"Ik wil weg."
Een aantal dagen later nadat in getrokken was in mijn eigen kamer bij Badr thuis, wilde ik nog steeds maar één ding.
Ik wilde weg. Weg van hier. Weg van hem en zijn kind. Weg van alles wat me ook maar aan hem deed denken..
Badr deed de afgelopen drie dagen keihard zijn best om het me zo comfortabel mogelijk te maken. Ik trapte er niet in. Niet meer. Niet in zijn zoete woorden. Niet in zijn ernstige blikken, niet in zijn softe gedrag ineens, ik trapte nergens meer in.
Dus vandaag ook niet!
"Ik kan je niet laten gaan Sophia. Alsjeblieft vraag me dat niet meer." Zei hij voor de zoveelste keer. "Je kan me hier niet vast houden." Zei ik. "Dat klopt. Ik zal je ook niet meer vast houden als ik weet wie hierachter zit." Zei hij. Ik schudde mijn hoofd en rolde met mijn ogen. "Sophia...". Zei hij zachtjes maar iets geïrriteerd. "Wat?" Vroeg ik. Hij slaakte een zucht en zweeg. Rosalia kwam de kamer binnen en keek me glimlachend aan. "Buen día cariña." Ze had iets in haar handen en ik sloeg mijn benen over het bedrand. Rosa weerzien was denk ik een van de lichtpuntjes van mijn leven na wat me overkomen was. Het was emotioneel en ze trooste me alsof ik haar bloedeigen dochter was. Eigenlijk was ik dat in haar ogen altijd al geweest. Ik wist dat ze van Badr neutraal moest blijven, maar ze had complete lak aan hem als het op mij aan kwam.
"Donuts?" Vroeg ik. Mijn maag trok samen en kon de zoete dingen niet meer verdragen, maar toch nam ik het bordje aan. Ze gaf me een aai over mijn haar en wierp een strenge blik naar Badr toe. Ze liep de kamer uit en deed de deur dicht. "Nog steeds verslaafd aan die dingen zie ik." Zei Badr.
"Of misschien ben ik weer zwanger." Zei ik. Wel, dat had ik niet moeten zeggen want Badr was geduldig en aardig de laatste dagen maar na deze opmerking stond hij fier overeind op. "Wat... wat bedoel je daarmee?" Vroeg hij zwaar geïrriteerd. Ik keek op naar hem en hief mijn schouders. "Ik ben niet alleen gedrogeerd, dat weet je onderhand wel." Antwoorde ik. Badr begon heen en weer te lopen en haalde een hand door zijn haar. "Verdomme nog aan toe!" Vloekte hij binnensmonds.
"Je doet er zo nuchter over." Zei hij geïrriteerd. "Ik ben dood van binnen. Het kan me niet schelen wat er gebeurt. Als ik zwanger ben door de man die me bijna elke dag misbruikt heeft, dan is dat maar zo." Zei ik.
"Sophia!!" Bulderde hij door de hele kamer.
Ik schrok er niet eens meer van op. Hiervoor zou ik tegen het plafond vliegen als hij zo schreeuwde, nu niet meer. "Ik ga die dingen halen... die testen ofzo." Zei hij terwijl hij aanstalten maakte om weg te lopen. "Jij doet helemaal niks." Zei ik tegen hem. Hij keek met een ruk aan. "Meen je dit? Praat je serieus?" Vroeg hij. Ik knikte meteen. "Sophia... ik weet dat ik vreselijk tegen je ben geweest maar keer me alsjeblieft niet de rug toe. Ik probeer alles goed te maken. Ik probeer je te helpen." Zei hij.
"Ik wil het hier niet over hebben. Mijn lichaam...". Ik wilde wat zeggen maar hield mijn mond maar dicht. "Wat is daarmee?" Vroeg hij. Ik voelde wat tranen over mijn wangen glijden en schudde mijn hoofd. "Dit lichaam is kapot en gebruikt. Kijk naar mij en doe niet alsof je dat zelf ook niet vind. Ik ben afgekickt ja, maar in mijn hoofd zal ik altijd de drugsverslaafde Sophia zijn en blijven. En wat het andere betreft, hoe kan iemand mij nog willen? Hoe kan iemand dit lichaam willen? Dit lichaam die... kapot is gemaakt. Ik ben door een hel geweest. Het was een hel. Hij was verschrikkelijk... hij was vreselijk..".
Plotseling barste in tranen uit en begroef ik mijn gezicht in mijn handen. De beelden doken weer op en zijn eigenlijk nooit weg geweest. De beelden van hem die me ruw verkrachtte en in leven hield om zijn gram te halen. Mijn lichaam was mijn lichaam niet meer...
Ik voelde ineens een hand op mijn knie en schrok op. "Raak me niet aan...". Zei ik terwijl ik mijn benen optrok. Badr haalde meteen zijn hand weg en keek me aan. "Wie het ook is. Dit zal z'n hoofd kosten." Zei hij.
JE LEEST
Haar naam is Sophia
Romance'Als ik had gedacht dat de wereld er zo voor mij uit zou zien, was ik liever niet geboren.' Dit moet Sophia haar hele leven elke dag gedacht hebben. Haar vader is een zware drugsgebruiker en verkoopt af en toe zelf ook wat om het vervolgens weer uit...
