| Deel 150

287 12 14
                                        

"Sophia...?"

Zodra ik zijn stem hoorde kroop ik in elkaar. Het gehuil van Adam was al een half uur aan de gang. Ik kon van angst en de shock amper naar hem toe gaan. Hij huilde zijn longetjes zowat kapot en ik zat in mijn kamer, ergens in een hoek van de inloopkast, met opgetrokken knieën doodsangsten uit te slaan.

Ik ben niet gek. Dat was hem echt! Voor heel even dacht ik dat Badr er wel degelijk iets mee te maken had. Totdat ik dacht aan de woorden die de man zei. Hij kent Badr ook. Blijkbaar zo goed dat hij hier twee uur geleden op de oprit stond.

"Sophia...??"

Ik hoorde weer mijn naam.

Maar ik bleef op deze plek zitten en ik hoopte uiteraard dat hij niet in gezelschap was met die vreselijke man. Het gehuil van Adam werd minder. Zijn tranen gingen door merg en been en ik kon gewoon niet opstaan om naar hem toe te gaan. Ik bevroor van angst.

Ik hoorde plotseling de deur van mijn kamer open gaan.

Hij liep de kamer binnen totdat hij blijkbaar gestopt was bij mijn bed. Een minuut later hoorde ik de deur van de inloopkast open gaan. Toen deze eenmaal open was trok ik me helemaal terug en begon ik te huilen. Ik kon het gesnik niet onderdrukken. "Sophia...?"

Badr liep naar binnen en keek me meteen aan. Zodra hij mij zag snelde hij zich naar mij toe. "Sophia... wat is er? Wat doe je hier?" Vroeg hij. Ik snikte alleen en kreeg er geen woord uit. Hij hurkte naast mij en keek me aan. Uiteindelijk trok hij mij naar zich toe en liet ik dat maar gaan. Ik voelde zijn hand over mijn haren gaan en hij tilde me uiteindelijk op.

Plots maakte ik mezelf los en schudde ik mijn hoofd. "Is hij daar?!" Vroeg ik paniekerig. Badr keek me niet begrijpend aan. "Die man! Is hij daar? Is hij hier bij jou?" Vroeg ik. Badr schudde zijn hoofd. "Er is hier niemand Sophia, alleen jij en ik." Antwoorde hij.
"Sophia wat is er aan de hand?"

Ik veegde mijn tranen weg en keek hem aan. "Hij was hier. Die man was hier!" Antwoorde ik. Badr moet vast denken dat ik gek geworden was. Misschien was dat ook wel zo..

Hij trok me naar zich toe en keek me aan. "Hier is echt niemand Sophia. Je bent veilig. Hij is hier niet ok?" Zei hij. Dat dacht ik al. Ik zie ze vliegen zal hij gedacht hebben..

Ik schudde mijn hoofd. "Hij was hier! Hij was bij jou!!" Zei ik toen maar. Mijn stem klonk schor en ik had het niet meer. Ik haalde zijn handen van mij af en liep de inloopkast uit. Badr liep achter mij aan en pakte mijn pols vast. "Sophia...". Zei hij.

Ik rukte mijn hand weg en snelde me naar de woonkamer. Badr had gelijk, hier was niemand. Maar wellicht stond hij buiten? Ik snelde me weer naar het raam toe. Het enige wat ik zag was de auto van Badr en twee beveiligers die met elkaar in gesprek waren. Toen ik me omdraaide zag ik Badr vreemd naar mij kijken. "Sophia...".

Ik kon er niet meer tegen!

"Hij stond daar! Hij stond met jou te praten en hij ging met jou weg!! Ik ben niet gek!" Schreeuwde ik. Badr fronste zijn wenkbrauwen en liep naar mij toe. "Dat kan toch niet Sophia, ik stond met een vriend te praten. Hij had mij gebeld en ik moest even weg. Dat zei ik toch tegen jou?" Zei hij met een glimlach op zijn gezicht alsof hij echt dacht dat ik gek was geworden.

"Anass ken ik al jaren. Hij is...". Ik onderbrak hem meteen. "Heet hij zo? Is dat zijn naam?" Vroeg ik. Badr knikte langzaam en keek me ineens met vernauwde ogen aan.

"Hij is het Badr. Hij is de man die me gevangen heeft gehouden. Hij is het!" Zei ik door mijn tranen heen.

Badr keek me verbaast aan en knipperde met zijn ogen. "Anass...?" Vroeg hij. Ik knikte hevig en liep weer naar het raam toe om te zien of hij daar echt niet stond. Toen ik me omdraaide zag ik Badr nergens staan. "Badr....?".

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu