| Deel 148

217 14 19
                                        

Ik trok zo hard aan de rot handboeien om mezelf los te krijgen, maar zonder succes.

Van alle plekken waar ik kon zijn was het op deze plek! Op deze vreselijke plek!

De rotzak probeert nu de held uit te hangen. Of de redder in nood. Hij geeft je een hand en graaft onderhand een gat in de grond om je erin te duwen! Rotzak!!

"Maak mij los rotzak!!" Schreeuwde ik weer hard. De man die me geestelijk en lichaam gebroken heeft ziet nu pas in hoe walgelijk hij mij heeft behandeld! Het is te laat hufter! Veelste laat..

De deur werd ineens geopend en Eve stond in de deuropening. Ze liep naar binnen en deed de deur dicht. "Als Badr je gestuurd heeft kun je terug gaan. Ik zeg niks." Zei ik. Ze keek me aan en slaakte een lichte zucht. "Ik hoef niks te weten. Ik voer alleen de opdrachten uit." Zei ze in het Arabisch. "En welke opdracht heb je nu van je baas gekregen? Mij als een kind in de gaten houden?"

Ze glimlachte. "Dacht je dat ik het altijd eens ben met de opdrachten die ik moet uitvoeren?" Vroeg ze. "Het is je werk, dus ja." Antwoorde ik. Ze schudde langzaam haar hoofd. "Niet altijd."

"Hoe heb je mij gevonden?" Vroeg ik. "Je was opgepakt die avond. Ik kon de melding achterhalen. Daar heb ik zo mijn trucjes voor." Antwoorde ze. Ik zweeg en keek toe hoe ze tegenover mij ging zitten.

"Wat doe ik hier? Waarom houdt hij mij vast?" Vroeg ik. "Omdat dit de enige veilige plek is die er is. Je had dood kunnen zijn, dat snap je wel toch?"

"Misschien wilde ik dat wel." Zei ik. Ze schudde haar hoofd en stond langzaam op. "Dat wil je niet. Je had het allang kunnen zijn, maar hier zit je dan. Weet je wat dat betekent? Dat er nog iets is om voor te leven." Zei ze. Ik schudde mijn hoofd. "Wat heb ik nog in hemelsnaam om voor te leven. Mijn vader? Door hem zit ik hier als een wrak. Mijn kind? Ik heb amper een band met hem. Die band is me ruw ontnomen door jouw baas. Ik heb niks meer om voor te leven. Niks."

Ze zweeg en keek me aan. Met een zucht deed ze de deur open en liep ze weg.

Het duurde niet lang toen Badr de kamer binnen kwam lopen. Hij had iets in zijn hand en legde het neer op het nachtkastje. "Ik heb soep voor je." Zei hij.

Stik in je soep.

Ik negeerde hem en keek de andere kant op. Hij kwam echter op het bed zitten en ik voelde hoe hij naar me keek. "Wil je het op z'n minst proberen? Je eet niks." Zei hij. "Ook een manier om dood te gaan." Zei ik. Ik hoorde hoe hij zuchte.

"Ben je verkracht."

Het was geen vraag. Het waren meer woorden die hij met moeite over zijn lippen kreeg. Alsof hij deze woorden al langere tijd wilde zeggen maar het toch besloot niet te doen. Ik zweeg en zei niks. "Sophia. Ben je verkracht."

Dit keer voelde het wel als een vraag aan. Ik keek hem aan en hij keek enkel voor zich uit. "Wie wil dat weten? De nieuwsgierige Badr die mijn leven tot een hel heeft gemaakt of de Badr die de held op sokken probeert te spelen?"

Hij haalde een hand door zijn haren en keek me ernstig aan. "Alsjeblieft, ik moet het weten." Zei hij. Zijn stem klonk wanhopig. "Ja. Meerdere malen. Ben je nu tevreden?" Antwoorde ik maar. Hij keek weg en plotseling vloog de kom soep door de kamer heen. Hij gooide alles wat hij maar kon vinden omver. Zijn gezicht trok wit weg van woede. Hij wreef over zijn gezicht, haalde steeds zijn hand door zijn haren en uiteindelijk pakte hij met trillende handen een sigaret uit zijn broekzak en aansteker. Hij stak zijn sigaret op en liet zich daarna op zijn knieën vallen. De allerlaatste keer dat ik hem zo gebroken zag was toen ik hem vertelde dat Liyam overleden was..

Hij drukte zijn sigaret uit, stond op en kwam naar mij toe lopen. "Vertel me alsjeblieft wie het is!!!" Schreeuwde hij. Ik schrok en maakte mezelf klein. Toen hij het weer vroeg schudde ik mijn hoofd. "Hou op." Zei ik zachtjes en onverstaanbaar. Hij begroef zijn gezicht in zijn handen en je zag de wanhoop in zijn ogen. "Sophia. Je moet me vertellen wie het is." Zei hij zachtjes.

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu