| Deel 58

152 10 2
                                        

"Nee, nog niks...".

Ik zuchte diep en keek weer voor me uit. "Verdomme waar kan die idioot nu zitten!". Zei ik kwaad. "We hebben overal gezocht, maar hij is echt onvindbaar. Hij wil duidelijk niet gevonden worden." Zei hij. Ik keek hem aan. "Goh, dat meen je niet." Ik stond hoofdschuddend op en haalde een hand door mijn haar.

Het vreemde is dat alles gewoon liep zoals het moest. Behalve dat Christina een aantal weken geleden dood voor mijn huis werd neer gegooid. Het deed pijn, natuurlijk deed het pijn. Het was de vrouw die ik als de ware zag. De vrouw waar ik op slag verliefd was geworden. Haar zo levenloos zien liggen brak mijn hart dus. En wat haar ouders betreft, die konden me wat..

"Eh Sophia wacht trouwens in de hal." Zei een beveiliger. Ik sloot mijn ogen en stond naderhand op. Ook dat nog verdomme. Ik moest het feit al accepteren dat ze zwanger was en nu moest ik ook doodleuk naar afspraken mee gaan. En wie had ooit maar dan ook ooit gedacht dat Omar, één van de grootste drugsbazen, haar vader was?? Het was bizar hoe geheimen aan het daglicht kwamen en levens op hun kop zette.

Adil was al maanden onvindbaar. Nergens konden we hem vinden en het enige wat ik wilde is dat hij veilig was. Het ontfermen over hem was iets wat in mijn bloed zat en als Omar daadwerkelijk achter hem aan zat, dan had Adil een heel groot probleem. Omar was een man met wie je geen problemen wilde hebben en warempel, nu zocht hij mijn neefje én heb ik ook nog eens zijn dochter bezwangerd!

Wat een dillema..

Ik liep mijn werkkamer uit en zag haar in de hal staan. Haar buik probeerde ik visueel te ontwijken. Ze keek me aan en trok haar schoenen aan. Hoe ver zou ze nu zijn? Het kon me niet schelen ook, zodra het kind er was had ik wel andere plannen met hun. We reden naar de afspraak, Sophia kwam naderhand de kamer uit en toen reden we weer terug naar huis. Ze staarde de hele tijd met een glimlach naar een foto en dat irriteerde me. "Wat heb je daar?". Vroeg ik. Ze schrok en keek in de binnenspiegel. Gauw stopte ze hetgeen weg waar ze naar keek. Ik strekte mijn hand uit en na wat getwijfel gaf ze het me aan.

Weer zo'n vreemde foto in het zwart en wit. Toen ik beter keek zag ik het silhouet van een baby?

Bovenaan de foto stond de achternaam Naciri en het aantal weken. Ik zuchte diep en draaide me even om.

"Naciri?". Vroeg ik. Ze keek op en ik gooide de foto terug naar haar. "Waarom staat er Naciri op de foto? Ze wist blijkbaar geen woorden te vinden en zweeg. "Volgens mij ben ik diegene die het zaadje gepland heeft?". Vroeg ik. Ze werd rood en knipperde met haar ogen. Ik schudde enkel met mijn hoofd en focuste mij op de weg.

Thuis aangekomen belde ik even met mijn moeder die inmiddels terug was in Algerije. Uit voorzorg wilde ik dat ze nog even weg bleef totdat deze storm aan chaos ging liggen. En uiteraard wilde ze continu weten hoe het met haar kleinzoon ging. Ik kapte het gesprek meteen af en hing op. Twee weken later werd ik midden in de nacht wakker van een schreeuw...

Ik kwam overeind en hoorde iets of iemand in de hal. Ik stapte mijn bed uit en liep naar de hal waar Sophia helemaal rood was en haar beide handen op haar onderrug had. "Wat is er nu weer?". Vroeg ik zwaar geïrriteerd. "De baby,... mijn vliezen zijn gebroken en alles doet zo'n pijn!". Zei ze met moeite. "Wat heb je gebroken!?". Vroeg ik. "Verdomme Badr, ik ga bevallen!". Zei ze hardop. Ik keek haar met open gesperde ogen aan en liep terug naar de slaapkamer waar ik gauw mijn kleren aandeed. "Ik moet naar het ziekenhuis want het doet zo'n pijn." Jammerde ze. "Hou op, je maakt me nerveus." Zei ik nogal licht geïrriteerd.

Ik liep naar buiten en stapte gauw de auto in. Sophia stond nog in de deuropening en ik knipperde met mijn ogen. Gauw stapte ik weer uit. "Kom je nog? Of wil je hier op de oprit bevallen?". Zei ik. Ze knikte alleen en liep langzaam naar de auto toe. Toen ze eenmaal binnen was reed ik met volle vaart richting het ziekenhuis. En toen we daar aan kwamen ging alles snel. Ze werd meteen mee genomen en ik liep maar mee. Ik kreeg een schort en een muts en keek ernaar. "Wat moet ik hiermee?". Vroeg ik. "Dat moet als u bij de bevalling wilt zijn." Zei een verpleegster. Ik schudde een nee met mijn hoofd en was eerlijk gezegd helemaal in de war. De verpleegster liep gauw weg richting de kamer waar Sophia naartoe werd gebracht.

Ik hoorde haar kreunen van de pijn en liep naar de deur die op een kier stond. Ik had enkel uitzicht op haar gezicht die er bezweet uitzag. Ze hieldt haar kussen vast en had vreselijk veel pijn blijkbaar. De artsen zeiden iets tegen haar maar ik bleef alleen naar haar kijken. Wat gebeurde er in hemelsnaam en wat deden ze met haar?? Sophia bleef maar kreunen van de pijn totdat er een geluid kwam.

Het geluid van een huilende baby..

Ik deed een paar stappen achteruit en voor het eerst in mijn hele leven voelde ik iets wat ik nog nooit in mijn leven had gevoeld. Ik kon er mijn vinger niet op leggen maar het leek wel alsof ik in een andere wereld was. Een leukere wereld.

Dat geluid.. dat geluid was van mijn zoon..

De deur ging open en de verpleegster keek me aan. "Gefeliciteerd met de geboorte van uw zoontje." Zei ze. Ik knipperde met mijn ogen en zag Sophia liggen met iets in haar armen. Langzaam, maar dan ook echt heel langzaam liep ik naar haar toe. Zodra ze mij zag trok ze datgene meer naar zich toe. Ik keek naar het hoopje wat ze in haar armen had liggen en zag dat het een baby was. Mijn zoon..

Ik heb een zoon.

"Meneer, u kunt hier zitten." Zei een verpleegster. "Als u uw overhemd uitdoet dan leg ik hem op uw borst." Zei ze. "Waarom?". Vroeg ik. "Huid op huid contact is zeer belangrijk voor uw baby." Zei ze. Ik snapte er geen moer van maar trok mijn overhemd maar uit. De verpleegster keek me aan en werd rood. Ze knipperde even met haar ogen en keek toen weg. Sophia keek me aan en de verpleegster nam de baby over. Ze deed het dekentje weg en legde hem op mijn borst. Ik legde mijn handen om hem heen en keek hem aan. Zo klein, zo fragiel.. zat dit mensje echt in haar buik?

Bizar.

Ik gleed met mijn wijsvinger over zijn bolle wangetjes en moest glimlachen. "Hoe gaan we je noemen kleintje." Zei ik zachtjes. Ik voelde me ineens de gelukkigste man van de hele wereld. Nooit heb ik gedacht dat ik dit gevoel zou terug krijgen. Ooit voelde ik dit maar dat was toen mijn leven goed op de rails liep. Toen alles ging zoals het moest gaan. Nooit, maar dan ook nooit heb ik gedacht dat ik dit gevoel terug zou krijgen. Daar zorgde dit kleine mannetje ineens allemaal voor. Ik staarde minutenlang naar zijn kleine gezichtje totdat hij begon te bewegen en huilen. Langzaam stond ik op en legde ik hem terug bij Sophia. Onze blikken kruiste elkaar en ik wist van gekkigheid en geluk niet wat ik moest zeggen of doen. Totdat ik iets voorover boog en een kus op haar voorhoofd drukte. Ze keek me vluchtig aan en toen naar onze zoontje..

'Onze zoontje'.. ik kon het nog niet bevatten. Dit plaatje zal altijd op mijn netvlies gebrand staan.

Ik trok mijn overhemd aan en een paar uur later zaten we alweer thuis. Sophia hieldt hem de hele tijd vast en gaf hem voeding. Ik kon nog steeds niet geloven dat ik vader was geworden. Hem zo zien was toch heel anders als dat hij nog in haar buik zat. "Ik heb nog geen kleren gekocht voor hem." Zei ze ineens. Ik keek op en pakte een sigaret. Toen ik naar de baby keek legde ik hem gauw weer weg. Ik knikte alleen en besefte me inderdaad dat er niks in huis was voor hem. "Ik haal.. het morgen wel." Zei ik. Ze knikte langzaam en keek weer op.

En die morgen kwam.

Maar die ging niet zoals ik gehoopt had. Sterker nog, het was alsof je mijn hart dicht kneep totdat je niet meer verder kon..

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu