| Deel 27

173 9 2
                                        

Een half uur later was het weer doodstil in huis. Zittend op het logeerbed in dit vreemde huis, keek ik enkel voor mij uit. Adil was blijkbaar al vertrokken, ik hoorde zijn stem niet meer. Ik heb me weleens vaker alleen gevoeld, maar dit sloeg alles. Er waren teveel schokkende situaties gebeurt die ik moest verwerken. Leyla die er niet meer was, tante Samra die mij verlinkt had, en nu Adil die ik na een jaar weer zag. Het was teveel en het werd me teveel waardoor ik spontaan begon te huilen. De tranen explodeerde uit mijn traanbuisjes en gauw veegde ik ze veeg. Jaren aan mentale mishandeling heb ik moeten doorstaan door mijn vader. Dat heb ik overleefd, mijn moeder helaas niet. En dan te bedenken dat ik in de handen ben gevallen van een man die mij hetzelfde aan deed als mijn vader. En beide keren kon ik nergens naartoe vluchten. Thuis kon ik mijn moeder niet alleen laten en nu zou deze ellendeling me vermoorden als ik dat ook maar in mijn hoofd haalde. Zijn reactie op mijn tegengeluid een paar dagen terug was al genoeg om me in te houden en niks geks te doen. Hij ging over lijken en bedonderde zelfs zijn eigen moeder, wat of wie was ik dan in zijn ogen? Helemaal niemand. Ja, de dochter van zijn dode vijand. Zijn wraak zat zo diep geworteld dat hij tot het uiterste zou gaan om mij pijn te doen.

Ik voelde mijn maag samentrekken en realiseerde me dat ik amper iets gegeten had. Dit was al een aantal dagen zo waardoor ik zelfs merkte dat mijn kleren ruimer begonnen te worden. Langzaam stond ik op en liep ik naar de deur van de logeerkamer om deze zachtjes open te maken. De stilte die er in deze huis rondwaande was angstaanjagend. Ik liep de logeerkamer uit en schrok me lam toen ik ineens een hand op mijn schouder voelde. Ik draaide me om en zag een vrouw van middelbare leeftijd staan met een dienblad in haar handen. Ze glimlachte en liep naar de logeerkamer waar ze de dienblad neerzette en weer vertrok. Kon Badr nu ook mijn gedachten lezen of was het samentrekken van mijn maag zo gehorig? Ik liep maar terug naar de kamer en ging met dienblad en al op de grond zitten. Mijn maagpijn werd gestild door het heerlijke eten die deze -voor mij onbekende- vrouw had gebracht. Toen ik daarmee klaar was stond ik op en nam ik de dienblad mee naar de keuken waar de vrouw bezig was met koken.

"Dat had niet gehoeven hoor, ik had het zelf wel opgehaald." Zei ze terwijl ze haar armen strekte om de dienblad over te nemen. Ik glimlachte en keek haar aan. Het was een wonder, eindelijk iemand in dit huis die glimlachte. "Dank je wel voor het eten. Ik had erg honger." Zei ik. "Dat weet ik." Zei ze met een knipoog. Ze legde de dienblad op de lange marmeren aanrecht en begon het servies in de vaatwasser te doen. "Zal ik.. u helpen?". Vroeg ik. Ze keek me aan en schudde haar hoofd. "Nee hoor, dit is mijn werk." Zei ze. Nu begreep ik het, ze is de werkster in dit huis.

Ik had al zo'n vermoeden aangezien ik Badr echt niet zag staan koken en bakken en zijn vrouw al helemaal niet. Te bang dat haar acrylnagels zouden breken bedacht ik me. Ik bedankte de vrouw nog eens en liep uiteindelijk de keuken uit. In gedachten en toch wel iets geruster dat ik een normaal gesprek kon voeren met iemand, liep ik terug naar de logeerkamer. De deur stond open en toen ik naar binnen liep zag ik Badr staan. Hij leunde tegen de muur met zijn armen over elkaar. Ik schrok en stond abrupt stil. "Vanavond komt mijn moeder. Je zet een tandje bij en zult er alles aan doen om haar te doen geloven dat er iets is tussen ons." Zei hij. Ik knipperde met mijn ogen en keek hem vluchtig aan. "Wat je ook van plan bent, je moeder trapt er niet in. Ik weet niet wat ik anders moet doen om haar te doen geloven dat we..". Ik stopte met praten en keek hem aan. De zin maakte ik amper af. Badr stak zijn handen in zijn broekzakken en trok een mondhoek omhoog. "Is het verdomme zo moeilijk Naciri? Moet ik het soms voordoen?". Zei hij terwijl hij stap voor stap naar mij toe liep. Ik schudde meteen lichtjes met mijn hoofd en ontweek wederom zijn blik. Ik begon weer te beven van angst en deed een stapje achteruit. "Als je me verteld wat het plan is weet ik wat ik moet doen." Zei ik angstig en voorzichtig. Dat was toch logisch? Hoe moet ik me gedragen als ik amper wist waar dit allemaal over ging? "Zodat je mijn plan kan doorvertellen?" Zei hij met een speelse glimlach. Ik keek op en schudde meteen mijn hoofd. "Nee, nee natuurlijk niet." Zei ik meteen.

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu