los. Broers, in de tijd dat Younes Allahirahmoe nog leefde. Ja, hij was een goede jongen. Adam wist dat Yasmina echt zielsveel van hem hield. Het ongeluk met Hurriya had haar gevoeliger gemaakt, in die tijd moest Jafar niets van hebben. Hij verweet Jafar niets, in die tijd was het normaal. Adam nam diep adem en hij klopte aan. Hij kreeg geen antwoord, maar zijn gevoel zei dat het wel oke was om binnen te gaan. Hij kwam een volle kamer binnen en zag hoe Yasmina op het bed met haar knieën opgetrokken heen en weer wiegde.
"Yasmina?"
"Ah Adam", zei ze verschrikt. Het feit dat ze schrok bij het horen van stem ipv te glimlachen, gaf Adam geen goed gevoel.
"Ik wil met je praten..Van man tot vrouw"

Als het lot tegen je keert...Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu