| Deel 46

165 8 1
                                        

Ik keek naar mijn handen die onder de aarde zaten. Shit!!

Met de rug van mijn hand streek ik mijn lokken uit mijn gezicht en drong ik de struiken verder naar binnen. Het was nu een week geleden en elke dag als de ellendeling op zijn werk was zocht ik de hele tuin af naar mijn ring! Misschien had ik hem voorzichtiger moeten benaderen vorige keer, maar ik wist dat hij zijn telefoon nooit zou geven aan mij. Ik moest hem wel op die manier bespelen!

Het was het enige wat ik nog van Leyla had en toen ik erachter kwam dat ik hem niet meer om had stond mijn hart stil! Ik moest hem vinden! Dat zijn vriendin er ook was kon me op dat moment niet zoveel schelen.

Goed, ik moest me focussen en drong de struiken meer naar binnen. Ik stootte alleen mijn hoofd tegen een flinke lage tak toen ik zijn stem hoorde. "Nog steeds niks gevonden Naciri?". Ik kroop een beetje naar achter en keek op naar de ellendeling die dit op zijn geweten had. "Nee!". Snauwde ik. "Ok, ik heb honger Naciri. Schiet op want ik ga hierna trainen." Zei hij ongeduldig.

"Je kan de boom in met je trainen." Zei ik onverstaanbaar. "Wat zeg je?". Vroeg hij. Ik draaide me om en keek hem aan. "Dat ik de tafel ging dekken." Zei ik. Hij keek me met dicht geknepen ogen aan en ik liep vervolgens naar de keuken. Ik schepte het eten op en liep ermee naar de huiskamer. Hij keek me aan en moest ineens glimlachen. "Wat.. is er?". Vroeg ik. "Niks." Antwoorde hij weer serieus. Ik liep weer weg naar de keuken en na een uur ruimde ik de tafel af. Hij ging trainen en ik liep naar de badkamer om een warme douche te nemen. Toen ik in de spiegel keek zag ik waarom hij zo moest glimlachen. Er zaten vagen van aarde op mijn voorhoofd en wangen.

Verdomme!!

Gauw deed ik de kraan open en nam ik een warme douche. Ik droogde mezelf af en keek naar de lichtblauwe plek die gelukkig niet meer zo'n pijn deed. Ik wikkelde mezelf in een handdoek en liep naar mijn slaapkamer. Daar aangekomen dacht ik ineens spontaan aan Farid. Hij kwam niet meer zo vaak langs als voorheen en ergens miste ik hem toch wel. Ik trok uiteindelijk mijn pyjama aan en droogde mijn haren droog. Voordat ik ging slapen liep ik naar beneden om een flesje water te pakken uit de koelkast. "Ik ook graag." Hoorde ik achter mij. Het licht van de keuken ging aan en ik draaide me om. Daar stond Badr met zijn afgetrainde lichaam. Blijkbaar was hij net thuis.

Ik pakte nog een flesje water en liep naar hem toe. Ik reikte de fles aan en hij pakte het aan. "Morgen komt Alicia ontbijten." Zei hij. Alweer die prachtige krullenbol? Ze begon me op mijn zenuwen te werken..

"Prima." Zei ik. Voordat hij weg wilde lopen vroeg ik wat. "Heeft Farid je toevallig niet gesproken?". Hij draaide zich om en schudde zijn hoofd. "Waarover? Jou?". Vroeg hij. Ik knikte langzaam. Badr moest gek genoeg hard lachen en ik snapte er niks van. "Naciri, ga slapen groentje." Zei hij.

Ik was het zat!

Eerst mijn ring die hij weg gegooid had en nu weer een vernedering! Boos draaide ik me om en liep ik richting de trap naar boven. Daar aangekomen liep ik naar het terras en ging ik leunen op de veranda. Ik wreef over mijn gezicht en bleef zo een tijdje staan. Totdat ik hem ineens zag zitten op een stoel. Hij had een sigaret tussen zijn vingers en een ontbloot bovenlijf. Hij zag mij niet en ik betrapte mezelf dat ik maar bleef kijken naar hem. Ik wende gauw mijn gezicht af en zag ineens iets glinsteren recht voor mij in de rozenstruik.

Gauw rende ik naar beneden richting de tuin. Badr keek op en nam een slokje van zijn glas wiskey. Ik liep meteen naar de rozenstruik en probeerde te vinden waar de glinstering vandaan kwam. Toen ik wat struiken opzij trok zag ik mijn ring liggen! Gauw bukte ik en pakte ik mijn ring op.

Met een glimlach op mijn gezicht draaide ik me om en zag ik Badr naar mij kijken. "Zo, je hebt je ring gevonden." Zei hij. Hij stond langzaam op en keek me aan. Ik deed een stap naar achteren en keek hem vluchtig aan. Ineens kreeg ik een idee! Ik stopte de ring weg in mijn beha. Badr stond abrupt stil en trok zijn wenkbrauwen op. "Wat.. was dat?". Vroeg hij. Ik zweeg en liep langzaam richting de huiskamer. "Niks." Antwoorde ik. "Heb je je ring nou in je...". Ik knikte. "Ja! En je blijft ervan af..". Zei ik zwaar geïrriteerd.

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu