"Goedemiddag, ik ben Sophia Ziane. Ik moest me...".
De dame voor me wuifde meteen met haar hand en glimlachte breed. "U bent de vrouw van Badr. Dat weet ik. Hij zit op de dertiende verdieping." Ik glimlachte en bedankte haar.
Eenmaal aangekomen op de afdeling liep ik naar het kantoor waar Badr zou moeten zitten. Dit bedrijf was ooit van zijn vader geweest. Sterker nog: hier was het allemaal begonnen. Ik tikte op de deur en hoorde zijn stem. Langzaam deed ik de deur open en keek ik naar de allermooiste man van de hele wereld.
"Goedemorgen, schatje," fluisterde ik.
Hij stak zijn hand naar me uit en ik liep naar hem toe. Zodra ik dichtbij was, trok hij me op zijn schoot en drukte een kus op mijn wang. "Goedemorgen..."
"Dus, wat kan ik voor u doen, meneer Ziane?" vroeg ik terwijl ik nieuwsgierig om me heen keek. "Niks. Gewoon op mijn schoot zitten," zei hij, terwijl ik ineens een harde klap op mijn bil kreeg. Ik slaakte een gil en vloog bijna tegen het plafond. "Sssht... straks horen je collega's je nog," zei hij met een grijns. Ik keek hem met grote ogen aan. "Jij geeft me een..." Voor ik mijn zin kon afmaken, kreeg ik er nog een te pakken. Ik beet op het puntje van mijn tong. Badr vond het allemaal heerlijk amusant; hij moest hard lachen. Ik stond meteen op en gaf hem een por op zijn schouder. "Stommert," siste ik. "Wel, wat je wél voor me kan doen," Hij schoof een mapje naar me toe en ik pakte het aan. Na wat geblader erin keek ik hem met vernauwde ogen aan.
"Verdienen jullie echt zóveel?" vroeg ik.
Hij haalde zijn schouders lichtjes op. "Wat kan ik zeggen? Het gaat goed met de business. Zelfs toen Adil ermee vandoor ging," antwoordde hij. "En ik moet dit uitwerken?" vroeg ik. "Absoluut. En ik wil het om vijf uur uitgewerkt op mijn bureau hebben." zei hij. "Dit is nogal veel. Ik weet niet of me dat gaat lukken..." zei ik eerlijk. Hij stond langzaam op en liep naar me toe. "Om vijf uur, liefje. Anders zwaait er wat als we thuis zijn," zei hij, terwijl zijn wenkbrauwen speels op en neer bewogen.
Ik lachte hardop en liep hoofdschuddend weg. "Waar ga je heen?" vroeg hij. Ik keek hem vragend aan. "Nou, ik dacht dat je me zou laten zien waar mijn kantoor is?" Badr moest lachen. "Niet op mijn schoot?" vroeg hij. "En weer klappen op mijn billen incasseren? Ik dacht het niet," antwoordde ik. "Oké, spelbreker. Ik loop met je mee," zei hij, terwijl hij voor me uit de afdeling op liep.
Nieuwsgierige ogen van collega's keken ons aan. Ik glimlachte vriendelijk. Sommigen glimlachten terug, maar een paar vrouwen keken me aan alsof ze mijn bloed konden drinken. Badr tikte op een deur en deed deze open. De ruimte was groot, met twee bureaus. "Van wie is dat andere bureau?" vroeg ik. "Sophia???" Ik draaide me abrupt om en zag Romy staan. "Oh Badr, je bent een held! Eindelijk een collega met wie ik lekker kan praten!" zei ze enthousiast.
Badr keek haar even twijfelend aan - waarschijnlijk bedacht hij zich of dit wel zo'n goed idee was: twee kletskoppen in één ruimte.
Alsof Romy het aanvoelde. "Geen zorgen, baas. Je weet dat ik hard werk," zei ze met een knipoog. "Goed, ik ga terug. Ik heb zo een vergadering. Romy legt je het een en ander uit," zei hij. Ik knikte en hij gaf me een vluchtige kus. Toen de deur eenmaal dichtviel, sprong Romy bijna op en neer. "Oh mijn God, wat ben ik blij! Diegene die hier eerst zat keek altijd zo zuur."
"Waar is die persoon dan?" vroeg ik.
"Al een tijdje geleden ontslagen door de directeur," antwoordde ze. "Omdat ze zuur keek?" vroeg ik verbaasd. Romy lachte hard. "Nee joh, ze deed gewoon haar werk niet goed."
"Hadden jij en Mohammed niet een huwelijksreis geboekt?" vroeg ik. "Volgende week gaan we naar Griekenland. Maar vertel: hoe was Bora Bora? Je appte me die foto's en ik viel bijna achterover!"
Als ik aan dat stukje paradijs dacht, kreeg ik meteen weer zin om terug te gaan - ondanks die lange reis.
"Waarom gaan jullie daar niet heen?"
"Mohammed houdt het niet uit. Hij haat lange vluchten," zei ze met rollende ogen. "Het is een lange reis, maar echt de moeite waard," zei ik.
JE LEEST
Haar naam is Sophia
Romansa'Als ik had gedacht dat de wereld er zo voor mij uit zou zien, was ik liever niet geboren.' Dit moet Sophia haar hele leven elke dag gedacht hebben. Haar vader is een zware drugsgebruiker en verkoopt af en toe zelf ook wat om het vervolgens weer uit...
