| Deel 133

166 11 6
                                        

"Mooi ding om je pols..".

Ik keek naar het gouden horloge van Mohammed. "Bedankt neef. Het was een cadeau van je vrouw...eh ik bedoel ex vrouw." Zei hij met een knipoog.

Ik keek hem verbaast aan en eer ik nog wat kon zeggen verdween hij in de menigte. 'Vervelende klier..'.

Na wat zaken besproken te hebben met mijn ooms was het voor mij tijd om ook te vertrekken. Ik nam afscheid van ze en zocht mijn tante om haar ook gedag te zeggen. Ik hoorde mijn mobiel overgaan en zag een onbekende nummer op het schermpje. Het was tegen één uur in de nacht, wie zou nu anoniem bellen? Ik twijfelde of ik moest opnemen. Uiteindelijk liet ik het zitten en nam ik afscheid van mijn tante. In de hal trok ik mijn colbert aan en hoorde ik weer mijn mobiel overgaan. Wederom was het een onbekend nummer. Gefrustreerd nam ik maar op. "Ziane."

"Goedenacht u spreekt met rechercheur van Vliet. Spreek ik met de heer Badr Ziane?"

Rechercheur?

"Ja daar spreek je mee." Antwoorde ik. "Meneer uw vrouw Sophia Ziane ligt in kritieke toestand in het Middelheim ziekenhuis...".

Het leek alsof iemand mijn ziel eruit gerukt had. De rechercheur aan de telefoon was nog aan het praten maar ik was in shock. Mijn telefoon gleed langs mijn oor en viel op de grond. Ik was bevroren en rilde van binnen. "Wat is er Badr?" Ik hoorde stemmen maar leek in een andere wereld te zitten. Totdat ik een hand op mijn schouder voelde. "Neef, wat is er?" Ik keek naar Mo die mijn telefoon van de grond pakte. Blijkbaar was diegene nog steeds aan de telefoon.

Ik zag de lippen van Mo bewegen en toen keek hij me met een ruk aan. "Schiet op. Ik rij!" Zei hij terwijl hij aan mijn arm trok. Andere familieleden verzamelde zich om ons heen en waren benieuwd naar wat er aan de hand was. Het enige wat ik kon zeggen was haar naam "Sophia...".

Mo trok me mee naar buiten en automatisch liep ik achter hem aan en stapte ik in de auto. De gehele naar het ziekenhuis leek ik niet meer te kunnen ademen. Ik kneep mijn ogen dicht en moest terug naar de realiteit komen. We waren er binnen een half uur en rende naar de ingang. Mo deed het woord want ik was nog steeds verdoofd van de woorden die ik daarstraks te horen heb gekregen. De verpleegster liep met ons mee naar de afdeling en eenmaal aangekomen stikte ik zowat van angst. De hele afdeling stond blank van de politie en artsen. Ik liep op een arts af en keek hem aan. "Waar ligt ze? Waar ligt mijn vrouw?" Zei ik wanhopig. Hij keek me niet begrijpend aan en ik trok het niet meer. "WAAR IS MIJN VROUW VERDOMME!!" Bulderde ik door de hele afdeling. De arts schrok en ik voelde wat handen om mijn armen. Ik rukte mezelf los en draaide me om. "Rustig aan meneer..". Zei een politieagent. Mo liep naar een andere arts en vroeg waar Sophia lag. "Ik weet het ook niet. We moeten stand-by blijven. Wat ik nu weet is dat ze de patiënt klaar maken om te opereren. De steekwonden zijn nogal diep." Zei ze. Ik voelde mezelf misselijk worden. "Stee.. steekwonden??" Vroeg ik vol ongeloof.

Plots liep er een arts naar buiten en snelde zich naar ons toe. "Waar is de echtgenoot van mevrouw Ziane?" Vroeg hij. Ik liep naar hem toe en keek hem aan. "Zeg alsjeblieft iets. Wat is er gebeurd met mijn vrouw?" Zei ik wanhopig. "Uw vrouw is op twee plekken in haar rechterzij diep neergestoken. Het wordt een complexe operatie en ik kan u niet garanderen dat ze het zal redden. Ze heeft veel bloed verloren. De wonden zijn zo diep dat we de zwangerschap moeten afbreken om erbij te kunnen. Gaat u hiermee akkoord?" Zei hij. Ik was helemaal van slag en leek te stikken. "Dit kan niet waar zijn... dit kan verdomme niet waar zijn!!" Schreeuwde ik. "Meneer Ziane, ik heb u toestemming vlug nodig." Zei de arts. Ik keek hem aan en knikte. "Red haar. Doe alles wat je kunt. Alsjeblieft..". Smeekte ik hem.

Hij knikte en liep weg. Voor de allereerste keer na lange tijd voelde ik me verloren. Mijn ogen werden troebel van de tranen. De laatste keer dat ik tranen had gelaten was verdomme toen ik nog een puber was. Ik schudde mijn hoofd en ging op een stoel zitten. Mijn gezicht begroef ik in mijn handen en ik wist me geen raad. Voor de allereerste keer na het verlies van mijn vader was ook ik bang geworden. Doodsbang.

Haar naam is SophiaVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu