| Deel 98

157 7 0
                                        

"En?"

Ik keek naar Hamza en knikte langzaam. "Voor nu is het wel geregeld. Wil je dit bezoekje alsjeblieft voor je houden? Ik heb geen zin in een preek van mijn vader." Zei ik terwijl ik mijn gordel om deed. Hamza knikte en reed vervolgens weg.

Dat was een probleem minder. Nu komt het allergrootste probleem. Ibrahim.

Ibrahim die mij vorige week in een nachtclub was tegen gekomen was blijkbaar niet uitgepraat. De volgende dag stond hij namelijk met zijn knalgroene blik op vier wielen voor onze deur. Zijn vader was erbij en mijn vader was helemaal in de wolken toen Ibrahim en ik aan het praten waren in de voortuin. Misschien dacht mijn vader dat we het over hartjes en liefde hadden, maar Ibrahim kennende praatte weer mijn oren van mijn hoofd over zijn nieuwste auto aankoop. Pas aan het eind van het gesprek vroeg hij de magische vraag; Maar hoe gaat het met jou?

"Hamza, heb je nog iets kunnen vinden over Ibrahim?" Vroeg ik. Hamza schudde zijn hoofd. "Zijn vader is een boef maar zijn zoon heeft een schoon blaadje." Antwoorde hij.

Ja, ik was zelfs zo ver heen dat ik iets zocht over Ibrahim om dat als troef te gebruiken mocht mijn vader er weer over beginnen. Er was niks. Die man was zo clean als ik weet niet wat. Dus ik baalde, want vandaag moest ik mijn vader het antwoord geven. Ik ontweek mijn vader al dagen sinds Ibrahim ons heeft opgezocht, maar nu moet ik er echt aan geloven. "Ik kan er wel voor zorgen dat hij iets verkeerds doet. Noem het maar en het wordt geregeld." Zei Hamza. Ik keek geschrokken op. "Je bedoelt hem express iets raars laten doen om dat tegen hem te gebruiken?" Hamza keek in de binnenspiegel en knikte. "Nee, oh nee zo ben ik niet." Zei ik vlug. Alhoewel het idee zeer aanlokkelijk was..

Eenmaal thuis aangekomen liep ik meteen naar mijn kamer en zag ik Malika met Liyam uit het raam kijken. "Daar is mama...". Zei Malika tegen een enthousiaste Liyam. "We zagen je aankomen met Hamza en we zwaaide naar je maar je zag ons niet." Zei Malika. "Sorry,.. ik ben meteen naar binnen gelopen." Antwoorde ik terwijl ik Liyam overnam. "Meneer Naciri zocht u trouwens. Ik denk dat hij in zijn werkkamer is." Zei Malika. Ik bedankte haar en liep met Liyam in mijn armen naar hem toe.

Ik hoopte dat hij niet door zou hebben dat ik naar Badr en zijn advocaat was geweest. Meneer Khan was ook één van de advocaten van mijn vader en ik hoopte dat hij het bezoekje voor zich kon houden. Ik klopte op de deur en deed deze open. Mijn vader zat achter zijn bureau en keek op. Prompt kreeg hij een glimlach op zijn gezicht. "Mijn twee favoriete mensen." Zei hij terwijl hij op stond. "Ik zocht je Sophia, maar ik begreep dat je een afspraak buiten de deur had." Zei mijn vader. Ik werd een beetje rood en wilde echt niet liegen tegen hem maar mijn vader lost dingen nu eenmaal anders op. Vooral als het om Badr ging..

"Weet je welke dag het morgen is?" Vroeg mijn vader. Ik glimlachte en dacht even na. "Nee, ik weet het niet." Antwoorde ik. Mijn vader keek me serieus aan. "Meen.. je dat nou?". Vroeg hij. Ik moest lachen. "Echt niet. Hoezo?" Vroeg ik weer. "Sophia, morgen is het je verjaardag." Zei hij. Ik fronste mijn wenkbrauwen en dacht even na. "Oh." Was het enige wat uit mijn mond kwam. "23 mei..." zei ik zachtjes.

Mijn vader knikte en leunde op zijn bureau. Morgen ben ik jarig...

De laatste keer dat ik iets met mijn verjaardag deed was toen ik een gevangene in het huis van Badr was. Hemel, wat voelde ik me alleen die dag! "En daarom heb ik voor morgen een feest georganiseerd." Zei mijn vader ineens. Ik schrok op en keek hem stomverbaasd aan. "Feest?" Vroeg ik. Mijn vader knikte. "Ik heb al je verjaardagen moeten missen Sophia. Ik heb alle jaren moeten missen van mijn dochter die van een baby uitgemond is naar een prachtige jongedame. Dit is op z'n minst wat ik kan doen om al die jaren in te halen." Zei hij.

Ik schudde mijn hoofd. "Maar, maar dat is niet nodig. Ik bedoel, ik ben echt gelukkig hier vader. Ik heb jou, Laila, Liyam. En zelfs met mijn tante gaat het erg goed. Ik hoef geen feest en ik hou er niet van om in de belangstelling te staan." Zei ik oprecht gemeend. "Nonsens Sophia. Je kan niet terug krabbelen want ik heb alles al geregeld. Er komen 150 gasten en..".

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu