| Deel 40

188 9 4
                                        

Ik denk dat ik een uur lang tegen zijn bedrand leunde. Toen ik om me heen keek realiseerde ik me dat ik in zijn slaapkamer was en leek de mist in mijn hersenen te verdwijnen. Allebei mijn ouders waren dus drugsgebruikers.. zelfs ik had het van mijn moeder gekregen. De vrouw van wie ik zo hieldt had mijn hart gebroken..

Langzaam krabbelde ik overeind en liet ik de papieren liggen. De ellendeling sprak de waarheid dit keer. Ik liep zijn kamer uit en wist van gekkigheid niet wat ik moest doen, ik wist niet waar ik heen moest gaan, ik wist helemaal niks. Ik was een verloren ziel in een hel gekweekt door twee andere zielen die niet van de drugs konden afblijven. Oh mama, je hebt me zo misleid..

Ik liep langzaam naar de huiskamer. Hij zat te roken in de tuin en ik bleef even staan. Kijkend naar het monster die genoot van mijn leed en pijn. Toen schraapte ik mijn keel en keek ik naar de sleutels van zijn auto die hij op de tafel had liggen. Langzaam liep ik ernaartoe en pakte ik deze rustig op. Toen liep ik terug naar de hal en deed ik de voordeur langzaam open. Zijn auto stond letterlijk voor mijn neus. De hek stond open en er waren geen beveiligers. Het was vijf uur en meestal waren ze rond deze tijd gezamenlijk koffie aan het drinken. Ik liep er voorzichtig naartoe en deed de autodeur open. Mijn hart bonkte in mijn keel, maar gek genoeg was ik niet bang. Het was alsof angst me niets meer kon maken. Niet meer na wat ik zojuist gelezen had. De grauwe mist kwam weer terug in mijn hoofd en ik starte de auto en deed de deur dicht. Toen zette ik hem in zijn achteruit en keerde ik de auto om. Maar in de verte zag ik dat de hekken begonnen te sluiten. Ik gaf gas en reed snel richting de hek die net op tijd dicht ging. Ik remde keihard en kwam met mijn voorhoofd tegen het stuur. Tijd om een gordel om mij heen te doen had ik namelijk niet. Ik keek op en alles werd wazig. De deur van de auto werd geopend en ik werd ruw eruit getrokken door een beveiliger.

Hij trok me mee naar binnen en Badr stond in de huiskamer met zijn armen over elkaar. De beveiliger legde de autosleutels terug op tafel en verliet het huis. "Ik heb overal ogen en oren Naciri." Zei hij. "Blijkbaar heb je de brieven gelezen. Bijzonder hé, hoe onze ouders ons zo goed kunnen voorliegen. Net als bij mij, ik heb vorige week te horen gekregen van mijn moeder dat Adil mijn halfbroertje is in plaats van mijn neefje. Ik heb gewoon een verdomde halfbroertje Naciri. En wie heeft het verzwegen? Mijn bloedeigen moeder."

Ik fronste mijn wenkbrauwen en keek hem verbaast aan. "Ja, zo keek ik ook." Zei hij. Ik weet dat zijn moeder zei dat ze een groot geheim had, zal dit het zijn geweest? Hij pakte een glas en vulde deze met zijn bedwelmende verslaving. "Wie had ooit gedacht dat onze ouders zo... goed konden liegen." Zei hij terwijl hij een slok nam. Ik keek hem vluchtig aan en zag behalve teleurstelling zelfs verdriet in zijn ogen. Het was een wonder deze emotie in zijn ogen te zien.

"Weet je Naciri, je kan vluchten. Je mag van mij zelfs nu die deur uit en ik zal de beveiligers terug fluiten. Maar je kan ook je grote mond houden en juist dankbaar zijn dat je een dak boven je hoofd hebt en te eten. Vlucht maar, ga het leven leiden die jouw vader al gehad heeft. Ik kan je één ding vertellen, jij houdt het geen seconde vol daarbuiten." Zei hij. Hij keek me van top tot teen aan en wilde weg lopen. "Waarom zou je mij onderdak willen aanbieden als je mij tegelijkertijd haat om wat mijn vader je aangedaan heeft?". Vroeg ik oprecht nieuwsgierig. Hij keek me aan en er verscheen een speelse glimlach op zijn gezicht. "Omdat je denk ik nu wel genoeg gestraft bent. Vooral nu je die brieven hebt gelezen." Zei hij. Ik knipperde met mijn ogen en fronste mijn wenkbrauwen. "Ben je niet meer boos op mij?". Vroeg ik als een klein kind die iets per ongeluk heeft laten vallen. Het klonk nogal vrij bijzonder om die woorden uit zijn mond te horen, daarom klonk mijn vraag blijkbaar zo ontzettend wanhopig.

Hij liep naar mij toe en keek me aan. "Naciri, ik ben nooit boos op jou geweest..". Zei hij ineens. Ik keek hem raar aan. "..ik ben woedend op jou. Nog steeds. Want als ik naar jou kijk, zie ik je vreselijke vader. Maar ik denk dat je mentaal wel genoeg geïncasseerd hebt, tenzij je me gaat dwarsbomen dan is het een ander verhaal." Zei hij. Ziet hij mijn vader in mij? Ik vond dat vreselijk om te horen! Ik heb er alles aan gedaan om niet op hem te lijken. "Maak jezelf nuttig en neem desnoods de taken van Mariah over aangezien zij voorgoed in Spanje zal blijven. Zoniet, daar is het gat van de deur" Zei hij.

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu