11.6

327 15 1
                                        


Bilal en zijn moeder hoorden allerlei gestommel. Ze hoorden duidelijk een boos gesis van Aziz en Mansour die begon te snikken. Fatima keek raar naar Bilal.
"Ben je zeker dat ze hier woont?", zei ze bijna smekend
"Ja, mama", antwoordde hij zachtjes. Hij begreep zijn moeder wel, ze zaten hier in een criminelenbuurt, dit appartement zou gesloopt moeten worden en bovendien is Aziz allesbehalve aardig. Maar Bilal bleef de goede moed houden. Uiteindelijk ging de deur krakend open, de jongeman die opendeed keek allesbehalve aardig. Hij had een joggingsbroek aan en een hemd met verfvlekken, waardoor hij ook niet zo..Nu ja..Zo uitnodigend leek.
"Salaamoe3aleikoem", zei Bilal snel, terwijl zijn handen zweetten.
"Wa3aleikoemoesalaam", zei Aziz vervaarlijk.
Toen werd het stil.
"A mih, men zima an adhef? (mijn zoon, kunnen we naar binnen komen)", zei Fatima dapper. Het kon haar niet schelen hoe Aziz keek, ze was hier om de hand van een meisje te vragen en daarmee basta! Aziz keek eventjes verschrikt naar de wat oudere vrouw. Hij kreeg het niet over zijn hart om onbeleefd tegen haar te zijn. Hij knikte zeer kort en liet met grote moeite de vrouw en Bilal binnen. Bilal keek verschrikt rond, het appartementje was gewoon te klein voor drie mensen, laat staan voor vijf. Hij zag een woonkamertje waar de wasdraad doorheen hing en dan een muurtje waarachter een fornuis stond met een piepklein raampje. De vloer was gehavend, maar proper. Dan zag hij nog twee kleine deurtjes, eentje voor de badkamer en 1 aparte slaapkamer. Fatima ging bezorgd op de zetel zitten, waar je af een toe een gat in ontdekte. Aziz haalde er een stoel bij en ging zonder een woord te zeggen zitten.
"Zo", begon Bilal zachtjes
"Ja?", zei Aziz brutaler dan hij het bedoelde, "Moeten jullie iets drinken", probeerde hij wat vriendelijker. Maar hij kon het gewoon niet, wat moesten ze van zijn zus? Wie was die Bilal, misschien wel een vriend van Nordin. Goed, ze hadden al een hele tijd niets meer van hem gehoord, maar ze moesten voorzichtig blijven.
"Krijgen we Oumaima niet te zien?", zei Fatima glimlachend.
"Waarom dan", antwoordde Aziz snel.
"Nu ja! Waarom Bilal, zeg het hem dan maar nog eens"
"Euhm", zei hij nerveus, "Wel.."
Op dat moment kwam Oumaima binnen. Ze had haar een rode hoofddoek op met enkele javelvlekken, een blauw eenvoudig kleedje en witte plastieke sleffers. Ze had Mansour op haar heup zitten en haar ogen keken weer ijskoud.
"Salaamoe3aleikoem", zei ze met haar zachte stem.
"Wa3aleikoemoesalaam"
Ze ging meteen naar het 'keukentje' en ze hoorden hoe ze thee zette. Fatima kuchte, de sfeer was om te snijden.
"Wel", onderbrak Aziz onverbiddelijk de stilte, "Waarom was je dan gekomen?"
In het keukentje viel er een lepeltje op de grond, Mansour kirde het ondertussen uit. Bilal schraapte al zijn moed bijeen.
"Ik zou graag de hand van je zus willen komen vragen", zei Bilal.
Aziz schrok eventjes van het antwoord, stiekem had hij gehoopt dat Bilal het zou opgeven en stilletjes zou afdruipen. Niet dus.
"Achzo"
Oumaima kwam terug met de thee en enkele koekjes. Ze hadden niets anders in huis. Ze ging voorzichtig zitten, met Mansour op de hielen.
"Dus?", zei Fatima.
"Wat dus, ghatsjie?", probeerde Aziz kalm te blijven
"Wat is het antwoord"
"Wel, ik denk het niet"
"Ah, dat is dan volgens jou?", kwam Fatima er snel tussen voordat Bilal iets kon zeggen.
"Ja", zei Aziz verschrikt.
"En wat vindt zij er zelf van? Oumaima schatje, is jou iets gevraagd."
Oumaima's ogen werden eventjes zacht en keek Fatima recht de ogen in. Ze voelde hoe Aziz ogen haar vlijmscherp bekeken. Haar volgende antwoord zou haar verdere toekomst bepalen. Hield ze van deze jongen? Als ze eerlijk moest zijn: neen. Ze moest niets van jongens hebben, de beelden van Nordin die haar bont en blauw sloeg waren nog niet weg. De herinnering aan hoe ze door de nachten had moeten lopen op zoek naar haar 'man' waren nog helder. En het beeld van Younes, Younes die langzaam op de grond viel en hoe Ayoub met zijn t-shirt het bloed probeerde te deppen, speelde zich voortdurend af in haar hoofd. Het was niets persoonlijks, maar de littekens bleven. Langs de andere kant had ze Mansour, ze had het zo moeilijk met de eindjes aan elkaar te knopen en Mansour werd groot. Ze wilde echt het beste voor hem, maar het was niet eerlijk tegenover Bilal! Ze wist het maar al te goed. Iedereen in de woonkamer keek naar haar. Billal was zelfs een beetje bleek, als ze nu neen zou zeggen, stond hij mooi voor paal en zou hij er, zonder te overdrijven, kapot van zijn. Oumaima wist het niet, maar ze zag hoe Mansour kirrend naar Bilal keek. Hij klapte in zijn handjes, hopend dat hij door hem zou worden opgepakt. Oumaima zuchtte en zei toen heel kil:
"Ja, ik wil wel"

Als het lot tegen je keert...Verhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu