| Deel 147

160 10 5
                                        

Ik was met stomheid geslagen toen ik het telefoontje van Eve binnen kreeg.

"Je hebt.... haar gevonden?"

"Ja. Maar ze is er heel slecht aan toe. En daarmee bedoel ik ook echt heel slecht." Zei ze.

Als Eve het zei dan kun je er donder op zeggen dat het goed mis was.

"We zijn er bijna. Hugo moest iemand opruimen." Zei ze. "Iemand?" Vroeg ik. "Zoals ik al zei, ze is er slecht aan toe."

Een uur later werd er aangebeld en vloog ik naar de deur. Eve stond voor de deur en keek me aan. "Waar is ze?!" Vroeg ik. "We hebben haar moeten verdoven." Antwoorde ze. Ze gebaarde me mee te lopen naar het busje en schoof de deur open.

Oh mijn.... God..

Ik bleef minutenlang zwijgzaam kijken naar haar. "W... wat is er met haar gebeurd?!" Vroeg ik terwijl ik instapte en haar van dichtbij bekeek. "Mijn God...".

Ik was verbijsterd. Ik was in shock en dat ben ik echt niet zo snel. Ik was woedend. Woedend op mezelf..

"Ik zou haar maar niet hier houden." Zei Eve. Ik kon mijn blik niet van haar afwenden. Haar lippen waren zo droog, ze zag er zo grauw uit, ze had overal wondjes, wat is er in vredesnaam met haar gebeurt???

"Waarom niet?" Vroeg ik. Ze pakte haar arm en deed de mouw ervan omhoog. "Hierom." Zei ze. Mijn mond viel open van verbazing toen ik de wondjes van de naalden zag. Ik schudde mijn hoofd. "Nee...". Zei ik zachtjes. "Ze is aan het ontwennen dus ze is zichzelf niet. Ik waarschuw je alvast."

Je wilde dat ze met hangende pootjes terug kwam Badr. Wel, ze is terug maar met hangende armen die vol gespoten zitten met heroïne!

"Wat nu?" Vroeg ze. Ik bleef maar naar Sophia kijken en voelde de woede opborrelen. "Wat bedoelde je toen je zei dat Hugo iemand had opgeruimd?" Vroeg ik. "Een man. Hij vergreep zich aan haar. We waren net op tijd."

Ik kneep mijn ogen dicht en balde mijn vuisten.

Het is te laat Badr. Dit is jouw schuld.

Ik zuchte diep en kon mijn ogen niet van haar afhouden. "Jullie hadden hem niet moeten dood schieten. Je had z'n hoofd moeten brengen." Zei ik schor.

"De verdoving zal zo uitwerken." Zei Eve. Ik knikte en stapte uit. "Het gastenverblijf." Zei ik. Ze knikte en ik pakte Sophia voorzichtig uit de auto.

Wat heb ik gedaan. Wat heb ik in hemelsnaam gedaan...

Waarom ben ik zo walgelijk slecht..

Eve deed de deur open van het gastenverblijf en ging weg. Ik liep naar binnen en legde Sophia voorzichtig op het logeerbed. Ik ging naast haar zitten op het bed en keek naar haar. Ze had diepe rode striemen aan haar polsen en enkels. Ze moet vastgebonden zijn. Haar lichaam voelde slap aan en je zag dat de door een hel moet zijn geweest.

Wat heb ik toch in vredesnaam gedaan? Ik heb haar letterlijk in de handen van een monster geduwd. En wie dat monster was, was nog maar de vraag want het leek me zeer onwaarschijnlijk dat het de man was geweest die Hugo had opgeruimd. Wie dit ook op z'n geweten heeft, die weet precies wat hij deed! Ik werd gek van het denken en van het zien van Sophia die er zo verloren bij lag.

Ik stond op en begon heen en weer te lopen. Toen mijn blik weer op haar viel stond ik stil. Ik kon me niet meer inhouden en begon alles kort en klein te slaan. Van verdriet, van woede, en een flinke schuldgevoel die mij verstikte. En ik hoopte het.. ik hoopte dat ik erin zou stikken want dat is wat ik verdien!

En ik verdiende wel meer! Ik verdiende zoveel meer voor alles wat ik haar had aangedaan!

Ik zag dat Sophia een beetje bewoog en stopte met alles kort en klein te slaan. Eve kwam weer terug en keek om zich heen. "Deze ga je nodig hebben." Zei ze. Ze gaf me twee paar handboeien aan en ik wist dat ze gelijk had. Sophia begon te bewegen en we keken haar beide aan.

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu