"Je bent er nog."
Ik keek op naar Badr die tegen het aanrecht leunde met een kopje koffie in zijn hand.
De hele nacht heb ik liggen tobben en nadenken en zelfs mijn tas was ingepakt. Ik was klaar om te vertrekken, maar iets hieldt mij tegen. Nee, meerdere dingen hielden mij tegen. Ik kon naar Adil gaan, maar hij zat nog steeds in dat smerige onderwereldje van hem. Dus dat was geen optie. Maar het allerergste wat mij tegenhield waren mijn gevoelens voor Badr.
Het klonk vreselijk. Het is vreselijk en eigenlijk zelfs te idioot om dat als reden te gebruiken hier niet weg te gaan.
Zijn opmerkingen gisteren waren meedogenloos. Hoe kon ik iets voor hem blijven voelen met alles wat hij tegen mij zei? Ik zuchte diep en keek hem alleen vluchtig aan. Hij legde zijn kopje weg en liep naar mij toe. "De eerstvolgende keer dat je dreigt weg te gaan naar je straatrat zet ik je eigenhandig op straat." Zei hij. De rollen waren omgedraaid. Dit huis verlaten kon ik niet, hij wist het. Hij wist dat ik buiten die voordeur niks had. Behalve zijn broertje dan, maar zoals ik al zei, ik kan niet bij hem zijn zolang hij in die wereld vol verderf en ellende zat.
Badr verliet de keuken om naar zijn werk te gaan. Ik keek om me heen en pakte weer braaf mijn taken op. Het huis, koken, opruimen, wassen en ga zo maar door. Om vier uur ben ik maar gaan douchen en zag ik dat de blauwe plek aardig aan het verdwijnen was. Ik pakte wat kleding om te gaan douchen en zou daarna alvast de tafel dekken.
Toen ik hiermee klaar was en de tafel gedekt had klonk er hard gebonk op de voordeur. "Doe verdomme open!" Zei de welbekende stem van Christina. Ik schrok, want haar had ik hier niet meer terug verwacht. Eén van de beveiligers was duidelijk in een gesprek met haar verwikkeld en even later hoorde ik een auto aan komen rijden. Ik liep naar het raam en zag Badr uitstappen. Zodra hij zijn vrouw zag liep hij naar haar toe. Maar in plaats van haar van zijn oprit af te trappen liep hij langs haar heen richting de voordeur. Even later ging deze open en hoorde ik haar stem luider en luider worden.
"Jij klootzak! Je hebt me besodemieterd met die huwelijkscontracten. Met je voorwaarden! Dit gaat een staa..". Ze stopte abrupt toen ze mij zag. Badr leek haar geen aandacht te geven en pakte meteen een glas die hij nokvol vulde met zijn sterke drank. "Zo, jij bent er dus nog." Zei ze met een duivelse glimlach. Ik keek haar aan en dacht aan de dag dat ik in elkaar getrapt werd door haar handlanger. "Christina, ga mijn huis uit. Laat je advocaat bemiddelen. Deze heisa werkt alleen in jouw nadeel." Zei Badr.
Christina bleef maar naar mij kijken en liep langzaam naar mij toe. "De volgende keer zorg ik ervoor..". Ik liet haar amper uitpraten of ik gaf haar een vlakke hand tegen haar wang. Ze deinsde achteruit en greep ernaar. "Jij vuile hoer!" Schreeuwde ze hard. Alles werd zwart voor mij ogen en ik was het lot dankbaar dat ze hier voor mijn neus stond. Ik pakte een gloednieuwe fles wiskey en wilde uithalen toen ik ineens een hand om mijn pols voelde. Badr hieldt deze stevig vast en pakte de fles af. "Zonde van mijn fles Naciri. Probeer het met die vaas daar." Zei hij met een knik naar een vaas die op tafel stond. "Christina heeft hem gekocht. 2500 euro. God, als ik me nu bedenk waar jij mijn geld aan uitgaf..". Zei hij hoofdschuddend. Christina keek hem geschrokken en ernstig aan. "Kom op Naciri, maak je werk af." Zei hij. Ik keek hem aan en liep naar de vaas die ik altijd al lelijk had gevonden. Christina deinsde achteruit en viel bijna achterover.
Ze draaide zich om en liep zo snel ze kon het huis uit. "Met je werk afmaken bedoelde ik het eten opdienen Naciri." Zei Badr ineens. Ik keek naar de vaas en toen naar hem. "Oh..". Antwoorde ik.
"Gooi dat ding weg.." zei hij. Ik knikte enkel langzaam en liep naar de keuken waar ik het eten pakte. De klap die ik Christina gaf, gaf me een soort voldoening, maar toch was het niet genoeg met wat zij mij aangedaan heeft. Ik legde het eten op tafel en Badr legde zijn telefoon weg. Ik wilde net weglopen toen Badr ineens iets zei. "De rechercheur wil je morgenvroeg spreken." Zei hij. Ik fronste mijn wenkbrauwen en keek hem aan. "Waarover?". Vroeg ik. Hij hief zijn schouders op. "Dat hoor je vast morgen wel." Zei hij.
JE LEEST
Haar naam is Sophia
Romance'Als ik had gedacht dat de wereld er zo voor mij uit zou zien, was ik liever niet geboren.' Dit moet Sophia haar hele leven elke dag gedacht hebben. Haar vader is een zware drugsgebruiker en verkoopt af en toe zelf ook wat om het vervolgens weer uit...
