"Ik voel me niet lekker."
Ze keek me aan en zuchte diep. "Je ziet er anders niet ziek uit." Zei ze. Ik negeerde haar en trok de laken over mij heen. "Ik heb pijnstillers nodig." Er kwam geen antwoord en even later liep ze de kamer uit. Twee dagen na het incident met Badr heb ik me nog steeds opgesloten in mijn kamer. Eve klopte soms aan en bracht wat te eten wat ik vaak weigerde. Dit tot haar grote frustratie.
Een paar uur nadat ze vertrokken was hoorde ik geklop op de deur. Eve kwam naar binnen en had een papieren tasje bij zich. Ze legde het op mijn nachtkastje neer en vertrok. Zodra de deur dicht ging sloeg ik mijn benen over het bedrand en liep ik vlug naar de deur die ik zachtjes op slot deed. Ik pakte het zakje op en haalde er een doosje pijnstillers uit. Drie dagen lang heb ik zitten nadenken over deze stap en ik kwam tot de conclusie dat dit leven voor mij alleen uit ellende en moeilijkheden bestond.
Het was een enge gedachte die ik weleens had maar nooit dacht in het echt uit te voeren. Eng was het niet meer. Wat eng was waren de mensen om mij heen die mijn leven bepaalde. Ik werd geleefd en als je geleefd wordt ben je zelf al dood. Adil, Badr, Tarik, Ibrahim... mijn vader niet te vergeten. Het waren allemaal mannen die één ding gemeen hadden. Macht. En daar maakte ze gretig misbruik van. Ik was het zo zat..
Ik was hun zat. Ik was alle problemen zat en ik was dit leven zat. Ik wilde niet meer..
Ik pakte het doosje en haalde er vier strips uit met elk tien pillen. Langzaam sloot ik mijn ogen dicht en voelde ik een traan glijden langs mijn wang. "Mama komt eraan Liyam..". Zei ik zachtjes. Ik haalde tien pillen uit een strip en nam ze één voor één in. Bij elke slok water kwamen er meer tranen totdat ik bij de laatste aankwam. Ik voelde me nog behoorlijk goed maar daar kwam een kwartier later verandering in toen ik alles dubbel begon te zien en steken in mijn maag kreeg. Ik viel naar achteren op het bed en staarde naar het plafond. Deze was wit, maar het werd nog witter...
Ik zag lichte flitsen die niet wilde stoppen. In de verte hoorde ik stemmen maar behalve de flitsen zag ik niks. Het was net alsof ik in een sneltrein reed. Wederom hoorde ik weer wat stemmen alleen dit keer waren de flitsen verdwenen. En toen was het weer stil..
Totdat ik mijn zware oogleden langzaam open deed en een man met een witte lange jas voor mij zag staan. "Wie ben jij..". Vroeg ik zachtjes. Hij draaide zich met een ruk om en liep naar mij toe. "Mevrouw Ziane?" Hoorde ik in de verte.
Ziane..?
Mijn ogen schoten open en ik voelde de angst diep kerven in mijn hart. Was ik niet..?
"Ik ben dokter Simons en u ligt in het ziekenhuis. Ik ga even uw man erbij halen. Één momentje..". Zei hij. Ik schudde meteen mijn hoofd. "Nee!" Zei ik hard. Hij keek me nogal geschrokken aan en knipperde met zijn ogen. "Mevrouw.. uw man zal vast blij zijn dat u bij kennis bent." Ging hij verder. Ik bleef mijn hoofd schudden en voordat ik nog een nee kon roepen verscheen hij. Hij zwaaide de deur open en keek mij meteen aan. "Dokter... kunt u ons even alleen laten?" Vroeg hij. Hij keek van Badr naar mij en pakte zijn mapje op. Toen Badr de deur dicht deed liep hij meteen naar mij toe.
"Wat dacht je verdomme wel niet!!" Siste hij boos. "Wat kan het jou schelen!!! Laat me met rust!" Schreeuwde ik hard. Badr haalde zijn beide handen door zijn haren en keek me weer aan. "Zelfmoord? Serieus Naciri??" Zei hij ietwat rustiger. "Liever dood dan in één ruimte leven met jou!" Zei ik kwaad. "Pas op Naciri!" Hij begon te ijsberen in de kamer en ik keek voor me uit. 'Sorry Liyam... het is me niet gelukt. Mezelf van kant maken is zelfs een hele opgave.. het spijt me zo..' Zei ik met betraande ogen in mijzelf.
"Tegen wie heb je het?" Ik keek naar Badr en toen weer voor me uit. "Mezelf." Antwoorde ik. "Ook dat nog! Suïcidaal én gek! God, wat heb ik toch op mijn hals gehaald!" Zei hij woedend terwijl hij weer ging ijsberen door de kamer. Hij stopte meteen en draaide zich om. "Dat is het!" Zei hij ineens. "Je laat me geen keus Naciri..". Zei hij. "Wat ga je nu weer met mij doen! Laat me verdomme met rust!" Zei ik terwijl ik zachtjes snikte. Hij liep naar me toe en pakte me bij mijn armen vast. "Wat heb je niet aan de woorden begrepen dat je van mij bent?" Zei hij. "Je kan iedereen krijgen! Elke vrouw werpt zich voor jouw verdomde voeten en je moet perse mij hebben!? Zie je dan niet in hoe gek dat klinkt? Ik wilde verdomme dood alleen door jou!" Zei ik kwaad.
JE LEEST
Haar naam is Sophia
Romance'Als ik had gedacht dat de wereld er zo voor mij uit zou zien, was ik liever niet geboren.' Dit moet Sophia haar hele leven elke dag gedacht hebben. Haar vader is een zware drugsgebruiker en verkoopt af en toe zelf ook wat om het vervolgens weer uit...
