"Waar was je al die tijd?".
Hij kreeg amper zijn ogen open die de formaat van een appel hadden. Dat hij letterlijk tot aan het randje van de dood toe gemarteld is, was te zien. Praten kon hij ook niet dus stond ik uiteindelijk op en liep ik de kamer uit naar de kamer ernaast. "Hoe gaat het met haar?". Ik schraapte mijn keel bij het zien van Alicia. "Ze kan niet zonder beademing. Maar we gaan zo even bespreken wat we nog meer kunnen doen." Zei de arts. Ik knikte alleen en liep toen de kamer uit.
"Baas?". Ik keek naar Franco die met één knik ergens naar gebaarde. Toen ik hem zag vloekte ik binnensmonds en zuchte ik diep. "Ga maar, ik regel dit wel." Zei ik. "Meneer Ziane, goedemorgen." Zei de speurneus die me nu al zwaar begon te irriteren. "Goedemorgen, wat kan ik voor je doen...alweer." Zei ik. "Beginnen met te vertellen wat er met die twee gebeurt is misschien? Er ligt daar een vrouw te vechten voor haar leven en over je neefje maar te zwijgen." Zei hij. "En die informatie denk je bij mij te verkrijgen?". Zei ik. "Soort van ja..". Antwoorde hij. "Ik weet niet waar je het over hebt." Zei ik. De rechercheur kneep zijn ogen dicht en keek me aan. "Luister eens meneer Ziane, ik weet niet wat er gisteren gebeurt is maar ik kom het te weten ook." Zei hij. Ik zweeg en hief enkel mijn schouders op. "Je wilt me dus vertellen dat Omar Naciri je gisteren geen huisbezoek heeft gebracht? En waar is zijn dochter?". Vroeg hij. "Ik ken geen Omar Naciri. En wat zijn dochter betreft, die is ervandoor gegaan met mijn zoon. Ga dat dus even uitzoeken in plaats van mij te onderwerpen aan al die vragen waar je amper recht op hebt." Antwoorde ik zuchtend. "Sophia Naciri heeft je kind ontvoerd? Is dat wat je me nu probeert te vertellen?". Zei de rechercheur met gefronste wenkbrauwen. "Kijk eens aan, bingo." Antwoorde ik geïrriteerd.
"Ik geloof er niks van meneer Ziane. Weet je wat ik denk dat er gebeurt is? Ik denk dat je een bezoekje hebt gehad van Omar Naciri. Ik denk dat hij je neefje eerst heeft aangepakt om hetgeen wat er gebeurt is met zijn broertje. En ik denk, of nee.. ik weet vrijwel zeker dat Sophia Naciri met haar vader is mee gegaan." Zei hij met een veelste vage glimlach. "Leuke theorie, maar nee. Dat wordt 'm niet." Zei ik. "En de camera's deden het toevallig niet?". Vroeg hij. "Storing. Ik vind het ook vervelend want zonder mijn extra ogen voel ik me nu heel erg onveilig rechercheur." Loog ik. Farid heeft gisternacht heel gauw iemand gestuurd om alle beelden te wissen. "En wat is haar verhaal?". Knikte hij geïrriteerd naar de kamer waar Alicia lag. "Dat.. probeer ik uit te zoeken." Antwoorde ik. "Nee jij gaat niks uitzoeken." Siste hij. "Laat dat maar over aan ons." Vervolgde hij chagrijnig. "Overlaten aan jullie zeg je? Net zoals ik mijn broertje daar zie liggen waar jullie al maanden op zoek naar zijn geweest?" Zei ik. Hij keek me nogal vreemd aan en keek naar de kamer van Adil. "Broertje?" Zei hij.
"Ja, dat is mijn halfbroertje en ik zal je wat zeggen rechercheur. Ik zou maar heel gauw diegene vinden die dit gedaan heeft voordat ik erachter kom." Zei ik op dreigende toon. Hij fronste zijn wenkbrauwen en schudde lichtjes zijn hoofd. "Adil is jouw halfbroertje.." zei hij vol ongeloof.
Ik zweeg enkel en hij draaide zich om, om weg te lopen. "Zodra onze hoofdverdachte kan praten zullen wij hem overhoren. Ik heb twee politiemannen bij de deur gezet. Adil is hoe dan ook de klos. We hebben een wapen gevonden met zijn vingerafdrukken erop. En hij draait op voor de moord van Mounir Gharabi." Zei hij. "Zijn er vingerafdrukken van Adil gevonden op het lichaam van dat joch?". Vroeg ik. Hij kneep zijn ogen dicht en liep toen hoofdschuddend weg.
Nee dus. Dan kan Adil daar moeilijk voor opdraaien. Ik heb zo mijn connecties..
"Meneer Ziane?"
Ik keek opzij en zag een arts staan. "Komt u even mee?". Vroeg hij. Ik liep naar hem toe en keek hem aan. "Onze patiënte, heeft u gegevens van haar familie toevallig?". Vroeg hij. Ik dacht aan haar zoontje en haar ex-man. Ze had ergens nog een tante wonen en veel familie had Alicia niet. De meeste van hen woonde in Brazilië. Ik schudde enkel mijn hoofd waarop hij mij ernstig aan keek. "We hebben naar het letsel gekeken en heel wat besproken met elkaar. Het is goed mogelijk dat we moeten stoppen met beademen als er geen vooruitgang wordt geboekt. Ik sloot mijn ogen dicht en zuchte heel diep. "Wat wilt u nu precies zeggen?". Vroeg ik. "Dat we daarvoor toestemming nodig hebben. U bent geen directe contactpersoon. En als er niemand is die direct familiair betrokken is bij mevrouw Alves moeten wij dat doen." Zei hij. Ik trok mijn wenkbrauwen op. "Hoe groot is de kans dat ze het overleeft?" Vroeg ik. "Om heel eerlijk te zijn en volgens onze onderzoeken, is de kans echt heel klein. We houden haar uiteraard in de gaten. Wonderen kunnen gebeuren maar we moeten realistisch blijven." Zei hij. Ik knikte alleen en toen liep hij weg.
JE LEEST
Haar naam is Sophia
Romance'Als ik had gedacht dat de wereld er zo voor mij uit zou zien, was ik liever niet geboren.' Dit moet Sophia haar hele leven elke dag gedacht hebben. Haar vader is een zware drugsgebruiker en verkoopt af en toe zelf ook wat om het vervolgens weer uit...
